TY - BOOK
T1 - Suppletie Galgeplaat en Slikken van den Dortsman
T2 - Plan van aanpak monitoring effecten op de nabijgelegen mosselkweekpercelen
AU - Wijsman, J.W.M.
N1 - Project number: 4313100217
PY - 2025
Y1 - 2025
N2 - Om de effecten van de zandhonger en zeespiegelstijging op het areaal intergetijdengebied in de Oosterschelde te bestrijden en om de functies van dit intergetijdengebied als foerageer- en rustgebied voor vogels en zeehonden voor de komende 25 jaar te behouden is Rijkswaterstaat van plan om in de winter van 2026/2027 suppleties uit te voeren op de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman. In totaal zal er ca. 3 miljoen m3 zand worden aangebracht, verdeeld over vijf deelsuppleties op de Galgeplaat en twee deelsuppleties op de Slikken van den Dortsman. Door zetting zal het volume afnemen tot ca 2.6 miljoen m3. De suppleties hebben een totaaloppervlakte van 261 ha. Het benodigde zand wordt verkregen uit het reguliere vaarwegonderhoud en uit zandwingebied Wemeldinge. Langs de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman bevinden zich een groot aantal mosselpercelen, schelpdierverwaterpercelen en mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s). Mosselkwekers zijn bezorgd dat de aanleg en aanwezigheid van suppleties zal leiden tot schade aan en/of productieverlies van de percelen waardoor hun bedrijfsvoering kan worden geschaad. In een eerder uitgevoerde risico beoordeling zijn de risico’s voor de mosselkwekers in kaart gebracht op basis van het ontwerp van de suppleties en de ligging van de kweekpercelen en expert inschatting. Voorliggend monitoringsplan, dat is gebaseerd op de risico beoordeling, beschrijft de monitoringsactiviteiten die worden voorgesteld om eventuele negatieve effecten op de kweekpercelen te identificeren. Het monitoringsplan omvat de volgende onderwerpen: Analyse veilinggegevens: De veilinggegevens, die zijn/worden verzameld door de PO mossel, zullen met terugwerkende kracht vanaf 2000 worden geanalyseerd. Dit geeft inzicht in de verschillen in opbrengsten en kwaliteit van de mosselen die worden geleverd aan de veiling in de periode vóór en ná de uitvoering van suppleties van de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman en zullen worden vergeleken met resultaten in de rest van de Oosterschelde. Vanwege de vertrouwelijkheid van de gegevens zullen de gegevens worden geaggregeerd tot perceelblokken. Omdat de veilinggegevens betrekking hebben op consumptiemosselen zal deze analyse zich beperken tot de consumptiepercelen en geen inzicht geven in eventuele impact op zaad- en halfwaspercelen. Hiervoor is dus aanvullende perceelmonitoring van belang. Bemonstering percelen: Op basis van de risico beoordeling zijn vooraf 35 percelen geselecteerd langs de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman voor de perceelbemonstering. De mosselen die zijn uitgezaaid op deze percelen zullen maandelijks (in de winterperiode iedere twee maanden) worden bemonsterd en geanalyseerd. Deze monitoring geeft inzicht in de groei, sterfte en ontwikkeling van de mosselen op de percelen en of er sprake is van impact tijdens of na de uitvoering van de suppleties. De resultaten worden direct teruggekoppeld aan de betreffende kwekers zodat ze een actueel beeld hebben van de situatie en, indien nodig, snel kunnen handelen. Steekbuizen op de percelen: Om te onderzoeken of er door de uitvoering van de suppleties aanzanding plaatsvindt op de percelen zal het sediment op de percelen twee keer per jaar steekproefsgewijs worden bemonsterd met behulp van steekbuizen, waarna de samenstelling zal worden geclassificeerd en geanalyseerd op de aanwezigheid van zand. De monitoring zal inzicht geven in de ontwikkeling van de mosselpercelen vóór en na de aanleg van de suppleties. Het plan is om de monitoring in 2025 te starten om de situatie voor de werkzaamheden vast te leggen en door te laten lopen tot en met 2028 om de situatie na aanleg te volgen. Vanwege de complexiteit van mogelijke oorzaak-gevolg relaties is het niet aannemelijk dat de voorgestelde monitoring voldoet om causale verbanden aan te tonen tussen eventuele schade op een perceel en de uitgevoerde werkzaamheden. Net als bij de aanleg van de Roggenplaatsuppletie is er gekozen voor een onderzoeksopzet die bestaat uit drie verschillende typen van monitoring: (1) Basismonitoring (veilinggegevens); (2) Vinger aan de pols monitoring (perceelbemonstering en steekbuizen) en (3) Calamiteiten monitoring. De calamiteiten monitoring kan worden opgestart als er onvoorziene ontwikkelingen optreden en kan bestaan uit een intensivering van de bestaande monitoring of additionele metingen. Omdat vooraf niet duidelijk is hoe de calamiteiten monitoring eruit zal gaan zien maakt het geen onderdeel uit van voorliggend plan.
