Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen?

H.F.M. Aarts

    Research output: Contribution to journalArticleProfessional

    Abstract

    Het project De Marke, later verbreed tot Koeien & Kansen, heeft vanaf haar start in 1992 in de belangstelling gestaan van buitenlanders. De eerste groep die De Marke bezocht kwam uit Frankrijk. De ontvangstzaal was toen bijna klaar en ze hielpen enthousiast het meubilair uitpakken. We konden toen alleen maar vertellen over wat we dachten dat de resultaten van het bedrijf zouden zijn. Dat vond men een goede reden om later nog eens terug te komen. Tot op de dag van vandaag zijn de contacten me deze mensen intensief. De Franse ambassade in Den Haag rapporteert haar regering zelfs zo nu en dan over wat er gebeurt. Verrassende ontmoetingen Uiteraard volgde er nog veel meer buitenlands bezoek. Dat leverde soms verassende situaties op. Een Japans meisje ging paardebloemen plukken, armenvol, omdat ze die zo mooi vond, veel mooier dan onze dure exportbloemen. Sommige bezoekers waren ronduit irritant. Een Amerikaan vond ons maar een dom volkje, omdat we onze koeien ’s winters binnenhouden. Hun koeien, die “nergens beter zijn”, bleken prima tegen kou te kunnen die “nergens extremer is”. Hij had overal veel verstand van, maar begreep niet waarom onze koeien naar huis komen als je ze roept. Hun koeien reageerden niet op de stem van de cowboy. Hij was ‘not amused’ toen we vertelden dat onze koeien geen afgevroren oren hebben… Tsja, die Amerikanen. Zo hadden we op een middag een pittige Amerikaanse mevrouw op bezoek die steeds maar weer het gesprek verlegde naar de Europese landbouwpolitiek. Niet veel later volgde haar benoeming tot minister van landbouw in de eerste regering van Bush. Koeien & Kansen inspireert Wat boeit die buitenlanders dan toch? Samengevat komt het hierop neer: vooral het werken met harde doelstellingen, het vakmanschap en de positieve houding van veehouders en de manier waarop melkveesector, beleid en onderzoek samen optrekken. Niet zeuren over dingen waar je niets aan kunt doen, maar samen het beste naar boven proberen te halen van wat kan. En daarvoor ook de portemonnee trekken. Geïnspireerd door Koeien & Kansen zijn Frankrijk, Portugal, Spanje, Ierland, Engeland en Schotland in 2004 een project gestart, ‘Green Dairy’, waarin ze Koeien & Kansen kopiëren. Nederland kreeg een adviserende rol. En voor het afsluitend symposium in Rennes, eind 2006, vroeg men ons de resultaten van Koeien & Kansen en een visie op milieubeleid te presenteren. Dergelijke projecten leiden tot begrip voor elkaars problemen en hulp bij het oplossen ervan. Het project heeft geleid tot de oprichting van de Europese werkgroep ‘Dairy farming systems & Environment’, waarvan ik de voorzitter mag zijn. Dit soort contacten zijn voor Nederland belangrijk. Hier treffen we immers de mensen die de rapportages over het Nederlandse mestbeleid moeten beoordelen en die een mening moeten vormen over een Nederlands derogatieverzoek. Het project ‘Green Dairy’ is dit voorjaar geëindigd. Een aantal landen, waaronder Frankrijk en Ierland, heeft aangegeven vanuit nationale fondsen verder samen te willen blijven werken. Het is de bedoeling dat Nederland aansluit en dat onze veehouders in oktober hun Franse collega’s bezoeken.
    LanguageDutch
    Pages3
    JournalKoeien & Kansen Nieuwsbrief
    Volume2007
    Issue number25
    Publication statusPublished - 2007

