Themaboek Vleesvee-onderzoek

Anonymous

    Research output: Book/ReportBook editingAcademic

    Abstract

    In Nederland is de productie van rund- en kalfsvlees vrijwel volledig afhankelijk van de melkveestapel. Dit geldt zowel voor de hoeveelheid als voor de kwaliteit. Van 1970 tot 1984 nam het aantal melkkoeien toe van 1,9 tot 2,5 miljoen. De uitstoot van koeien en vaarzen nam daardoor ook geleidelijk toe. Bedroeg dit aantal in 1970 nog 788 duizend, in 1984 was dit opgelopen tot ruim 1 miljoen slachtingen. Door de invoering van de superheffing nam het aantal melkkoeien af tot het niveau van 1970. In eerste instantie nam de uitstoot sterk toe maar momenteel is het aantal slachtingen van koeien en vaarzen samen gedaald tot bijna 800 duizend. Ook ontwikkelde zich in de periode vanaf 1970 een gespecialiseerde vlees stierenhouderij. In 1970 bedroeg het aantal slachtingen van vleestieren ruim 100 duizend terwijl dit aantal momenteel ongeveer 300 duizend per jaar is. Dit is bijna 30 procent van het totaal aantal runderslachtingen. De vetweiderij van ossen is vrijwel helemaal verdwenen. Het aantal slachtingen van vleeskalveren bedraagt ruim 1 miljoen per jaar. De binnenlandse consumptie van rundvlees is in 13 jaar afgenomen met 3,8 kg van 21,4 kg per inwoner in 1975 tot 17,6 kg in 1988. Hierdoor moet steeds meer rundvlees geëxporteerd worden. Kalfsvlees werd steeds al overwegend geproduceerd voor export (ca 85 Oh). De vleesstierenhouderij heeft zich vooral ontwikkeld in de zandgebieden waar het mogelijk was om snijmais te telen en waar vanouds al veel gemengde bedrijven bestonden. Het totaal aantal van bedrijven met jongvee voor de rundvlees productie is afgenomen, van 33.750 in 1970 tot 16.400 in 1984. Als gevolg van de toenemende interesse voor vleesvee is het aantal weer met ruim zevenduizend toegenomen tot 22.300 in 1989. Bedacht dient te worden dat in deze telling ook bedrijven met bijvoorbeeld slechts 2 stuks vleesvee zijn opgenomen. Ook heeft er een enorme schaalvergroting plaatsgevonden, Het aantal bedrijven met 50 of meer stuks vleesvee bedroeg in 1970 nog net 300 terwijl dit in 1989 al bijna 2.300 bedrijven waren. Het LEI houdt van een aantal bedrijven met vleesstieren een bedrijfseconomische boekhouding bij. In tabel 1 staan gemiddelden van de eerste en de laatste vier jaren. Uit deze tabel komen enkele duidelijke ontwikkelingen naar voren. Zo is het afleveringsgewicht toegenomen. De groei per dag is meer toegenomen waardoor de mestduur verkort werd. Dit hangt ook samen met een toename van het gebruik van kruislingstieren en stieren van zuivere vleesrassen in de laatste jaren, tot zelfs 81 procent in 1989. Verder blijkt dat de aankoopprijs van de kalveren bijna verdubbeld is en dat ook de voerkosten zijn gestegen. De opbrengstprijs is hoger. De laatste jaren treedt echter wel een prijsdaling op doordat de interventie van stierenvlees door de EG grotendeels is weggevallen. De arbeidsopbrengst is drastisch verminderd. Wel zijn er grote verschillen in arbeidsopbrengst tussen de jaren. Dit staat in grafiek 1. Tussen de bedrijven doen zich eveneens grote verschillen voor. De verwachting is dat de zelfvoorzieningsgraad voor rundvlees in de EG ongeveer 100 zal zijn. Dit betekent dat de opbrengstprijzen onder druk blijven staan. Wel komt er steeds meer vraag naar kwaliteitsvlees. Doordat er minder kalveren geboren worden zal de prijs hoog blijven. Om een redelijk inkomen te halen dient de vleesveehouder dan ook vooral zijn voerkosten laag te houden en het uitgangsmateriaal op de juiste wijze wat systeem en huisvesting betreft tot waarde te brengen. Het praktijkonderzoek speelt hierop in. Deze uitgave over het vleesvee-onderzoek gaat in op de resultaten van het onderzoek van de laatste twee jaar. We vertrouwen erop dat het een bijdrage kan leveren aan een goede bedrijfsvoering.
    Original languageUndefined/Unknown
    Place of PublicationLelystad
    PublisherProefstation voor de Rundveehouderij, Schapenhouderij enPaardenhouderij
    Number of pages53
    Publication statusPublished - 1991

    Publication series

    NameThemaboek
    No.5

    Cite this