Voedselbeleid zonder landbouwbeleid is naïef

Research output: Non-textual formWeb publication/site

Abstract

Voedsel ligt onder een vergrootglas. Sinds de wereldwijde voedselprijzencrises van 2007-8 en 2010 staat de vraag hoe een geschatte negen miljard mensen te voeden in het jaar 2050 hoog op de agenda van beleidsmakers, wetenschappers, consumenten en producenten. Het liefst willen we dat dat ook nog op een duurzame manier gebeurt, al lopen de meningen over wat een duurzaam voedselsysteem dan precies is nogal uiteen. Waar wél overeenstemming over lijkt te zijn is dat we op een meer integrale manier naar voedsel moeten kijken; een duurzaam en veerkrachtig voedselsysteem is niet enkel een kwestie van voldoende en stabiele productie, maar ook van het verminderen van milieulasten, gezondere diëten en het instant houden van de leefbaarheid van stad en platteland. Zo een breder perspectief vraagt om een ander type beleid. In plaats van verkokerd en incoherent beleid te voeren op het gebied van landbouw, milieu en volksgezondheid, is de uitdaging om synergiën te ontwikkelen tussen uiteenlopende beleidsinspanningen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verwoordde dit in haar veelbesproken rapport uit 2014 als het inzetten van een transitie van landbouw- naar voedselbeleid. Op Europees niveau zijn vergelijkbare geluiden op te vangen; een groeiend aantal politieke en maatschappelijke stakeholders pleit voor een evolutie van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) naar een Gemeenschappelijk Voedselbeleid. Is dit nu eigenlijk een goed idee? En in hoeverre is zo’n transitie al ingezet? Tijdens mijn promotietraject als bestuurskundige aan de Wageningen Universiteit heb ik me met deze vragen bezig gehouden.
Original languageDutch
Publisherfoodlog.nl
Publication statusPublished - 2016

Cite this