The arctic pulse : timing of breeding in long-distance migrant shorebrids [i.e.] shorebirds

Research output: Thesisinternal PhD, other

Abstract

Veel steltlopers zijn lange-afstandtrekkers: ze brengen de winter door in gematigde of tropische streken en trekken in het voorjaar noordwaarts om te broeden in de Arctis. Hier is de zomer kort en wordt gekenmerkt door een koud en grillig klimaat. Bovendien vertoont het voedselaanbod, dat voor zowel ouders als kuikens uit insecten bestaat, een gepiekt verloop en een sterke weersvariatie. De timing van broeden kan daarom van grote invloed zijn op het broedsucces. Om te onderzoeken welke factoren deze timing beïnvloeden hebben we het seizoenspatroon in het aanbod van insecten gemeten en dit vergeleken met de energetische behoeften en prestaties van ouders en kuikens door het seizoen. We zagen dat de groeisnelheid van kuikens afhankelijk is van het weer, maar ook van het voedselaanbod, en dat vroeg geboren kuikens beter groeien dan latere kuikens. In de drie jaren van het onderzoek werden de kuikens relatief laat geboren ten opzichte van de voedselpiek en vanuit de kuikens bekeken begonnen de ouders dus te laat met broeden. Die moeten echter niet alleen rekening houden met het belang van de kuikens. Ze arriveren op de toendra na een lange trekvlucht met een beperkte hoeveelheid lichaamsreserves, hooguit voldoende om een paar dagen te overleven mocht de toendra nog met sneeuw bedekt zijn. Te vroeg aankomen brengt daarom risico¿s mee, en de vogels hebben ook tijd nodig om nieuwe reserves op te doen voor de aanmaak van eieren. Daarnaast moeten ze tijdens het broeden, dat energie maar vooral veel tijd vergt, ook zelf genoeg voedsel kunnen vinden. Dat geldt het sterkst voor soorten die de eieren zonder hulp van een partner uitbroeden, die een afweging moeten maken tussen foerageren en het bebroeden van de eieren. De incubatieperiode is voor hen daardoor energetisch gezien stressvoller dan de kuikenperiode, terwijl dat voor samen broedende soorten niet zo is. In overeenstemming hiermee komen alleen broedende soorten later aan op de toendra en beginnen ze later met leggen. Onder invloed van recente klimaatveranderingen lijkt de voedselpiek naar voren te verschuiven, en daarmee ook het beste moment om eieren te leggen.
Original languageEnglish
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
  • University of Groningen
Supervisors/Advisors
  • Piersma, T., Promotor, External person
  • Visser, G.H., Co-promotor, External person
Award date5 Oct 2007
Place of Publication[S.l.]
Publisher
Print ISBNs9789090222288
Publication statusPublished - 2007

Keywords

  • birds
  • animal behaviour
  • migration
  • breeding
  • breeding places
  • nests
  • animal ecology
  • shores
  • bird migration

Cite this

@phdthesis{5661dfb041504c4c8adce82f0379adfc,
title = "The arctic pulse : timing of breeding in long-distance migrant shorebrids [i.e.] shorebirds",
abstract = "Veel steltlopers zijn lange-afstandtrekkers: ze brengen de winter door in gematigde of tropische streken en trekken in het voorjaar noordwaarts om te broeden in de Arctis. Hier is de zomer kort en wordt gekenmerkt door een koud en grillig klimaat. Bovendien vertoont het voedselaanbod, dat voor zowel ouders als kuikens uit insecten bestaat, een gepiekt verloop en een sterke weersvariatie. De timing van broeden kan daarom van grote invloed zijn op het broedsucces. Om te onderzoeken welke factoren deze timing be{\"i}nvloeden hebben we het seizoenspatroon in het aanbod van insecten gemeten en dit vergeleken met de energetische behoeften en prestaties van ouders en kuikens door het seizoen. We zagen dat de groeisnelheid van kuikens afhankelijk is van het weer, maar ook van het voedselaanbod, en dat vroeg geboren kuikens beter groeien dan latere kuikens. In de drie jaren van het onderzoek werden de kuikens relatief laat geboren ten opzichte van de voedselpiek en vanuit de kuikens bekeken begonnen de ouders dus te laat met broeden. Die moeten echter niet alleen rekening houden met het belang van de kuikens. Ze arriveren op de toendra na een lange trekvlucht met een beperkte hoeveelheid lichaamsreserves, hooguit voldoende om een paar dagen te overleven mocht de toendra nog met sneeuw bedekt zijn. Te vroeg aankomen brengt daarom risico¿s mee, en de vogels hebben ook tijd nodig om nieuwe reserves op te doen voor de aanmaak van eieren. Daarnaast moeten ze tijdens het broeden, dat energie maar vooral veel tijd vergt, ook zelf genoeg voedsel kunnen vinden. Dat geldt het sterkst voor soorten die de eieren zonder hulp van een partner uitbroeden, die een afweging moeten maken tussen foerageren en het bebroeden van de eieren. De incubatieperiode is voor hen daardoor energetisch gezien stressvoller dan de kuikenperiode, terwijl dat voor samen broedende soorten niet zo is. In overeenstemming hiermee komen alleen broedende soorten later aan op de toendra en beginnen ze later met leggen. Onder invloed van recente klimaatveranderingen lijkt de voedselpiek naar voren te verschuiven, en daarmee ook het beste moment om eieren te leggen.",
keywords = "vogels, diergedrag, migratie, veredelen, broedplaatsen, nesten, dierecologie, oevers, vogeltrek, birds, animal behaviour, migration, breeding, breeding places, nests, animal ecology, shores, bird migration",
author = "I.Y.M. Tulp",
year = "2007",
language = "English",
isbn = "9789090222288",
publisher = "S.n.",
school = "University of Groningen",

}

The arctic pulse : timing of breeding in long-distance migrant shorebrids [i.e.] shorebirds. / Tulp, I.Y.M.

