Tabaksratelvirus in Gladiool

H.A.E. de Werd, G.A. Hiddink, A.S. van Bruggen

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    In de teelt van gladiolen is TabaksRatelVirus (TRV) een groot probleem. Door virusaantasting ontstaat verminderde groei en uiteindelijk een lagere bloemproductie en een verminderde bloemkwaliteit. Infectie met TRV leidt ook tot lagere kwalificering van partijen of zelfs tot afkeuring. Infectie kan al in het begin van de keten ontstaan, namelijk bij de productie van uitgangsmateriaal. Door teelt van kralen in besmette grond kan een besmetting met TRV ontstaan die pas later in de keten zichtbaar wordt. Na één jaar teelt op besmette grond blijkt het niet éénvoudig een besmetting kwijt te raken. Teelt op schone grond of intensief ziekzoeken resulteren niet direct in een TRV-vrije partij. Integendeel, in het eerste jaar nateelt in schone grond bleek een secundaire infectie zwaarder te zijn dan verwacht op basis van de symptomen in de besmette grond. De overdracht van het virus naar kralen blijkt minder efficiënt te zijn dan de overdracht naar pitten en/of knollen. Hierdoor kan, op voorwaarde dat op schone grond geteeld wordt en goed wordt ziekgezocht, een besmette partij, door teelt van kraal op kraal langzaam opgeschoond worden. Het aantal planten met TRV-symptomen kan dan in enkele jaren teruggedrongen worden tot nauwelijks detecteerbaar. Dit wil echter nog niet zeggen dat de partij dan virusvrij is. Onzichtbare TRV-infecties kunnen later in de keten alsnog voor problemen zorgen. TRV leidt in de kralenteelt tot de nodige discussies rond de keuringsmethodiek voor TRV in gladiool. Omdat op kralen geen symptomen waargenomen kunnen worden, wordt de kwaliteit van de partij kralen bepaald aan de hand van de pitten of knollen uit dezelfde partij. Doordat het virus minder overgaat op kralen dan op pitten en knollen zou dit tot een overschatting van het percentage TRV in de kralen leiden. Echter, bij keuring op TRV-symptomen, worden de infecties die nog geen symptomen geven niet waargenomen. Dit leidt tot een onderschatting van het percentage TRV. Voor kralen zal, indien ondanks de geringe overdracht op kralen nog steeds sprake van onderschatting is, de onderschatting in ieder geval minder zijn dan die in pitten en knollen. Of de percentages TRV in kralen in de praktijk onder- of overschat worden is momenteel niet te zeggen. In het onderzoek zijn namelijk geen exacte percentages overdracht bepaald, maar is naar het verloop van de symptoomvorming over de jaren gekeken. Een teelt van bladrammenas beperkt het risico op een TRV-besmetting in een gevoelig volggewas. Om aan de teelt van bladrammenas geen groeiseizoen te verliezen is in gladiool getest of bladrammenas als tussengewas, gezaaid tussen de gladiolen, een TRV-reducerende werking had. Het effect is minimaal. Ook het inwerken van gedroogde korrels van het biofumigatie-gewas Cleome resulteerde niet in een lagere aaltjesdichtheid en een minder TRV-symptomen. 5
    Original languageDutch
    Place of PublicationLisse
    PublisherPPO Bloembollen, Bomen en Fruit
    Publication statusPublished - 2005

    Keywords

    • tobacco rattle virus
    • plant viruses
    • gladiolus
    • plant disease control

    Cite this