The Uma - economy : indigenous economics and development work in Lawonda, Sumba, Eastern - Indonesia

J. Vel

Research output: Thesisinternal PhD, WU

Abstract

De Uma-economie: inheemse economie en ontwikkelingswerk in Lawonda, Sumba (oostelijk Indonesië)

Dit boek gaat over de economie van Lawonda, een gebied in het midden van het eiland Sumba in het oosten van Indonesië. Van 1984 tot 1990 heb ik samen met mijn gezin in Lawonda gewoond. Mijn man en ik werkten voor de Gereformeerde Kerken in Nederland als adviseurs voor Propelmas, een ontwikkelingsproject van de Christelijke Kerk van Sumba. De algemene doelstelling van dit project was om de materiële situatie van de plaatselijke bevolking te verbeteren, met name van de armsten onder hen. In de loop van de jaren raakten we ervan overtuigd dat programma's voor armoedebestrijding alleen effectief kunnen zijn, als hun ontwerp gebaseerd is op grondige kennis van de bestaande inheemse economie. Dit proefschrift presenteert een beschrijving en analyse van die inheemse economie, en laat daarna zien hoe de mensen uit Lawonda hun economie aanpassen aan veranderingen, met name hoe zij omgaan met de steeds groter wordende behoefte aan geld. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de manier waarop kennis van de inheemse economie gebruikt kan worden in ontwikkelingsprogramma's.

De analytische vraag die centraal staat in deze studie is hoe de inheemse economie bestudeerd kan worden als onderdeel van de lokale samenleving en haar cultuur. Bij een dergelijke benadering moet gezocht worden naar begrippen en eenheden die aangeven op welke manier de plaatselijke bevolking zelf denkt over economische activiteiten en organisatie. De Uma-economie is de naam die ik heb gekozen om de economie van Lawonda aan te duiden. Deze naam verbindt de economie aan de meest kenmerkende eenheid binnen de traditionele sociale organisatie, de Uma. Het woord uma betekent huis, maar geschreven met een hoofdletter heeft het een tweede betekenis, namelijk de groep mensen die bestaat uit het echtpaar dat een nieuw huis, uma, heeft gebouwd en hun nakomelingen. Deze groep functioneert als basiseenheid binnen de dagelijkse economie. Binnen de Uma worden gemeenschappelijke taken verdeeld, en wordt beslist wie welk stuk land mag bewerken, wat er met het vee gedaan wordt, wie mag gaan studeren, enzovoorts.

Van oudsher is de economie van Lawonda, waarin landbouw de belangrijkste bron van bestaan is, gericht op de eigen regio. Maar Sumba is geen geïsoleerd gebied. In de loop van deze eeuw is Sumba steeds meer onderdeel van de Indonesische natie geworden, en geleidelijk aan wordt de inheemse economie opgenomen in grotere economische verbanden. Om de veranderingsprocessen die optreden in de Uma-economie te benoemen en te analyseren heb ik gebruik gemaakt van theoretische inzichten, die men aanduidt met de gemeenschappelijke noemer "articulatie (koppeling) van produktiewijzen" (Ray, 1973; Wolpe, 1980; Raatgever, 1988). Het onderwerp daarin is hoe traditionele economieën in een specifieke lokale context geleidelijk aan opgenomen worden in de kapitalistische produktiewijze, maar daarbij een gedeelte van de eigen specifieke kenmerken behouden. Voor de bevolking van Lawonda betekent deze "articulatie van produktiewijzen" dat zich allerlei nieuwe mogelijkheden voordoen: naast wat men van oudsher gewend was zijn er nu verschillende vormen en middelen van uitwisseling, verschillende doeleinden van economische activiteiten, en verschillende denkwijzen en manieren om de eigen handelwijze te legitimeren. Gesteund door inzichten uit de economische antropologie (Sahlins, 1972; Polanyi, 1957; Bohannan, 1957; Parry en Bloch, 1989) en de rechtsantropologie (Von Benda-Beckmann, 1992; Von Benda-Beckmann, et.al., 1989, Griffiths, 1986) beschrijf ik de Uma-economie als een repertoire van opties, een scala van mogelijkheden, waarbij de mensen in Lawonda kunnen kiezen om in hun behoeften te voorzien op hun traditionele manier of gebruik te maken van de alternatieve mogelijkheden. Binnen het repertoire van opties onderscheid ik drie keuze-gebieden: (a) alternatieve uitwisselingsvormen, (b) alternatieve vormen van sociale organisatie, en (c) verschillende denkwijzen. Deze begrippen worden besproken in het eerste hoofdstuk. Na de inleiding bestaat het boek uit drie delen.

