Vervroeging van den teelt van plantsjalotten

R.C.F.M. van den Broek

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Evenals vorig jaar is er een milieuwinst gehaald door plantsjalotten eerder te planten. In teeltjaar 2004 waren er veel problemen met de bestrijding van valse meeldauw. In het totaal zijn er op het proefperceel 8 en in het praktijkperceel 13 bespuitingen uitgevoerd. Het aantal bespuitingen en de hoeveelheid actieve stof voor insecticiden en herbicide waren voor beide percelen gelijk. Door eerder te planten kon het gewas ook eerder worden geoogst waardoor het aantal fungicide bespuitingen afnam van 9 bespuitingen naar 4 bespuitingen. Aan actieve stof voor fungiciden werd in het gangbare perceel twee maal zoveel gespoten dan in het proefperceel (14,1 kg/ha t.o.v. 28,3 kg/ha). Ook uit het onderzoek dat één jaar eerder is uitgevoerd komt hetzelfde naar. Door eerder te planten en te oogsten neemt de hoeveelheid gebruikte actieve stof af van 9,95 kg/ha (gangbaar perceel) tot 7,53 (proef perceel). De verlaging ontstond dat jaar door minder fungicide bespuitingen en de onkruidbestrijding uit te voeren met een lage doseringssysteem. In 2003 en 2004 is bekeken of het mogelijk is om de teelt van plantsjalotten te vervroegen. Om dit te bereiken is nagegaan wat het effect is van de rooi datum van het plantmateriaal, de maat van het plantmateriaal en het planttijdstip op een aantal gewaseigenschappen. In 2003 zijn géén bloeiende planten waargenomen. In 2003/2004 zijn wel bloeiende planten waargenomen. De meeste planten met schieters zijn waargenomen bij het plantmateriaal dat op 29-10-2003 is geplant met de grootste bolmaat (10-12 cm). De kleinere bolmaat 6-8 cm levert 0,6% schieters op. Wordt op 25-11-2003 geplant dan ligt het % schieters voor beide bolmaten op 0,5%. Wordt nog later geplant (14-1-2004 en 22-3-2004) dan worden geen planten met schieters waargenomen. In 2003 zijn geen aantoonbare verschillen waargenomen tussen de veldopbrengsten. Uit het onderzoek dat een jaar later is uitgevoerd komt naar voren dat de veldopbrengst toeneemt wanneer later wordt geplant. Sjalotten geplant op 29-10-2003 leveren een veldopbrengst van 28,5 ton/ha op. Worden ze geplant op 22- 3-2004 dan resulteert dit in een aantoonbaar hogere veldopbrengst van 34,7 ton/ha. De bolmaat heeft een groot effect op de veldopbrengst. Bij een bolmaat van 6-8 cm ligt de gemiddelde veldopbrengst op 25,7 ton/ha, terwijl een grotere bolmaat (10-12 cm) een veldopbrengst van 36,5 ton oplevert. Dit effect is groter wanneer eerder geplant wordt. Ook het 4 weken eerder gerooide plantmateriaal leverde uiteindelijk een lagere veldopbrengst op (25 ton/ha t.o.v. 37 ton/ha). In 2003/2004 is de bewaartemperatuur ook onderzocht. Vijf weken voor het planten zijn de sjalotten bij verschillende temperaturen bewaard en daarna op 29-10-2003 uitgeplant. Het minste % schieters is waargenomen bij plantmateriaal bewaard bij 15oC en het hoogste % schieters bij een bewaartemperatuur van 20oC (respectievelijk 7,3 en 18,9%). De standaard bewaring tussen de 10-18oC resulteerde in12,6% schieters. De bewaartemperatuur van het plantmateriaal heeft effect op het % schieters wanneer vroeg geplant wordt. Verder onderzoek is noodzakelijk om na te gaan welke temperatuur en hoe lang het plantmateriaal van het ras Pikant bewaard moet worden om zo min mogelijk schieters te krijgen, waarbij ook nog een zo hoog mogelijke opbrengst bereikt wordt. Dit onderzoek werd mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van Stichting Prof. Dr. JM. van Bemmelhoeve en Provincie Noord Holland.
Original languageDutch
Place of PublicationLelystad
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving
Number of pages14
Publication statusPublished - Aug 2004

Publication series

NamePPO rapport
No.510287

Cite this