Vermindering nachtvorstschade in zetmeelaardappelen: een bureaustudie

K.H. Wijnholds

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In het voorjaar kan op venige percelen of perceelsgedeelten veel schade aan aardappelen (en bieten)
ontstaan door nachtvorst. In 2003 is door het HLB in een potproef geprobeerd om de vorstgevoeligheid te
beïnvloeden. Het bevochtigen van de plant voor de nachtvorst bleek de plant sterk gevoeliger voor
nachtvorstschade te maken. In de proef is de nachtvorst nagebootst in een koelcel. In deze cel werden de
aardappelplanten niet nat door dauw. De verwachting was dat dit onder natuurlijke omstandigheden wél
gebeurt. Daarom zijn bij meerdere weerstations data opgevraagd. Alleen data van Dacom van een
weerstation bij Emmen was geschikt was voor bewerking. Van de bruikbare gegevens (van de dagen
voorafgaand aan een nacht met nachtvorst) is een databestand gemaakt. Met behulp van statistiek is
getracht verbanden tussen deze gegevens te vinden. Hieruit is het volgende naar voren gekomen:
• In ± 60% van de nachtvorst nachten is het blad nat voor en/of tijdens de nachtvorstperiode.
• De maximum temperatuur van de dag voorafgaand aan de nachtvorst lijkt geen voorspellende
waarde te hebben voor de mate van bladnat.
• Dit geldt ook voor de op die momenten gemeten relatieve en absolute luchtvochtigheid en de
windsnelheid.
Voorspelling van dauwnat lijkt hiermee dus onmogelijk. Verder onderzoek om nachtvorstschade tijdens
dauwnatte nachten te beperken lijkt dus ook niet perspectiefvol.
Original languageDutch
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Number of pages17
Publication statusPublished - Sep 2005

Publication series

Namerapport PPO
No.510260

Cite this