AB - Om de effecten van de zandhonger en zeespiegelstijging op het areaal intergetijdengebied in de Oosterschelde te bestrijden en om de functies van dit intergetijdengebied als foerageer- en rustgebied voor vogels en zeehonden voor de komende 25 jaar te behouden is Rijkswaterstaat van plan om in de winter van 2026/2027 suppleties uit te voeren op de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman. In totaal zal er ca. 3 miljoen m3 zand worden aangebracht, verdeeld over vijf deelsuppleties op de Galgeplaat en twee deelsuppleties op de Slikken van den Dortsman. Door zetting zal het volume afnemen tot ca 2.6 miljoen m3. De suppleties hebben een totaaloppervlakte van 261 ha. Het benodigde zand wordt verkregen uit het reguliere vaarwegonderhoud en uit zandwingebied Wemeldinge. Langs de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman bevinden zich een groot aantal mosselpercelen, schelpdierverwaterpercelen en mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s). Mosselkwekers zijn bezorgd dat de aanleg en aanwezigheid van suppleties zal leiden tot schade aan en/of productieverlies van de percelen waardoor hun bedrijfsvoering kan worden geschaad. In een eerder uitgevoerde risico beoordeling zijn de risico’s voor de mosselkwekers in kaart gebracht op basis van het ontwerp van de suppleties en de ligging van de kweekpercelen en expert inschatting. Voorliggend monitoringsplan, dat is gebaseerd op de risico beoordeling, beschrijft de monitoringsactiviteiten die worden voorgesteld om eventuele negatieve effecten op de kweekpercelen te identificeren. Het monitoringsplan omvat de volgende onderwerpen: Analyse veilinggegevens: De veilinggegevens, die zijn/worden verzameld door de PO mossel, zullen met terugwerkende kracht vanaf 2000 worden geanalyseerd. Dit geeft inzicht in de verschillen in opbrengsten en kwaliteit van de mosselen die worden geleverd aan de veiling in de periode vóór en ná de uitvoering van suppleties van de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman en zullen worden vergeleken met resultaten in de rest van de Oosterschelde. Vanwege de vertrouwelijkheid van de gegevens zullen de gegevens worden geaggregeerd tot perceelblokken. Omdat de veilinggegevens betrekking hebben op consumptiemosselen zal deze analyse zich beperken tot de consumptiepercelen en geen inzicht geven in eventuele impact op zaad- en halfwaspercelen. Hiervoor is dus aanvullende perceelmonitoring van belang. Bemonstering percelen: Op basis van de risico beoordeling zijn vooraf 35 percelen geselecteerd langs de Galgeplaat en de Slikken van den Dortsman voor de perceelbemonstering. De mosselen die zijn uitgezaaid op deze percelen zullen maandelijks (in de winterperiode iedere twee maanden) worden bemonsterd en geanalyseerd. Deze monitoring geeft inzicht in de groei, sterfte en ontwikkeling van de mosselen op de percelen en of er sprake is van impact tijdens of na de uitvoering van de suppleties. De resultaten worden direct teruggekoppeld aan de betreffende kwekers zodat ze een actueel beeld hebben van de situatie en, indien nodig, snel kunnen handelen. Steekbuizen op de percelen: Om te onderzoeken of er door de uitvoering van de suppleties aanzanding plaatsvindt op de percelen zal het sediment op de percelen twee keer per jaar steekproefsgewijs worden bemonsterd met behulp van steekbuizen, waarna de samenstelling zal worden geclassificeerd en geanalyseerd op de aanwezigheid van zand. De monitoring zal inzicht geven in de ontwikkeling van de mosselpercelen vóór en na de aanleg van de suppleties. Het plan is om de monitoring in 2025 te starten om de situatie voor de werkzaamheden vast te leggen en door te laten lopen tot en met 2028 om de situatie na aanleg te volgen. Vanwege de complexiteit van mogelijke oorzaak-gevolg relaties is het niet aannemelijk dat de voorgestelde monitoring voldoet om causale verbanden aan te tonen tussen eventuele schade op een perceel en de uitgevoerde werkzaamheden. Net als bij de aanleg van de Roggenplaatsuppletie is er gekozen voor een onderzoeksopzet die bestaat uit drie verschillende typen van monitoring: (1) Basismonitoring (veilinggegevens); (2) Vinger aan de pols monitoring (perceelbemonstering en steekbuizen) en (3) Calamiteiten monitoring. De calamiteiten monitoring kan worden opgestart als er onvoorziene ontwikkelingen optreden en kan bestaan uit een intensivering van de bestaande monitoring of additionele metingen. Omdat vooraf niet duidelijk is hoe de calamiteiten monitoring eruit zal gaan zien maakt het geen onderdeel uit van voorliggend plan.
UR - https://edepot.wur.nl/689722
U2 - 10.18174/689722
DO - 10.18174/689722
M3 - Report
T3 - Wageningen Marine Research rapport
BT - Suppletie Galgeplaat en Slikken van den Dortsman
PB - Wageningen Marine Research
CY - Yerseke
ER -