Stikstofbijmestsysteem vergeleken met praktijkbemesting in tulp in de Noordoostpolder

A.M. van Dam, N.S. van Wees

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    In de teelt van tulpen op zavel worden verschillende N-bemestingsstrategieën gebruikt, die verschillen in niveau en timing. Volgens het stikstofbijmestsysteem (NBS) wordt rond opkomst gestart met een gift van 80 kg N per ha, gevolgd door bijbemesting eind maart, eind april en eind mei. De totale N-gift ligt hierbij vaak niet boven 150 kg N per ha. Volgens een aantal telers en voorlichters in de Noordoostpolder is het beter in december, januari en februari/maart stikstof te geven, in totaal 225 kg N per ha (hier de ‘Praktijk’-strategie genoemd). Bij aanscherping van het mest- en mineralenbeleid in 2006 is de stikstofgebruiksnorm voor tulp afgeleid van de N-behoefte volgens het stikstofbijmestsysteem, waardoor uitvoering van de praktijkstrategie bemoeilijkt wordt. Een ander knelpunt in het mestbeleid is dat vanaf 2006 ook op zavel- en kleigrond in herfst en winter (16 september tot 1 februari) geen stikstofmeststoffen meer toegediend mogen worden. Daardoor is het van belang te weten of bemesting in deze periode de opbrengst van tulp verhoogt. Uit literatuur blijkt dat N-bemesting vanaf februari of rond opkomst (vroege opkomst van het gewas, lage N-mineralisate en N-levering uit organische bemesting) soms te laat kan zijn voor een optimale N-voorziening van het gewas. Bijbemesting na de bloei kan het N-gehalte in de bol verhogen. Om te onderzoeken of er verschil is in opbrengst en kwaliteit van tulpen is bij bemesting volgens NBS of de praktijkbemestingsstrategie zijn deze strategieën in 2005-06 op vier locaties op lichte zavel in de Noordoostpolder met elkaar en met een onbemest object vergeleken. Bij de praktijkbemestingsstrategie werd 225 kg N per ha toegediend op alle percelen. Bij NBS werd op twee percelen 80 kg N per ha (alleen de startgiften), terwijl op de andere twee percelen eind mei 13 dan wel 17 kg N per ha bijgemest werd. Hier werd dus in totaal 93 en 97 kg N per ha toegediend. De Nitraat-N-gehalten in de bouwvoor (0-30 cm diepte) waren gedurende het hele groeiseizoen hoger bij Praktijk dan bij NBS, en bij NBS hoger dan bij onbemest. Zowel NBS als Praktijk gaf een hogere opbrengst dan het onbemeste object, maar er waren geen betrouwbare verschillen in gewichten en aantallen van de geoogste bollen tussen NBS en Praktijk. Op 1 perceel hadden de volgens ‘Praktijk’ bemeste bollen een hoger N-gehalte dan die bij NBS, maar ook bij NBS was dit gehalte zo hoog, dat kwaliteitsproblemen niet verwacht worden. De bollen zijn daarom niet afgebroeid. Er was geen betrouwbaar verschil in aantasting door Fusarium (zuur). De opbrengsten in de proeven waren vrij laag. Op afzonderlijke percelen kwamen wel – niet betrouwbare – trends in opbrengsten voor, die er op wijzen dat deze tussen Praktijk en NBS kunnen verschillen. Op het perceel met de laagste opbrengst leek NBS een beter resultaat te geven dan Praktijk, terwijl op de andere percelen de opbrengst bij praktijk hoger lijkt te zijn dan bij NBS. Mede hierdoor is besloten het onderzoek nog twee jaar voort te zetten. Uit dit éénjarige onderzoek kunnen geen algemene conclusies getrokken worden.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLisse
    PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit
    Number of pages24
    Publication statusPublished - 2005

    Keywords

    • tulipa
    • nitrogen fertilizers
    • ornamental bulbs
    • tulips
    • fertilizer application
    • flevoland
    • netherlands

    Cite this