Het eerste deel van het boek omvat de beschrijving en analyse van de Uma-economie. Dit deel begint met hoofdstuk twee, dat het dagelijks leven in Lawonda beschrijft. Welke mensen wonen er in Lawonda en hoe voorzien zij in hun dagelijks levensonderhoud? Deze eerste kennismaking schetst een beeld van een samenleving dat heel anders is dan wat men zich doorgaans bij een Indonesisch dorp voorstelt. Lawonda is dun bevolkt, met gemiddeld niet meer dan 50 inwoners per vierkante kilometer. In het heuvelachtige landschap wordt droge landbouw op de hellingen gecombineerd met natte rijstbouw in de dalen. De technieken die men in de landbouw gebruikt zijn eenvoudig, er worden maar weinig middelen van buiten het eigen produktiesysteem, zoals kunstmest of pesticide, gebruikt, en de opbrengsten per hectare zijn laag. Veeteelt is een geïntegreerd deel van het lokale landbouwsysteem. Waterbuffels worden gebruikt bij de bewerking van de rijstvelden en paarden gebruikt men als rij- en lastdier. Daarnaast is de sociale en rituele betekenis van vee groot. Hoofdstuk twee presenteert de lezer een indruk van de couleur locale.

In hoofdstuk drie wordt de sprong gemaakt naar een onderwerp dat de ingewikkelde samenhang tussen economie en cultuur laat zien. Het centrale begrip in dit hoofdstuk is de morality of exchange, het geheel aan normen en regels met betrekking tot uitwisseling van goederen en diensten. Het gaat daarbij om vragen als: waarom hebben mensen in Lawonda voorkeur voor ruil in natura boven verkoop voor geld, waarom wisselen ze liever goederen uit met de eén dan met de ander, waarom kunnen sommige zaken helemaal niet uitgewisseld worden of alleen maar voor heel bepaalde andere goederen, en wanneer spreken ze van een goede ruil. In de markteconomie, als economisch model, worden wordt de waarde van goederen uitgedrukt in marktprijzen. In de Uma-economie bestaat dit marktmechanisme maar op heel beperkte schaal, en de waarde van goederen wordt dan ook niet uitgedrukt in geld. Mensen in Lawonda hebben hun eigen waarderingssysteem, waarbij goederen worden ingedeeld in verschillende sferen van ruilverkeer (spheres of exchange). Dat zijn onderscheiden categorieën van goederen, waartussen een rangorde bestaat. Wanneer iets uit de hoogste categorie geruild wordt voor bijvoorbeeld voedsel, dat tot de laagste categorie behoort, keurt men dat af als een slechte ruil. Daarnaast zijn transacties nooit anoniem in Lawonda: de ruilvoet is afhankelijk van de persoonlijke kenmerken van degene met wie men de ruil aangaat. De combinatie van categorieën van goederen en ruil-partners leidt tot ingewikkelde uitwisselingspatronen. De traditionele normen en regels op dit gebied zijn heel sterk. De introductie en vervolgens het toenemend gebruik van geld, hebben er niet toe geleid dat transacties nu vooral volgens het marktmechanisme plaats vinden. In tegendeel, geld wordt ook in sferen van ruilverkeer ingepast, door het niet te beschouwen als geld op zich, maar verbonden met de besteding waarvoor men het wil gebruiken. Met deze analyse van het ruil gedrag in de Uma-economie is het mogelijk iets meer te begrijpen van de reacties van de bevolking in Lawonda op ontwikkelingsaktiviteiten die gericht zijn op geld verdienen. Bijvoorbeeld, waarom men in programma's voor varkenshouderij de varkens niet graag verkoopt om met de opbrengst voedsel te kopen, of waarom de boeren het zonde vinden om de opbrengst van het stierenmestprogramma aan schoolgeld te besteden.

