TY - BOOK
T1 - Use case herbicidentoepassing met de Ecorobotix ARA spotsprayer in zaaiuien : veldproeven uitgevoerd ter validatie van de agronomische waarde van de Ecorobotix ARA spotsprayer en verkenning van juridische inkadering van spotspraytechnieken; activiteiten uitgevoerd binnen de voucherregeling Boerderij van de Toekomst
AU - Huiting, Hilfred
AU - Sprangers, Timo
AU - Teuns, Damian
AU - Veldhuisen, Bram
N1 - Project number: KVW-00645
PY - 2025
Y1 - 2025
N2 - Als gevolg van technische en beleidsmatige ontwikkelingen staat de markt voor gewasbeschermingsmiddelen (GBM) onder druk, met zgn. Candidates for Substitution (CfS) als prominent voorbeeld hiervan; deze groep actieve stoffen hebben een groot belang in sommige teelten. Een voorbeeld hiervan is het bodemherbicide pendimathalin (o.a. Stomp) in de uienteelt. De uienteelt is ook in breder perspectief uitdagend te noemen op het vlak van onkruidbestrijding, door de combinatie van een open gewas en een relatief langzame ontwikkeling, waardoor onkruiden weinig concurrentie ondervinden. Hierdoor is er behoefte aan zo gericht mogelijk inzet van de beschikbare GBM, in tijd en plaats. Goede beeldherkenning en plaatsspecifieke aansturing zijn daarbij cruciaal. In een uiengewas betekent beeldherkenning het kunnen onderscheiden van onkruidplanten van gewasplanten (‘green on green’). Met de ARA spotsprayer van het Zwitserse bedrijf Ecorobotix is het mogelijk om in uien onkruiden te herkennen en plaatsspecifiek te bespuiten. Dit maakt het mogelijk de onkruidbeheersingsstrategie aan te passen aan de technische mogelijkheden. Tegelijkertijd is het nodig te kijken hoe de technische mogelijkheden passen in juridische/wettelijke kaders voor spuittechniek. Dit rapport beschrijft een aanzet tot het bouwen van een juridische use case, en twee veldproeven die technische resultaten hebben opgeleverd in relatie tot de use case. De use case bestaat uit het beschrijven van de dynamiek van de inzet onkruidbestrijdingsmiddelen, waarbij stofeigenschappen, dosering en plaatsing in tijd en ruimte een rol spelen. Selectiviteit tussen planten voor een bepaalde stof in een bepaalde dosering spelen daarin een rol; in hoeverre een plantensoort of -familie al dan niet hinder ondervindt van een toepassing. Hinder is daarbij t.a.v. onkruiden het doel, en voor gewasplanten nadelig. Door plaatsspecifiek toepassen (tijd en ruimte) waarbij gewas niet of minder wordt geraakt kan het eerste doel beter worden bediend, terwijl het tweede zoveel mogelijk wordt vermeden. De totale ingezette hoeveelheid middel zal daarbij in meer of mindere mate gereduceerd worden, afhankelijk van de onkruiddichtheid. De werking van de Ecorobotix ARA wordt beschreven, zowel de hardware als de software, op basis van de beschikbare informatie, waarbij zo goed mogelijk is aangegeven in hoeverre de machine past in de theoretische kaders van de use case. Ook wordt stilgestaan bij de rol van regulerende instanties, zowel t.a.v. de gewasbeschermingsmiddelen als de toepassingstechniek. In twee veldproeven is op basis van de technische mogelijkheden van de Ecorobotix ARA een aantal onkruidbestrijdingsstrategieën vergeleken. De strategieën zijn deels ontworpen op basis van de huidige mogelijkheden, en deels op basis van (verwachte) toekomstontwikkelingen waarbij m.n. de producten met een CfS-stof weggelaten zijn. Proeven werden uitgevoerd op een zavel- en een zandgrond, in Lelystad en Reusel. Waarnemingen zijn gedaan aan de onkruidbezetting en aan de opbrengst aan het einde van de teelt. de proef in Lelystad kende een lagere onkruidbezetting dan de proef in Reusel, waarbij in beide proeven verschillen in resterende onkruiden zichtbaar waren, wat iets vertelt over de mate van onkruidbestrijding door de verschillende strategieën. Het proefveld in Reusel kende (binnen de verhoudingsgewijs hogere bezetting) een helft met een lagere en een hogere onkruidbezetting. In de proef in Lelystad en in de helft met lagere onkruidbezetting in Reusel werden geen opbrengsteffecten waargenomen in vergelijk met de praktijk-/referentiestrategie. In de helft van het proefveld in Reusel met een hogere onkruidbezetting werd een lagere opbrengst gemeten in veldjes met een hogere onkruiddruk. Gemeten opbrengstverschillen kunnen daarmee worden toegeschreven aan concurrentie door onkruiden en lijken niet het gevolg te zijn van gebrekkige selectiviteit van de behandelingen.