    Cite this

    Aarts, H.F.M. / Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen?. In: Koeien & Kansen Nieuwsbrief. 2007 ; Vol. 2007, No. 25. pp. 3.
    @article{968a1893d9314155b1270390d2df9ce1,
    title = "Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen?",
    abstract = "Het project De Marke, later verbreed tot Koeien & Kansen, heeft vanaf haar start in 1992 in de belangstelling gestaan van buitenlanders. De eerste groep die De Marke bezocht kwam uit Frankrijk. De ontvangstzaal was toen bijna klaar en ze hielpen enthousiast het meubilair uitpakken. We konden toen alleen maar vertellen over wat we dachten dat de resultaten van het bedrijf zouden zijn. Dat vond men een goede reden om later nog eens terug te komen. Tot op de dag van vandaag zijn de contacten me deze mensen intensief. De Franse ambassade in Den Haag rapporteert haar regering zelfs zo nu en dan over wat er gebeurt. Verrassende ontmoetingen Uiteraard volgde er nog veel meer buitenlands bezoek. Dat leverde soms verassende situaties op. Een Japans meisje ging paardebloemen plukken, armenvol, omdat ze die zo mooi vond, veel mooier dan onze dure exportbloemen. Sommige bezoekers waren ronduit irritant. Een Amerikaan vond ons maar een dom volkje, omdat we onze koeien ’s winters binnenhouden. Hun koeien, die “nergens beter zijn”, bleken prima tegen kou te kunnen die “nergens extremer is”. Hij had overal veel verstand van, maar begreep niet waarom onze koeien naar huis komen als je ze roept. Hun koeien reageerden niet op de stem van de cowboy. Hij was ‘not amused’ toen we vertelden dat onze koeien geen afgevroren oren hebben… Tsja, die Amerikanen. Zo hadden we op een middag een pittige Amerikaanse mevrouw op bezoek die steeds maar weer het gesprek verlegde naar de Europese landbouwpolitiek. Niet veel later volgde haar benoeming tot minister van landbouw in de eerste regering van Bush. Koeien & Kansen inspireert Wat boeit die buitenlanders dan toch? Samengevat komt het hierop neer: vooral het werken met harde doelstellingen, het vakmanschap en de positieve houding van veehouders en de manier waarop melkveesector, beleid en onderzoek samen optrekken. Niet zeuren over dingen waar je niets aan kunt doen, maar samen het beste naar boven proberen te halen van wat kan. En daarvoor ook de portemonnee trekken. Ge{\"i}nspireerd door Koeien & Kansen zijn Frankrijk, Portugal, Spanje, Ierland, Engeland en Schotland in 2004 een project gestart, ‘Green Dairy’, waarin ze Koeien & Kansen kopi{\"e}ren. Nederland kreeg een adviserende rol. En voor het afsluitend symposium in Rennes, eind 2006, vroeg men ons de resultaten van Koeien & Kansen en een visie op milieubeleid te presenteren. Dergelijke projecten leiden tot begrip voor elkaars problemen en hulp bij het oplossen ervan. Het project heeft geleid tot de oprichting van de Europese werkgroep ‘Dairy farming systems & Environment’, waarvan ik de voorzitter mag zijn. Dit soort contacten zijn voor Nederland belangrijk. Hier treffen we immers de mensen die de rapportages over het Nederlandse mestbeleid moeten beoordelen en die een mening moeten vormen over een Nederlands derogatieverzoek. Het project ‘Green Dairy’ is dit voorjaar ge{\"e}indigd. Een aantal landen, waaronder Frankrijk en Ierland, heeft aangegeven vanuit nationale fondsen verder samen te willen blijven werken. Het is de bedoeling dat Nederland aansluit en dat onze veehouders in oktober hun Franse collega’s bezoeken.",
    author = "H.F.M. Aarts",
    year = "2007",
    language = "Dutch",
    volume = "2007",
    pages = "3",
    journal = "Nieuwsbrief Koeien & Kansen",
    number = "25",

    }

    Aarts, HFM 2007, 'Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen?', Koeien & Kansen Nieuwsbrief, vol. 2007, no. 25, pp. 3.

    Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen? / Aarts, H.F.M.

    In: Koeien & Kansen Nieuwsbrief, Vol. 2007, No. 25, 2007, p. 3.

    Research output: Contribution to journalArticleProfessional

    TY - JOUR

    T1 - Wat vindt de wereld van Koeien & Kansen?

    AU - Aarts, H.F.M.

    PY - 2007

    Y1 - 2007

    N2 - Het project De Marke, later verbreed tot Koeien & Kansen, heeft vanaf haar start in 1992 in de belangstelling gestaan van buitenlanders. De eerste groep die De Marke bezocht kwam uit Frankrijk. De ontvangstzaal was toen bijna klaar en ze hielpen enthousiast het meubilair uitpakken. We konden toen alleen maar vertellen over wat we dachten dat de resultaten van het bedrijf zouden zijn. Dat vond men een goede reden om later nog eens terug te komen. Tot op de dag van vandaag zijn de contacten me deze mensen intensief. De Franse ambassade in Den Haag rapporteert haar regering zelfs zo nu en dan over wat er gebeurt. Verrassende ontmoetingen Uiteraard volgde er nog veel meer buitenlands bezoek. Dat leverde soms verassende situaties op. Een Japans meisje ging paardebloemen plukken, armenvol, omdat ze die zo mooi vond, veel mooier dan onze dure exportbloemen. Sommige bezoekers waren ronduit irritant. Een Amerikaan vond ons maar een dom volkje, omdat we onze koeien ’s winters binnenhouden. Hun koeien, die “nergens beter zijn”, bleken prima tegen kou te kunnen die “nergens extremer is”. Hij had overal veel verstand van, maar begreep niet waarom onze koeien naar huis komen als je ze roept. Hun koeien reageerden niet op de stem van de cowboy. Hij was ‘not amused’ toen we vertelden dat onze koeien geen afgevroren oren hebben… Tsja, die Amerikanen. Zo hadden we op een middag een pittige Amerikaanse mevrouw op bezoek die steeds maar weer het gesprek verlegde naar de Europese landbouwpolitiek. Niet veel later volgde haar benoeming tot minister van landbouw in de eerste regering van Bush. Koeien & Kansen inspireert Wat boeit die buitenlanders dan toch? Samengevat komt het hierop neer: vooral het werken met harde doelstellingen, het vakmanschap en de positieve houding van veehouders en de manier waarop melkveesector, beleid en onderzoek samen optrekken. Niet zeuren over dingen waar je niets aan kunt doen, maar samen het beste naar boven proberen te halen van wat kan. En daarvoor ook de portemonnee trekken. Geïnspireerd door Koeien & Kansen zijn Frankrijk, Portugal, Spanje, Ierland, Engeland en Schotland in 2004 een project gestart, ‘Green Dairy’, waarin ze Koeien & Kansen kopiëren. Nederland kreeg een adviserende rol. En voor het afsluitend symposium in Rennes, eind 2006, vroeg men ons de resultaten van Koeien & Kansen en een visie op milieubeleid te presenteren. Dergelijke projecten leiden tot begrip voor elkaars problemen en hulp bij het oplossen ervan. Het project heeft geleid tot de oprichting van de Europese werkgroep ‘Dairy farming systems & Environment’, waarvan ik de voorzitter mag zijn. Dit soort contacten zijn voor Nederland belangrijk. Hier treffen we immers de mensen die de rapportages over het Nederlandse mestbeleid moeten beoordelen en die een mening moeten vormen over een Nederlands derogatieverzoek. Het project ‘Green Dairy’ is dit voorjaar geëindigd. Een aantal landen, waaronder Frankrijk en Ierland, heeft aangegeven vanuit nationale fondsen verder samen te willen blijven werken. Het is de bedoeling dat Nederland aansluit en dat onze veehouders in oktober hun Franse collega’s bezoeken.