De morality of exchange is geen overblijfsel uit vervlogen tijden. In de loop der tijd hebben de Lawondanezen de normen en regels steeds aan gepast aan de veranderingen die op hen afkwamen. Hoofdstuk vier geeft een overzicht van de historische ontwikkelingen op Sumba en hun gevolgen voor de Uma-economie van Lawonda. In dit overzicht ligt de nadruk op interventies van buitenaf zowel door de overheid als door de Zending van de christelijke kerk. Voordat deze interventies plaats vonden was de Uma-economie georganiseerd volgens de regels van de traditionele sociale organisatie, die in dit hoofdstuk beschreven worden. Pas in de jaren zestig was de invloed van overheid en kerk zover toegenomen dat die in het dagelijks leven in Lawonda voelbaar werd. Eén van de gevolgen was dat er alternatieve sociale organisatievormen ontstonden, die ook nieuwe mogelijkheden voor ruilrelaties boden. Wie vroeger elkaar in termen van verwantschap als vreemden beschouwden, kunnen nu als Indonesisch staatsburgers, of als leden van de "christelijke familie" met elkaar omgaan, en op de daarbij passende wijze goederen en diensten uitwisselen.

Deze omgang met "vreemden" is voor velen in Lawonda noodzakelijk geworden. Immers, niet alles waar een modern huishouden op Sumba behoefte aan heeft kan meer binnen de Uma zelf voortgebracht worden. Voor deze produkten van buiten is geld nodig. Een gedeelte van de arbeidskracht van de Uma wordt gebruikt om aan geld te komen. Hoofdstuk vijf gaat over arbeid in de Uma-economie, en behandelt de manier waarop men traditioneel met werk en de verdeling daarvan omgaat, en hoe dat verandert. Betaalde arbeid is buiten de steden op Sumba in de private sector nog steeds zeldzaam, maar wel is er steeds meer ruil van arbeid voor het gebruiksrecht van land, voor het gebruik van een kudde buffels, en ook voor financiële giften. In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe de alternatieve vormen van sociale organisatie mogelijkheid bieden om arbeidskracht uit te wisselen tegen geld en het gebruik van land en vee.

Naast arbeidskracht is grond de belangrijkste hulpbron in de Uma-economie. In hoofdstuk zes wordt beschreven dat er in Lawonda geen markt voor grond bestaat, maar dat er wel veel uitwisseling is van gebruiksrechten van grond. De traditionele opvatting dat grond geen privé eigendom is, maar aan de kabihu behoort ligt hieraan ten grondslag. Vervolgens ziet men in de manier van uitwisseling van gebruiksrechten een andere manifestatie van de morality of exchange.

Het tweede deel van het boek presenteert vier verschillende manieren waarop mensen in Lawonda aan geld proberen te komen. De keuze voor eén van deze opties is geen vrije, maar hangt af van de mate waarin een persoon beschikt over grond, vee en arbeidskracht, en eveneens van de vraag in hoeverre nieuwe activiteiten, die niet in overeenstemming zijn met de traditionele normen voor economisch gedrag, van hem geaccepteerd worden door zijn omgeving.

Hoofdstuk zeven gaat in op de manier waarop de mensen in Lawonda activiteiten om geld te verdienen beoordelen. Deze beoordeling is gebaseerd op hun ideeën over wat de kwaliteit van het leven bepaalt. In die perceptie is sociale zekerheid cruciaal. Dat betekent dat hoge prioriteit gegeven wordt aan het onderhouden van goede relaties met allen die steun kunnen verlenen in tijden van tekort, en ook met de overledenen, die volgens het traditionele geloof het wel en wee van de levenden in sterke mate beïnvloeden. Deze percepties omtrent het doel van economische activiteiten en de prioriteiten in het besteden van schaarse middelen, zijn anders dan de uitgangspunten die meestal aan ontwikkelingsaktiviteiten ter bestrijding van armoede ten grondslag liggen. Dit blijkt bij voorbeeld in de verschillende manieren waarop armoede geconstateerd en gemeten wordt. In dit hoofdstuk worden een aantal van deze poverty-assessment methoden besproken, en dan volgt een beschrijving van de criteria die mensen uit Lawonda zelf hanteren om rijken van armen te onderscheiden.

