Verbetering van de kwaliteit van TBM-pootgoed: Knelpunten kwaliteit

C.B. Bus

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Aan de hand van de monsters die de NAK voor de Stichting TBM verzamelde in 1998 en 1999 is de huidige kwaliteit van het pootgoed dat voor de teelt van zetmeelaardappelen wordt gebruikt, nagegaan. Uit deze monsters bleek dat de mate waarin de knollen zijn bedekt met Rhizoctonia over het algemeen laag was. Knollen die meer dan licht met lakschurft waren bezet werden maar heel beperkt waargenomen. Zilverschurft was moeilijk snel aan de monsters vast te stellen maar uit de hoeveelheid ’slappe’ (zachte, wat verschrompelde) knollen bleek dat hiervoor meer aandacht op zijn plaats is. De bewaring dient meer op het voorkómen van uitbreiding door zilverschurft gericht te zijn. Poederschurft en gewone schurft vormen in enkele pootgoedpartijen een probleem. Voor zover al niet het hele gebied besmet is met poederschurft, vormt vooral de verdere besmetting van niet besmette percelen de grote bedreiging door deze ziekte. Het grootste probleem vormt de aanwezigheid van droog- en natrot in het pootgoed. In 1998 werden in 16% van de partijen en in 1999 in 24% van de partijen een of meer (deels) rotte knollen vastgesteld. In 1998 leidde dit ertoe, ondanks poten met de hand waarbij rotte knollen werden verwijderd, dat 9% van de monsters een onvoldoende stand lieten zien. In 1999 was dit, waarschijnlijk als gevolg van gunstige omstandigheden voor een vlotte opkomst, beter. Het rot werd veroorzaakt door zowel schimmels (Phytopthora, Fusarium-soorten) als bacteriën. In 1998 toonde het HLB aan dat de Fusarium-schimmels voor het overgrote deel gevoelig waren voor bewaarziektenbestrijdende middelen op basis van thiabendazol. In 1999 kwam veel meer Fusarium sulphureum voor, een Fusarium-soort die alleen met imazalil-bevattende middelen is te bestrijden. Voor een verdere verbetering van de kwaliteit van zetmeelaardappelpootgoed zijn de belangrijkste stappen: rooien zonder te beschadigen en zonder ziektes te versmeren en goed bewaren, dat wil zeggen, koel en droog. Dit verbetert de vitaliteit van het pootgoed, beperkt de kans op schimmelziekten zoals Fusarium en zilverschurft en op bacterieziekten zoals zwartbenigheid en stengelnatrot
Original languageDutch
Place of PublicationLelystad
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector AGV
Number of pages21
Publication statusPublished - Dec 2000

Cite this