AB - Als gevolg van technische en beleidsmatige ontwikkelingen staat de markt voor gewasbeschermingsmiddelen (GBM) onder druk, met zgn. Candidates for Substitution (CfS) als prominent voorbeeld hiervan; deze groep actieve stoffen hebben een groot belang in sommige teelten. Een voorbeeld hiervan is het bodemherbicide pendimathalin (o.a. Stomp) in de uienteelt. De uienteelt is ook in breder perspectief uitdagend te noemen op het vlak van onkruidbestrijding, door de combinatie van een open gewas en een relatief langzame ontwikkeling, waardoor onkruiden weinig concurrentie ondervinden. Hierdoor is er behoefte aan zo gericht mogelijk inzet van de beschikbare GBM, in tijd en plaats. Goede beeldherkenning en plaatsspecifieke aansturing zijn daarbij cruciaal. In een uiengewas betekent beeldherkenning het kunnen onderscheiden van onkruidplanten van gewasplanten (‘green on green’). Met de ARA spotsprayer van het Zwitserse bedrijf Ecorobotix is het mogelijk om in uien onkruiden te herkennen en plaatsspecifiek te bespuiten. Dit maakt het mogelijk de onkruidbeheersingsstrategie aan te passen aan de technische mogelijkheden. Tegelijkertijd is het nodig te kijken hoe de technische mogelijkheden passen in juridische/wettelijke kaders voor spuittechniek. Dit rapport beschrijft een aanzet tot het bouwen van een juridische use case, en twee veldproeven die technische resultaten hebben opgeleverd in relatie tot de use case. De use case bestaat uit het beschrijven van de dynamiek van de inzet onkruidbestrijdingsmiddelen, waarbij stofeigenschappen, dosering en plaatsing in tijd en ruimte een rol spelen. Selectiviteit tussen planten voor een bepaalde stof in een bepaalde dosering spelen daarin een rol; in hoeverre een plantensoort of -familie al dan niet hinder ondervindt van een toepassing. Hinder is daarbij t.a.v. onkruiden het doel, en voor gewasplanten nadelig. Door plaatsspecifiek toepassen (tijd en ruimte) waarbij gewas niet of minder wordt geraakt kan het eerste doel beter worden bediend, terwijl het tweede zoveel mogelijk wordt vermeden. De totale ingezette hoeveelheid middel zal daarbij in meer of mindere mate gereduceerd worden, afhankelijk van de onkruiddichtheid. De werking van de Ecorobotix ARA wordt beschreven, zowel de hardware als de software, op basis van de beschikbare informatie, waarbij zo goed mogelijk is aangegeven in hoeverre de machine past in de theoretische kaders van de use case. Ook wordt stilgestaan bij de rol van regulerende instanties, zowel t.a.v. de gewasbeschermingsmiddelen als de toepassingstechniek. In twee veldproeven is op basis van de technische mogelijkheden van de Ecorobotix ARA een aantal onkruidbestrijdingsstrategieën vergeleken. De strategieën zijn deels ontworpen op basis van de huidige mogelijkheden, en deels op basis van (verwachte) toekomstontwikkelingen waarbij m.n. de producten met een CfS-stof weggelaten zijn. Proeven werden uitgevoerd op een zavel- en een zandgrond, in Lelystad en Reusel. Waarnemingen zijn gedaan aan de onkruidbezetting en aan de opbrengst aan het einde van de teelt. de proef in Lelystad kende een lagere onkruidbezetting dan de proef in Reusel, waarbij in beide proeven verschillen in resterende onkruiden zichtbaar waren, wat iets vertelt over de mate van onkruidbestrijding door de verschillende strategieën. Het proefveld in Reusel kende (binnen de verhoudingsgewijs hogere bezetting) een helft met een lagere en een hogere onkruidbezetting. In de proef in Lelystad en in de helft met lagere onkruidbezetting in Reusel werden geen opbrengsteffecten waargenomen in vergelijk met de praktijk-/referentiestrategie. In de helft van het proefveld in Reusel met een hogere onkruidbezetting werd een lagere opbrengst gemeten in veldjes met een hogere onkruiddruk. Gemeten opbrengstverschillen kunnen daarmee worden toegeschreven aan concurrentie door onkruiden en lijken niet het gevolg te zijn van gebrekkige selectiviteit van de behandelingen.
UR - https://edepot.wur.nl/687215
U2 - 10.18174/687215
DO - 10.18174/687215
M3 - Report
T3 - Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten
BT - Use case herbicidentoepassing met de Ecorobotix ARA spotsprayer in zaaiuien : veldproeven uitgevoerd ter validatie van de agronomische waarde van de Ecorobotix ARA spotsprayer en verkenning van juridische inkadering van spotspraytechnieken; activiteiten uitgevoerd binnen de voucherregeling Boerderij van de Toekomst
PB - Wageningen Plant Research
CY - Wageningen
ER -