Wettelijk instrumentarium voor landbouwmaatregelen om waterkwaliteit te verbeteren: realisatie van nutriëntendoelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

The targets for nitrogen and phosphorous concentrations in groundwater and surface water under the Water Framework Directive and the Nitrates Directive are currently not being met in certain regions of the Netherlands. The Scientific Committee on the Nutrient Management Policy (CDM) has studied the relevant legal instruments to determine whether or not these provide sufficient means to introduce the additional measures required to improve water quality. The generic approach to controlling nutrient leaching involves the application of use standards and conditions under the Act on Manures and Fertilisers and the Decree on Fertiliser Use (Soil Protection Act). If this legislation is amended, the national government will be able to deploy all the measures examined in this study on a regional scale. Without any legislative amendment, it will not be possible to delegate powers to subnational authorities for the application of generic measures. In the place-based approach the provincial authorities can deploy certain measures in groundwater protection areas via the provincial environmental regulation. Water authorities can issue individual regulations declaring crop-free zones (no fertiliser use) along watercourses in specified areas. These possibilities available to regional authorities can only be used in specific situations. When the Environment and Planning Act comes into force these powers will be expanded. Further research will be needed to determine whether or not it will be necessary to extend the powers available to provincial and/or water authorities to include the imposition of supplementary place-based measures
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu
Number of pages117
DOIs
Publication statusPublished - 2018

Publication series

NameWOt-rapport
No.129
ISSN (Print)2352-2739

Cite this

@book{3904ab29db5f4f37a5c134275d799973,
title = "Wettelijk instrumentarium voor landbouwmaatregelen om waterkwaliteit te verbeteren: realisatie van nutriëntendoelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water",
abstract = "De doelstellingen voor stikstof- en fosforconcentraties in grond- en oppervlaktewater uit de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn worden in bepaalde regio’s in Nederland op dit moment nog niet gehaald. Op basis van afspraken in de Stuurgroep Water en in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater is onderzocht of er voldoende inzetbaar juridisch instrumentarium is en of er aanvullend instrumentarium nodig is om aanvullende maatregelen te nemen om de waterkwaliteit te verbeteren. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft het project uitgevoerd, onder begeleiding van een ambtelijke projectgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Regionaal Bestuurlijke Overleggen (RBO-en), Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) alsook de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit (LNV). Het generieke spoor om nutriëntenuitspoeling te reguleren loopt via gebruiksnormen en –voorschriften in de Meststoffenwet en het Besluit gebruik meststoffen (Wet bodembescherming). Mits deze wetgeving wordt aangepast, kan het Rijk alle in deze studie geïnventariseerde maatregelen regionaal inzetten. Het generieke spoor biedt zonder aanpassing geen delegatiemogelijkheid naar decentrale overheden. In het gebied-specifieke spoor heeft de provincie via de provinciale milieuverordening mogelijkheden tot het nemen van enkele maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden en kunnen waterschappen teeltvrije (mestvrije) zones langs waterlopen via maatwerkvoorschriften voorschrijven in specifieke gebieden. Deze mogelijkheden voor regionale overheden kunnen alleen in specifieke situaties worden gebruikt. Met de komst van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht (de Omgevingswet) zullen deze mogelijkheden worden verruimd. Nader jurisprudentie-onderzoek is nodig om de mogelijkheden na te gaan om nutriënten-uitspoeling te beperken via het ruimtelijke ordeningsspoor, het natuurbeschermingsrechtelijke spoor en het privaatrechtelijke spoor. Er zou nader onderzoek moeten worden uitgevoerd om te bepalen of het wenselijk is om de mogelijkheden voor provincies en/of waterschappen uit te breiden om gebiedsgericht aanvullende maatregelen te nemen.",
author = "G.L. Velthof and F.H. Kistenkas and P. Groenendijk and {van Boekel}, E.M.P.M. and O. Oenema",
note = "Project number WOT-04-008-031.01/ BO-43-012.02-003",
year = "2018",
doi = "10.18174/449400",
language = "Dutch",
series = "WOt-rapport",
publisher = "Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu",
number = "129",

}

TY - BOOK

T1 - Wettelijk instrumentarium voor landbouwmaatregelen om waterkwaliteit te verbeteren

T2 - realisatie van nutriëntendoelstellingen uit de Kaderrichtlijn Water

AU - Velthof, G.L.

AU - Kistenkas, F.H.

AU - Groenendijk, P.

AU - van Boekel, E.M.P.M.

AU - Oenema, O.