Hoofdstuk acht presenteert de eerste, en meest "traditionele" manier waarop mensen in Lawonda aan geld komen. Zoals men uitwisselingsrelaties aanknoopt met grond- en veebezitters in ruil voor arbeidsdiensten, zo wordt er nu ook gezocht naar mensen met een betaalde baan, die een gedeelte van hun inkomen willen ruilen tegen het gebruik van grond of vee, of tegen arbeidsdiensten. In de hedendaagse uitwisselings-netwerken vindt men de vier verschillende soorten partners vertegenwoordigd. De transacties vinden plaats zoals dat voorheen tussen naaste familieleden gebruikelijk was; de partners hebben de wederkerigheidsrelatie geaccepteerd, en spreken van onderlinge hulp in plaats van directe uitwisseling van gelijkwaardige tegenprestaties. De toegang tot dit soort uitwisselings-netwerken is beperkt, en daarmee ook de mogelijkheid om via deze weg aan geld te komen. Alleen zij die anderen iets te bieden hebben, arbeid, grond, vee of geld, zijn in staat nieuwe wederkerigheidsrelaties te scheppen.

Als men dergelijke relaties met geld-partners mist, of als men zulke grote bedragen aan geld nodig heeft, dat die niet meer alleen uit de bijdrage van geld-partners opgebracht kunnen worden, moet men een meer individuele wijze van geld verdienen vinden. Hoofdstuk negen beschrijft zo'n manier, die wel gekozen wordt door armere jonge mannen uit Lawonda. Hun toekomst perspectief is soms zo slecht, dat zij hun toevlucht nemen tot illegale activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om het verzamelen en verkopen van eetbare vogelnestjes. Het verzamelen is gevaarlijk werk, maar de verkoop van de vogelnestjes levert grote bedragen geld op. Het bezwaar van deze activiteit is dat het tegen de regels van de lokale gemeenschap -met name de nette middenklasse- ingaat: volgens hen staat het verzamelen van vogelnestjes gelijk aan omgang met de boze geesten, en het geld dat hiermee verdiend wordt is "heet" en zal alleen maar tot ziekte en narigheid leiden.

Hoofdstuk tien gaat in op de mogelijkheden om via verhoging van de rijstproduktie geld te verdienen. Rijstboeren in Lawonda zijn zeer geïnteresseerd in vernieuwingen die tot produktieverhoging leiden. Een nieuwe wijze van grondbewerking, waarbij minder vee nodig is, vond echter geen ingang, omdat daarmee de belangen van de vee-bezitters geschaad werden. Een eigen experiment van de boeren om een deel van het gewas eerder in het seizoen te zaaien had wel succes, maar leidde niet tot veel extra inkomen in geld. Rijst is het meest favoriete voedsel, dat bovendien makkelijk vervoerd en opgeslagen kan worden. Vanwege die eigenschappen wordt er van de rijstoogst altijd een aanzienlijk deel verdeeld in plaats van verkocht. Een verhoging van de produktie verdwijnt via de bestaande verdelingsmechanismen, en het blijkt dat rijst een produkt is dat in Lawonda meer geschikt is voor wederkerige uitwisseling en ruil in natura, dan voor verkoop.