    AB - Het project De Marke, later verbreed tot Koeien & Kansen, heeft vanaf haar start in 1992 in de belangstelling gestaan van buitenlanders. De eerste groep die De Marke bezocht kwam uit Frankrijk. De ontvangstzaal was toen bijna klaar en ze hielpen enthousiast het meubilair uitpakken. We konden toen alleen maar vertellen over wat we dachten dat de resultaten van het bedrijf zouden zijn. Dat vond men een goede reden om later nog eens terug te komen. Tot op de dag van vandaag zijn de contacten me deze mensen intensief. De Franse ambassade in Den Haag rapporteert haar regering zelfs zo nu en dan over wat er gebeurt. Verrassende ontmoetingen Uiteraard volgde er nog veel meer buitenlands bezoek. Dat leverde soms verassende situaties op. Een Japans meisje ging paardebloemen plukken, armenvol, omdat ze die zo mooi vond, veel mooier dan onze dure exportbloemen. Sommige bezoekers waren ronduit irritant. Een Amerikaan vond ons maar een dom volkje, omdat we onze koeien ’s winters binnenhouden. Hun koeien, die “nergens beter zijn”, bleken prima tegen kou te kunnen die “nergens extremer is”. Hij had overal veel verstand van, maar begreep niet waarom onze koeien naar huis komen als je ze roept. Hun koeien reageerden niet op de stem van de cowboy. Hij was ‘not amused’ toen we vertelden dat onze koeien geen afgevroren oren hebben… Tsja, die Amerikanen. Zo hadden we op een middag een pittige Amerikaanse mevrouw op bezoek die steeds maar weer het gesprek verlegde naar de Europese landbouwpolitiek. Niet veel later volgde haar benoeming tot minister van landbouw in de eerste regering van Bush. Koeien & Kansen inspireert Wat boeit die buitenlanders dan toch? Samengevat komt het hierop neer: vooral het werken met harde doelstellingen, het vakmanschap en de positieve houding van veehouders en de manier waarop melkveesector, beleid en onderzoek samen optrekken. Niet zeuren over dingen waar je niets aan kunt doen, maar samen het beste naar boven proberen te halen van wat kan. En daarvoor ook de portemonnee trekken. Geïnspireerd door Koeien & Kansen zijn Frankrijk, Portugal, Spanje, Ierland, Engeland en Schotland in 2004 een project gestart, ‘Green Dairy’, waarin ze Koeien & Kansen kopiëren. Nederland kreeg een adviserende rol. En voor het afsluitend symposium in Rennes, eind 2006, vroeg men ons de resultaten van Koeien & Kansen en een visie op milieubeleid te presenteren. Dergelijke projecten leiden tot begrip voor elkaars problemen en hulp bij het oplossen ervan. Het project heeft geleid tot de oprichting van de Europese werkgroep ‘Dairy farming systems & Environment’, waarvan ik de voorzitter mag zijn. Dit soort contacten zijn voor Nederland belangrijk. Hier treffen we immers de mensen die de rapportages over het Nederlandse mestbeleid moeten beoordelen en die een mening moeten vormen over een Nederlands derogatieverzoek. Het project ‘Green Dairy’ is dit voorjaar geëindigd. Een aantal landen, waaronder Frankrijk en Ierland, heeft aangegeven vanuit nationale fondsen verder samen te willen blijven werken. Het is de bedoeling dat Nederland aansluit en dat onze veehouders in oktober hun Franse collega’s bezoeken.

    M3 - Article

    VL - 2007

    SP - 3

    JO - Nieuwsbrief Koeien & Kansen

    T2 - Nieuwsbrief Koeien & Kansen

    JF - Nieuwsbrief Koeien & Kansen

    IS - 25

    ER -