N1 - Project number WOT-04-008-031.01/ BO-43-012.02-003

PY - 2018

Y1 - 2018

N2 - De doelstellingen voor stikstof- en fosforconcentraties in grond- en oppervlaktewater uit de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn worden in bepaalde regio’s in Nederland op dit moment nog niet gehaald. Op basis van afspraken in de Stuurgroep Water en in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater is onderzocht of er voldoende inzetbaar juridisch instrumentarium is en of er aanvullend instrumentarium nodig is om aanvullende maatregelen te nemen om de waterkwaliteit te verbeteren. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft het project uitgevoerd, onder begeleiding van een ambtelijke projectgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Regionaal Bestuurlijke Overleggen (RBO-en), Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) alsook de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit (LNV). Het generieke spoor om nutriëntenuitspoeling te reguleren loopt via gebruiksnormen en –voorschriften in de Meststoffenwet en het Besluit gebruik meststoffen (Wet bodembescherming). Mits deze wetgeving wordt aangepast, kan het Rijk alle in deze studie geïnventariseerde maatregelen regionaal inzetten. Het generieke spoor biedt zonder aanpassing geen delegatiemogelijkheid naar decentrale overheden. In het gebied-specifieke spoor heeft de provincie via de provinciale milieuverordening mogelijkheden tot het nemen van enkele maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden en kunnen waterschappen teeltvrije (mestvrije) zones langs waterlopen via maatwerkvoorschriften voorschrijven in specifieke gebieden. Deze mogelijkheden voor regionale overheden kunnen alleen in specifieke situaties worden gebruikt. Met de komst van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht (de Omgevingswet) zullen deze mogelijkheden worden verruimd. Nader jurisprudentie-onderzoek is nodig om de mogelijkheden na te gaan om nutriënten-uitspoeling te beperken via het ruimtelijke ordeningsspoor, het natuurbeschermingsrechtelijke spoor en het privaatrechtelijke spoor. Er zou nader onderzoek moeten worden uitgevoerd om te bepalen of het wenselijk is om de mogelijkheden voor provincies en/of waterschappen uit te breiden om gebiedsgericht aanvullende maatregelen te nemen.

AB - De doelstellingen voor stikstof- en fosforconcentraties in grond- en oppervlaktewater uit de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn worden in bepaalde regio’s in Nederland op dit moment nog niet gehaald. Op basis van afspraken in de Stuurgroep Water en in opdracht van het Bestuurlijk Overleg Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater is onderzocht of er voldoende inzetbaar juridisch instrumentarium is en of er aanvullend instrumentarium nodig is om aanvullende maatregelen te nemen om de waterkwaliteit te verbeteren. De Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft het project uitgevoerd, onder begeleiding van een ambtelijke projectgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de Regionaal Bestuurlijke Overleggen (RBO-en), Interprovinciaal Overleg (IPO), Unie van Waterschappen (UvW) alsook de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit (LNV). Het generieke spoor om nutriëntenuitspoeling te reguleren loopt via gebruiksnormen en –voorschriften in de Meststoffenwet en het Besluit gebruik meststoffen (Wet bodembescherming). Mits deze wetgeving wordt aangepast, kan het Rijk alle in deze studie geïnventariseerde maatregelen regionaal inzetten. Het generieke spoor biedt zonder aanpassing geen delegatiemogelijkheid naar decentrale overheden. In het gebied-specifieke spoor heeft de provincie via de provinciale milieuverordening mogelijkheden tot het nemen van enkele maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden en kunnen waterschappen teeltvrije (mestvrije) zones langs waterlopen via maatwerkvoorschriften voorschrijven in specifieke gebieden. Deze mogelijkheden voor regionale overheden kunnen alleen in specifieke situaties worden gebruikt. Met de komst van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht (de Omgevingswet) zullen deze mogelijkheden worden verruimd. Nader jurisprudentie-onderzoek is nodig om de mogelijkheden na te gaan om nutriënten-uitspoeling te beperken via het ruimtelijke ordeningsspoor, het natuurbeschermingsrechtelijke spoor en het privaatrechtelijke spoor. Er zou nader onderzoek moeten worden uitgevoerd om te bepalen of het wenselijk is om de mogelijkheden voor provincies en/of waterschappen uit te breiden om gebiedsgericht aanvullende maatregelen te nemen.

U2 - 10.18174/449400

DO - 10.18174/449400

M3 - Report

T3 - WOt-rapport

BT - Wettelijk instrumentarium voor landbouwmaatregelen om waterkwaliteit te verbeteren

PB - Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu

CY - Wageningen

ER -