Als laatste in het overzicht van verschillende wijzen om aan geld te komen, behandelt hoofdstuk 11 de verbouw en verkoop van kacang ijo (in Nederland het meest bekend als taugé-boontjes). Het blijkt een goed handelsgewas te zijn voor het armere deel van de bevolking, dat leeft van de droge landbouw, omdat het werk in deze teelt samenvalt met het drukke seizoen in de rijstbouw. Men heeft geen moeite om de boontjes te verkopen voor geld, omdat bonen tot de laagste categorie van ruilverkeer behoren, en er bestaat geen verdelingstraditie voor bonen. De verkoop van kacangijo blijkt een aparte en ingewikkelde activiteit voor de boeren in Lawonda, en het hoofdstuk laat zien hoe moeilijk het is om een handelwijze die past binnen de markteconomie over te nemen, wanneer men denkt volgens de regels van de Uma-econornie.

In het derde deel van het boek komen de grote lijnen uit de voorgaande hoofdstukken bijeen in twee slothoofdstukken. Hoofdstuk 12 vat samen hoe de mensen uit Lawonda actief gebruik maken van het repertoire van opties. De kwaliteit van de sociale relatie tussen twee mensen bepaalt welk gedrag het meest passend is, en daarmee ook onder welke voorwaarde transacties tussen hen plaats vinden. Daarom kiezen uitwisselingspartners bij voorkeur voor de identiteit die hen het meeste voordeel biedt. Aan het einde van dit hoofdstuk kom ik terug op de manieren waarop mensen in Lawonda omgaan met de toenemende behoefte aan geld. De hoofdstukken in het tweede deel van dit boek laten zien dat er geen sprake is dat de ~-economie van Lawonda zich volgens een lineaire ontwikkeling in de richting van kapitalisme beweegt. De vooronderstelling dat het kapitalisme de dominante produktiewijze is, zou inhouden dat wederkerigheid slechts een vorm van uitwisseling is die vooraf gaat in de ontwikkeling naar uitwisseling via de markt, en daarom uiteindelijk zal verdwijnen. In Lawonda is er geen sprake van zo'n eenduidige ontwikkeling. Er zijn twee tendensen. Alle pogingen in Lawonda om aan geld te komen behelzen een toename van de transacties met vreemden, omdat geld bij uitstek de handelswaar van vreemden is. De eerste tendens is dat men steeds meer de voorkeur geeft aan zakelijke transacties, waarbij de kopers de waar met geld betalen. Een tweede tendens is, dat mensen die voorheen als vreemden beschouwd werden, omgevormd worden tot partners in een uitwisselings-netwerk en vervolgens behandeld worden alsof ze naaste familieleden zijn. Dat laatste maakt dat wederkerigheid de meest passende vorm van uitwisseling is, en dat opent de mogelijkheid voor mensen uit Lawonda om financiële giften te vragen van de geldpartners. Hoewel het lijkt alsof deze tendensen tegenstrijdig zijn, bestaan ze naast elkaar, en als strategie om aan geld te komen worden ze naast elkaar gebruikt.

In het laatste hoofdstuk wordt de vraag gesteld wat de mogelijkheden zijn voor ontwikkelingsprogramma's binnen de Uma-economie. Hier komt de spanning aan de orde tussen twee uitgangspunten van ontwikkelingswerk zoals wij dat met Propelmas verrichtten. Aan de ene kant wilden we de normen, regels en praktijken van de inheemse economie accepteren als de bestaande werkelijkheid in Lawonda. Aan de andere kant probeerden we veranderingen te stimuleren die de relatieve positie van het armste deel van de bevolking zou verbeteren, en gingen daarmee in tegen die instituties en praktijken in de Uma-economie die de bestaande ongelijkheid in stand houden. Het hoofdstuk geeft geen recepten voor succesvol ontwikkelingswerk, maar laat zien hoe Propelmas in dit spanningsveld opereerde.

Original languageEnglish
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
Supervisors/Advisors
  • von Benda-Beckmann, F., Promotor
  • Tieleman, H.J., Promotor, External person
Award date14 Oct 1994
Place of PublicationS.l.
Publisher
Print ISBNs9789054853084
Publication statusPublished - 1994

Keywords

  • economic development
  • economic situation
  • indonesia
  • nusa tenggara
  • indigenous knowledge
  • economic production

Cite this