Systeemverkenning Schuitenbeek

H.C. Jansen, M.E. Sicco Smit, F.J.E. van der Bolt

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Voor het project ¿Meerjarig monitoringsprogramma naar de uit- en afspoeling van nutriënten vanuit landbouwgronden in stroomgebieden en polders¿ is in 2003 gestart met een systeemverkenning van het stroomgebied de Schuitenbeek. Beschikbare gegevens, relevante processen en het functioneren van het systeem zijn geïnventariseerd. Het stroomgebied van de Schuitenbeek (ca. 7500 ha) is een onder natuurlijk verval afwaterend gebied. Alleen het landbouwgebied in het westelijk deel heeft een zichtbare (oppervlaktewater) afwatering. Een groot deel van de watergangen is niet permanent watervoerend. Het gebied wordt aangemerkt als een zandgebied met een hoge nutriëntenbelasting. De atmosferische depositie en bemesting zijn de belangrijkste stikstofbronnen. Voor fosfor is bemesting de belangrijkste bron. De belasting van het oppervlaktewater wordt verder vooral bepaald door de fysische en chemische eigenschappen van de bodem, en het hydrologische systeem. De nutriëntenbronnen kunnen nog onvoldoende worden gekwantificeerd en het huidige meetprogramma is niet specifiek genoeg om de waargenomen nutriëntenconcentraties (en vrachten) te kunnen relateren aan (veranderingen in) de bronnen. Ook is het nog niet mogelijk om relaties te leggen tussen ecologische parameters en waargenomen nutriëntenconcentraties. Met het bestaande meetprogramma zijn de effecten van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit dus niet aan te tonen. Een andere systematiek van monitoren, waarbij een combinatie van meten (relevante, nutriëntengerelateerde ecologische parameters, op deelstroomgebiedsniveau) en modelleren wordt toegepast, dient er toe te leiden, dat het meetnet kan worden geoptimaliseerd, dat de bijdrage van iedere nutriëntenbron in het stroomgebied kan worden gekwantificeerd en dat zodoende de effecten van het mestbeleid kunnen worden gevolgd
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherAlterra
Number of pages86
Publication statusPublished - 2004

Publication series

NameAlterra-rapport
PublisherAlterra
No.968
ISSN (Print)1566-7197

Keywords

  • water systems
  • water quality
  • catchment hydrology
  • runoff
  • monitoring
  • leaching
  • manures
  • nutrients
  • veluwe
  • gelderland

Cite this

Jansen, H. C., Sicco Smit, M. E., & van der Bolt, F. J. E. (2004). Systeemverkenning Schuitenbeek. (Alterra-rapport; No. 968). Wageningen: Alterra.
Jansen, H.C. ; Sicco Smit, M.E. ; van der Bolt, F.J.E. / Systeemverkenning Schuitenbeek. Wageningen : Alterra, 2004. 86 p. (Alterra-rapport; 968).
@book{137da01bd8fe44b6bb44690036d6d3e9,
title = "Systeemverkenning Schuitenbeek",
abstract = "Voor het project ¿Meerjarig monitoringsprogramma naar de uit- en afspoeling van nutri{\"e}nten vanuit landbouwgronden in stroomgebieden en polders¿ is in 2003 gestart met een systeemverkenning van het stroomgebied de Schuitenbeek. Beschikbare gegevens, relevante processen en het functioneren van het systeem zijn ge{\"i}nventariseerd. Het stroomgebied van de Schuitenbeek (ca. 7500 ha) is een onder natuurlijk verval afwaterend gebied. Alleen het landbouwgebied in het westelijk deel heeft een zichtbare (oppervlaktewater) afwatering. Een groot deel van de watergangen is niet permanent watervoerend. Het gebied wordt aangemerkt als een zandgebied met een hoge nutri{\"e}ntenbelasting. De atmosferische depositie en bemesting zijn de belangrijkste stikstofbronnen. Voor fosfor is bemesting de belangrijkste bron. De belasting van het oppervlaktewater wordt verder vooral bepaald door de fysische en chemische eigenschappen van de bodem, en het hydrologische systeem. De nutri{\"e}ntenbronnen kunnen nog onvoldoende worden gekwantificeerd en het huidige meetprogramma is niet specifiek genoeg om de waargenomen nutri{\"e}ntenconcentraties (en vrachten) te kunnen relateren aan (veranderingen in) de bronnen. Ook is het nog niet mogelijk om relaties te leggen tussen ecologische parameters en waargenomen nutri{\"e}ntenconcentraties. Met het bestaande meetprogramma zijn de effecten van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit dus niet aan te tonen. Een andere systematiek van monitoren, waarbij een combinatie van meten (relevante, nutri{\"e}ntengerelateerde ecologische parameters, op deelstroomgebiedsniveau) en modelleren wordt toegepast, dient er toe te leiden, dat het meetnet kan worden geoptimaliseerd, dat de bijdrage van iedere nutri{\"e}ntenbron in het stroomgebied kan worden gekwantificeerd en dat zodoende de effecten van het mestbeleid kunnen worden gevolgd",
keywords = "watersystemen, waterkwaliteit, hydrologie van stroomgebieden, oppervlakkige afvoer, monitoring, uitspoelen, mest, voedingsstoffen, veluwe, gelderland, water systems, water quality, catchment hydrology, runoff, monitoring, leaching, manures, nutrients, veluwe, gelderland",
author = "H.C. Jansen and {Sicco Smit}, M.E. and {van der Bolt}, F.J.E.",
year = "2004",
language = "Dutch",
series = "Alterra-rapport",
publisher = "Alterra",
number = "968",

}

Jansen, HC, Sicco Smit, ME & van der Bolt, FJE 2004, Systeemverkenning Schuitenbeek. Alterra-rapport, no. 968, Alterra, Wageningen.

