Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen

J.J. Schröder, W. van Dijk

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Manures supply nitrogen (N) to crops in the year of their application but also in later years. This mineralisation extends over several decades. Regular manuring therefore results in a gradual increase of the N fertilizer replacement values (NFRV) of manures. However, prescribed NFRV’s in the present regulations refer to ‘first year’s’ N supply in most cases. In view of the common regular applications of manures, it seems reasonable to consistently adopt long term NFRV’s in recommendations and regulations. We hence propose to increase the NFRV of liquid manures, including slurries, to 70-80% and those of solid manures to 55-75%. Attention is required for possible ‘double counting’ because residual N-effects of manures have in some cases become confounded with current crop-related N-recommendations.If the composition of a manure or the conditions under which manures are applied would change, a simple set of rules allows to make an informed estimate of the NFRV. However, there still is a need for a better insight into the synchronisation between mineralisation and the seasonal N uptake pattern of crops. Besides, we need to know more precisely when and where manures stimulate the production of elementary N and nitrous oxide.As far as policies and regulations are concerned, there are close relationships between legal NFRV’s and the crop specific N application standards. The premises behind the definition of N application standards of grassland and silage maize differ from those of other crops. That implies that the proposed raise of NFRV’s justifies a proportional raise of the N application standards for grassland and silage maize as that has no negative environmental consequences. For any other crop a change of NFRV’s does not justify a moderation of the N application standards
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherStichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde
Number of pages45
DOIs
Publication statusPublished - 2019

Publication series

NameWageningen Plant Research rapport
No.WPR-916

Cite this

Schröder, J. J., & van Dijk, W. (2019). Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen. (Wageningen Plant Research rapport; No. WPR-916). Wageningen: Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde. https://doi.org/10.18174/477978
Schröder, J.J. ; van Dijk, W. / Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen. Wageningen : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde, 2019. 45 p. (Wageningen Plant Research rapport; WPR-916).
@book{2d40a32eef37451eb7c376021fe462ee,
title = "Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen",
abstract = "Uit organische mest komt niet alleen stikstof (N) vrij in het jaar van toediening maar ook in de jaren daarna. Deze mineralisatie strekt zich in beginsel uit over tientallen jaren. Bij regelmatig gebruik van mest stijgt de N-werking (‘NWC’) in de loop van de jaren daarom naar een maximum. In de regelgeving hebben de voorgeschreven NWC’s meestal betrekking op wat vrijkomt in het eerste jaar na toediening. Het jarenlange herhaalde gebruik van mest is aanleiding om in de advisering en regelgeving van de lange termijn NWC uit te gaan. Vanuit dat oogpunt kan de NWC van een aantal vloeibare organische mestsoorten verhoogd worden naar 70-80{\%} en die van vaste organische mestsoorten naar 55-75{\%}. Daarbij is wel aandacht nodig voor dubbeltellingen omdat de N-nawerking al impliciet in enkele bemestingsadviezen versleuteld is. Mocht de samenstelling van mest of de omstandigheden waaronder mest wordt toegediend veranderen, dan is met een relatief eenvoudig stelsel van rekenregels een redelijke schatting te maken van de NWC in het jaar van toediening en op lange termijn. Dat neemt niet weg dat nader experimenteel onderzoek zinvol is naar de mate van synchronisatie tussen mineralisatie en het N-opnamepatroon van gewassen en naar de mate waarin organische mest tot extra emissie van elementaire N en lachgas leidt. NWC’s spelen ook een rol in het gebruiksnormenstelsel. Er bestaat een verschil tussen de totstandkoming van N-gebruiksnormen van grasland en snijmaïs enerzijds en de overige akker- en tuinbouwgewassen anderzijds. De implicatie daarvan is dat een verhoging van de NWC bij grasland en snijmaïs vanuit een milieukundig oogpunt gepaard mag gaan met een navenante verhoging van de N-gebruiksnormen maar die van de overige akker- en tuinbouwgewassen niet.",
author = "J.J. Schröder and {van Dijk}, W.",
note = "Project number 3710 4657",
year = "2019",
doi = "10.18174/477978",
language = "Dutch",
series = "Wageningen Plant Research rapport",
publisher = "Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde",
number = "WPR-916",

}

Schröder, JJ & van Dijk, W 2019, Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen. Wageningen Plant Research rapport, no. WPR-916, Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde, Wageningen. https://doi.org/10.18174/477978

Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen. / Schröder, J.J.; van Dijk, W.