[S.l.] : S.n., 2007. 259 p.

Research output: Thesisinternal PhD, other

TY - THES

T1 - The arctic pulse : timing of breeding in long-distance migrant shorebrids [i.e.] shorebirds

AU - Tulp, I.Y.M.

PY - 2007

Y1 - 2007

N2 - Veel steltlopers zijn lange-afstandtrekkers: ze brengen de winter door in gematigde of tropische streken en trekken in het voorjaar noordwaarts om te broeden in de Arctis. Hier is de zomer kort en wordt gekenmerkt door een koud en grillig klimaat. Bovendien vertoont het voedselaanbod, dat voor zowel ouders als kuikens uit insecten bestaat, een gepiekt verloop en een sterke weersvariatie. De timing van broeden kan daarom van grote invloed zijn op het broedsucces. Om te onderzoeken welke factoren deze timing beïnvloeden hebben we het seizoenspatroon in het aanbod van insecten gemeten en dit vergeleken met de energetische behoeften en prestaties van ouders en kuikens door het seizoen. We zagen dat de groeisnelheid van kuikens afhankelijk is van het weer, maar ook van het voedselaanbod, en dat vroeg geboren kuikens beter groeien dan latere kuikens. In de drie jaren van het onderzoek werden de kuikens relatief laat geboren ten opzichte van de voedselpiek en vanuit de kuikens bekeken begonnen de ouders dus te laat met broeden. Die moeten echter niet alleen rekening houden met het belang van de kuikens. Ze arriveren op de toendra na een lange trekvlucht met een beperkte hoeveelheid lichaamsreserves, hooguit voldoende om een paar dagen te overleven mocht de toendra nog met sneeuw bedekt zijn. Te vroeg aankomen brengt daarom risico¿s mee, en de vogels hebben ook tijd nodig om nieuwe reserves op te doen voor de aanmaak van eieren. Daarnaast moeten ze tijdens het broeden, dat energie maar vooral veel tijd vergt, ook zelf genoeg voedsel kunnen vinden. Dat geldt het sterkst voor soorten die de eieren zonder hulp van een partner uitbroeden, die een afweging moeten maken tussen foerageren en het bebroeden van de eieren. De incubatieperiode is voor hen daardoor energetisch gezien stressvoller dan de kuikenperiode, terwijl dat voor samen broedende soorten niet zo is. In overeenstemming hiermee komen alleen broedende soorten later aan op de toendra en beginnen ze later met leggen. Onder invloed van recente klimaatveranderingen lijkt de voedselpiek naar voren te verschuiven, en daarmee ook het beste moment om eieren te leggen.

AB - Veel steltlopers zijn lange-afstandtrekkers: ze brengen de winter door in gematigde of tropische streken en trekken in het voorjaar noordwaarts om te broeden in de Arctis. Hier is de zomer kort en wordt gekenmerkt door een koud en grillig klimaat. Bovendien vertoont het voedselaanbod, dat voor zowel ouders als kuikens uit insecten bestaat, een gepiekt verloop en een sterke weersvariatie. De timing van broeden kan daarom van grote invloed zijn op het broedsucces. Om te onderzoeken welke factoren deze timing beïnvloeden hebben we het seizoenspatroon in het aanbod van insecten gemeten en dit vergeleken met de energetische behoeften en prestaties van ouders en kuikens door het seizoen. We zagen dat de groeisnelheid van kuikens afhankelijk is van het weer, maar ook van het voedselaanbod, en dat vroeg geboren kuikens beter groeien dan latere kuikens. In de drie jaren van het onderzoek werden de kuikens relatief laat geboren ten opzichte van de voedselpiek en vanuit de kuikens bekeken begonnen de ouders dus te laat met broeden. Die moeten echter niet alleen rekening houden met het belang van de kuikens. Ze arriveren op de toendra na een lange trekvlucht met een beperkte hoeveelheid lichaamsreserves, hooguit voldoende om een paar dagen te overleven mocht de toendra nog met sneeuw bedekt zijn. Te vroeg aankomen brengt daarom risico¿s mee, en de vogels hebben ook tijd nodig om nieuwe reserves op te doen voor de aanmaak van eieren. Daarnaast moeten ze tijdens het broeden, dat energie maar vooral veel tijd vergt, ook zelf genoeg voedsel kunnen vinden. Dat geldt het sterkst voor soorten die de eieren zonder hulp van een partner uitbroeden, die een afweging moeten maken tussen foerageren en het bebroeden van de eieren. De incubatieperiode is voor hen daardoor energetisch gezien stressvoller dan de kuikenperiode, terwijl dat voor samen broedende soorten niet zo is. In overeenstemming hiermee komen alleen broedende soorten later aan op de toendra en beginnen ze later met leggen. Onder invloed van recente klimaatveranderingen lijkt de voedselpiek naar voren te verschuiven, en daarmee ook het beste moment om eieren te leggen.

KW - vogels

KW - diergedrag

KW - migratie

KW - veredelen

KW - broedplaatsen

KW - nesten

KW - dierecologie

KW - oevers

KW - vogeltrek

KW - birds

KW - animal behaviour

KW - migration

KW - breeding

KW - breeding places

KW - nests

KW - animal ecology

KW - shores

KW - bird migration

M3 - internal PhD, other

SN - 9789090222288

PB - S.n.

CY - [S.l.]

ER -