Systeemverkenning Schuitenbeek. / Jansen, H.C.; Sicco Smit, M.E.; van der Bolt, F.J.E.

Wageningen : Alterra, 2004. 86 p. (Alterra-rapport; No. 968).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Systeemverkenning Schuitenbeek

AU - Jansen, H.C.

AU - Sicco Smit, M.E.

AU - van der Bolt, F.J.E.

PY - 2004

Y1 - 2004

N2 - Voor het project ¿Meerjarig monitoringsprogramma naar de uit- en afspoeling van nutriënten vanuit landbouwgronden in stroomgebieden en polders¿ is in 2003 gestart met een systeemverkenning van het stroomgebied de Schuitenbeek. Beschikbare gegevens, relevante processen en het functioneren van het systeem zijn geïnventariseerd. Het stroomgebied van de Schuitenbeek (ca. 7500 ha) is een onder natuurlijk verval afwaterend gebied. Alleen het landbouwgebied in het westelijk deel heeft een zichtbare (oppervlaktewater) afwatering. Een groot deel van de watergangen is niet permanent watervoerend. Het gebied wordt aangemerkt als een zandgebied met een hoge nutriëntenbelasting. De atmosferische depositie en bemesting zijn de belangrijkste stikstofbronnen. Voor fosfor is bemesting de belangrijkste bron. De belasting van het oppervlaktewater wordt verder vooral bepaald door de fysische en chemische eigenschappen van de bodem, en het hydrologische systeem. De nutriëntenbronnen kunnen nog onvoldoende worden gekwantificeerd en het huidige meetprogramma is niet specifiek genoeg om de waargenomen nutriëntenconcentraties (en vrachten) te kunnen relateren aan (veranderingen in) de bronnen. Ook is het nog niet mogelijk om relaties te leggen tussen ecologische parameters en waargenomen nutriëntenconcentraties. Met het bestaande meetprogramma zijn de effecten van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit dus niet aan te tonen. Een andere systematiek van monitoren, waarbij een combinatie van meten (relevante, nutriëntengerelateerde ecologische parameters, op deelstroomgebiedsniveau) en modelleren wordt toegepast, dient er toe te leiden, dat het meetnet kan worden geoptimaliseerd, dat de bijdrage van iedere nutriëntenbron in het stroomgebied kan worden gekwantificeerd en dat zodoende de effecten van het mestbeleid kunnen worden gevolgd

AB - Voor het project ¿Meerjarig monitoringsprogramma naar de uit- en afspoeling van nutriënten vanuit landbouwgronden in stroomgebieden en polders¿ is in 2003 gestart met een systeemverkenning van het stroomgebied de Schuitenbeek. Beschikbare gegevens, relevante processen en het functioneren van het systeem zijn geïnventariseerd. Het stroomgebied van de Schuitenbeek (ca. 7500 ha) is een onder natuurlijk verval afwaterend gebied. Alleen het landbouwgebied in het westelijk deel heeft een zichtbare (oppervlaktewater) afwatering. Een groot deel van de watergangen is niet permanent watervoerend. Het gebied wordt aangemerkt als een zandgebied met een hoge nutriëntenbelasting. De atmosferische depositie en bemesting zijn de belangrijkste stikstofbronnen. Voor fosfor is bemesting de belangrijkste bron. De belasting van het oppervlaktewater wordt verder vooral bepaald door de fysische en chemische eigenschappen van de bodem, en het hydrologische systeem. De nutriëntenbronnen kunnen nog onvoldoende worden gekwantificeerd en het huidige meetprogramma is niet specifiek genoeg om de waargenomen nutriëntenconcentraties (en vrachten) te kunnen relateren aan (veranderingen in) de bronnen. Ook is het nog niet mogelijk om relaties te leggen tussen ecologische parameters en waargenomen nutriëntenconcentraties. Met het bestaande meetprogramma zijn de effecten van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit dus niet aan te tonen. Een andere systematiek van monitoren, waarbij een combinatie van meten (relevante, nutriëntengerelateerde ecologische parameters, op deelstroomgebiedsniveau) en modelleren wordt toegepast, dient er toe te leiden, dat het meetnet kan worden geoptimaliseerd, dat de bijdrage van iedere nutriëntenbron in het stroomgebied kan worden gekwantificeerd en dat zodoende de effecten van het mestbeleid kunnen worden gevolgd

KW - watersystemen

KW - waterkwaliteit

KW - hydrologie van stroomgebieden

KW - oppervlakkige afvoer

KW - monitoring

KW - uitspoelen

KW - mest

KW - voedingsstoffen

KW - veluwe

KW - gelderland

KW - water systems

KW - water quality

KW - catchment hydrology

KW - runoff

KW - monitoring

KW - leaching

KW - manures

KW - nutrients

KW - veluwe

KW - gelderland

M3 - Report

T3 - Alterra-rapport

BT - Systeemverkenning Schuitenbeek

PB - Alterra

CY - Wageningen

ER -

Jansen HC, Sicco Smit ME, van der Bolt FJE. Systeemverkenning Schuitenbeek. Wageningen: Alterra, 2004. 86 p. (Alterra-rapport; 968).