Wageningen : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde, 2019. 45 p. (Wageningen Plant Research rapport; No. WPR-916).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen

AU - Schröder, J.J.

AU - van Dijk, W.

N1 - Project number 3710 4657

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - Uit organische mest komt niet alleen stikstof (N) vrij in het jaar van toediening maar ook in de jaren daarna. Deze mineralisatie strekt zich in beginsel uit over tientallen jaren. Bij regelmatig gebruik van mest stijgt de N-werking (‘NWC’) in de loop van de jaren daarom naar een maximum. In de regelgeving hebben de voorgeschreven NWC’s meestal betrekking op wat vrijkomt in het eerste jaar na toediening. Het jarenlange herhaalde gebruik van mest is aanleiding om in de advisering en regelgeving van de lange termijn NWC uit te gaan. Vanuit dat oogpunt kan de NWC van een aantal vloeibare organische mestsoorten verhoogd worden naar 70-80% en die van vaste organische mestsoorten naar 55-75%. Daarbij is wel aandacht nodig voor dubbeltellingen omdat de N-nawerking al impliciet in enkele bemestingsadviezen versleuteld is. Mocht de samenstelling van mest of de omstandigheden waaronder mest wordt toegediend veranderen, dan is met een relatief eenvoudig stelsel van rekenregels een redelijke schatting te maken van de NWC in het jaar van toediening en op lange termijn. Dat neemt niet weg dat nader experimenteel onderzoek zinvol is naar de mate van synchronisatie tussen mineralisatie en het N-opnamepatroon van gewassen en naar de mate waarin organische mest tot extra emissie van elementaire N en lachgas leidt. NWC’s spelen ook een rol in het gebruiksnormenstelsel. Er bestaat een verschil tussen de totstandkoming van N-gebruiksnormen van grasland en snijmaïs enerzijds en de overige akker- en tuinbouwgewassen anderzijds. De implicatie daarvan is dat een verhoging van de NWC bij grasland en snijmaïs vanuit een milieukundig oogpunt gepaard mag gaan met een navenante verhoging van de N-gebruiksnormen maar die van de overige akker- en tuinbouwgewassen niet.

AB - Uit organische mest komt niet alleen stikstof (N) vrij in het jaar van toediening maar ook in de jaren daarna. Deze mineralisatie strekt zich in beginsel uit over tientallen jaren. Bij regelmatig gebruik van mest stijgt de N-werking (‘NWC’) in de loop van de jaren daarom naar een maximum. In de regelgeving hebben de voorgeschreven NWC’s meestal betrekking op wat vrijkomt in het eerste jaar na toediening. Het jarenlange herhaalde gebruik van mest is aanleiding om in de advisering en regelgeving van de lange termijn NWC uit te gaan. Vanuit dat oogpunt kan de NWC van een aantal vloeibare organische mestsoorten verhoogd worden naar 70-80% en die van vaste organische mestsoorten naar 55-75%. Daarbij is wel aandacht nodig voor dubbeltellingen omdat de N-nawerking al impliciet in enkele bemestingsadviezen versleuteld is. Mocht de samenstelling van mest of de omstandigheden waaronder mest wordt toegediend veranderen, dan is met een relatief eenvoudig stelsel van rekenregels een redelijke schatting te maken van de NWC in het jaar van toediening en op lange termijn. Dat neemt niet weg dat nader experimenteel onderzoek zinvol is naar de mate van synchronisatie tussen mineralisatie en het N-opnamepatroon van gewassen en naar de mate waarin organische mest tot extra emissie van elementaire N en lachgas leidt. NWC’s spelen ook een rol in het gebruiksnormenstelsel. Er bestaat een verschil tussen de totstandkoming van N-gebruiksnormen van grasland en snijmaïs enerzijds en de overige akker- en tuinbouwgewassen anderzijds. De implicatie daarvan is dat een verhoging van de NWC bij grasland en snijmaïs vanuit een milieukundig oogpunt gepaard mag gaan met een navenante verhoging van de N-gebruiksnormen maar die van de overige akker- en tuinbouwgewassen niet.

U2 - 10.18174/477978

DO - 10.18174/477978

M3 - Report

T3 - Wageningen Plant Research rapport

BT - Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen

PB - Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde

CY - Wageningen

ER -

Schröder JJ, van Dijk W. Stikstofwerking van organische meststoffen en hun relatie met gebruiksnormen. Wageningen: Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Agrosysteemkunde, 2019. 45 p. (Wageningen Plant Research rapport; WPR-916). https://doi.org/10.18174/477978