Stekende insecten rondom de Engbertsdijksvenen : nulmetingen 2018-2021

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Voor het natuurgebied de Engbertsdijksvenen werkt Staatsbosbeheer aan herstel van hoogveen. Hiertoe wordt onder andere het noordelijke gebiedsdeel opnieuw ingericht. Om te voorkomen dat opnieuw (i.r.t. de overlast eind 80-ger jaren) problemen met stekende insecten ontstaan heeft Staatbosbeheer Wageningen Environmental Research (WEnR) gevraagd om de huidige situatie vooraf aan de uitvoering van maatregelen ten aanzien van stekende insecten vast te leggen, een zogenaamde nulmeting. Met een nulmeting kan na uitvoering van de maatregelen worden bepaald of veranderingen en eventueel overlast een gevolg zijn van de herinrichting. Het doel van de nulmeting rondom Engbertsdijksvenen is het vaststellen van de aantallen en verspreiding van volwassen steekmuggen (Culicidae) en knutten (Ceratopogonidae, genus Culicoides). Omdat de eerste twee meetjaren, 2018 en 2019 zeer droog waren en niet voldoende representatief voor een gemiddeld jaar zijn, is in 2021 een aanvullende meting uitgevoerd. De resultaten van deze drie meetjaren zijn gebruikt om een beeld te krijgen van de nulsituatie. Rondom het natuurgebied Engbertsdijksvenen zijn 17 meetlocaties ingericht. Op iedere meetlocatie is in 2018, 2019 en 2020 van april tot en met september maandelijks een gecombineerde steekmuggen-knutten vangst uitgevoerd over een periode van 24 uur. Het verzamelde materiaal is na de vangst gedetermineerd en geteld. Omdat stekende insecten sterk afhankelijk zijn van de weersomstandigheden zijn aanvullend van de weersgegevens van locatie vliegveld Twente geanalyseerd. De meetjaren 2018 en 2019 waren droog, de winter 2018-2019 was extreem droog. Als gevolg van de droogte zijn de grondwaterstanden weggezakt en zijn er minder ‘langdurig tijdelijke wateren’ (de habitat van moersassteekmuglarven) in het gebied aanwezig geweest. Het jaar 2021 was daarentegen nat. Door de droogte zijn in 2019 veel minder steekmuggen verzameld dan in 2018 mede omdat het voorjaar van 2018 nog relatief nat was. In de maanden april-mei traden vooral moerassteekmuggen op. In zomer zijn vooral huissteekmuggen en plantenboorsteekmuggen verzameld. In 2019 zijn ongeveer tweemaal zo veel knutten verzameld dan in 2018. Het betrof een menging van soorten uit moerasgebieden en soorten uit agrarische gebieden. De verdubbeling van het aantal knutten in 2019 onder de al genoemde daling van de grondwaterstand en de verdroging in 2018 is moeilijker te verklaren. De neerslag in 2019 kan de bovenste bodemlaag vochtiger hebben gemaakt wat gunstig is voor de ontwikkeling van de larven van knutten. Mogelijk waren er ook eieren van het voorgaand jaar nog aanwezig. In 2021 zijn de meeste steekmuggen verzameld, 2021 was ook het natste jaar van de drie meetjaren. Hogere aantallen moerassteekmuggen blijken steeds in de periode april-juni (het voorjaar) op te treden en hogere aantallen huissteekmuggen treden in de zomer op. Gemiddeld waren er op erven en in tuinen meer huissteekmuggen aanwezig en in het natuurgebied meer moerassteekmuggen. In 2021 werden bijna 4 keer zoveel individuen van knutten verzameld dan in 2018 en bijna 2 keer zo veel dan in 2019. In juni 2021 traden de hoogste aantallen knutten op, alle afkomstig uit habitats aanwezig in het natuurgebied. In 2018 was het aantal knutten het hoogst in begin en eind mei, in 2019 mei-juni en in 2021 in juni, mogelijk gerelateerd aan de natheid van de bovenste bodemlaag. De meetlocaties zijn zo gekozen dat vergelijkingen gemaakt konden worden tussen een locatie aan de rand van het natuurgebied en een locatie verder af van het natuurgebied. In veel gevallen bleken de aantallen steekmuggen en knutten lineair af te nemen. Dit geeft aan dat de meeste stekende insecten in of direct aan de rand het natuurgebied tot ontwikkeling komen. De aantallen steekmuggen lagen niet hoger dan gemeten rondom andere hoogveengebieden en hebben niet geleid tot (gemelde) overlastsituaties in de omgeving. Een vergelijking met de plaagsituatie in 1987-1988 is niet te maken omdat destijds geheel andere meettechnieken zijn toegepast. De resultaten kunnen in 2021 enigszins beïnvloed zijn door de eerste werkzaamheden in het natuurgebied. Er zijn enkele voorbeelden gegeven om na uitvoering van de maatregelen en metingen aan de dichtheden van stekende insecten een vergelijk met de hier beschreven nulsituatie te maken.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherZoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research
Number of pages33
DOIs
Publication statusPublished - 2021

Publication series

NameNotitie Kennisimpuls waterkwaliteit (KIWK), Zoetwatersystemen, Wageningen Environmental Research

Cite this