Stekende insecten rondom de Engbertsdijksvenen: Nulmeting 2018 en 2019

Piet F.M. Verdonschot*

*Corresponding author for this work

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Om gekwantificeerde kennis van stekende insecten in en rondom het natuurgebied Engbertsdijksvenen op te bouwen heeft Staatsbosbeheer de vraag gesteld ‘Beschrijf en kwantificeer de nulsituatie van stekende insecten rondom de Engbertsdijksvenen?’. Het doel van de nulmetingen in de gebieden in en rondom Engbertsdijksvenen is het vaststellen van de aantallen en verspreiding van volwassen steekmuggen en knutten. In totaal zijn 17 meetlocaties ingericht verdeeld over de gehele rand van de Engbertsdijksvenen. Op iedere meetlocatie is van april-september maandelijks een gecombineerde steekmuggen-knutten vangst uitgevoerd over een periode van 24 uur. Het verzamelde materiaal is na de vangst gedetermineerd en geteld. Omdat stekende insecten sterk afhankelijk zijn van de weersomstandigheden is een analyse gemaakt van de weersgegevens van locatie vliegveld Twente. Beide meetjaren, 2018 en 2019, worden als droge jaren gekarakteriseerd. De winter 2018-2019 was extreem droog. Als gevolg van de droogte zijn de grondwaterstanden weggezakt en zijn er minder langdurig tijdelijke wateren in het gebied aanwezig geweest. Door de aanhoudende droogte zijn in 2019 veel minder steekmuggen verzameld dan in 2018 mede omdat het voorjaar van 2018 nog relatief nat was. In de maanden april-mei traden vooral moerassteekmuggen op. In zomer zijn vooral huissteekmuggen en plantenboorsteekmuggen verzameld. De aantallen lagen niet hoger dan rondom andere hoogveengebieden zijn waargenomen en leiden niet tot overlast situaties in de omgeving, behalve mogelijk de hogere aantallen op locatie 5 in 2018. Een vergelijking met de plaagsituatie in 1987-1988 is niet te maken omdat destijds geheel andere meettechnieken zijn toegepast. In 2019 zijn ongeveer tweemaal zo veel knutten verzameld dan in 2018. Het betrof een menging van soorten uit moerasgebieden en soorten uit agrarische gebieden. De verdubbeling van het aantal knutten in 2019 onder de al genoemde daling van de grondwaterstand en de verdroging in 2018 is moeilijker te verklaren. De neerslag in 2019 kan de bovenste bodemlaag vochtiger hebben gemaakt wat gunstig is voor de ontwikkeling van de larven van knutten. Mogelijk waren er ook eieren van het voorgaand jaar nog aanwezig. In de meeste situaties tussen twee monitoringslocaties, een op de rand van het natuurgebied en een verder weg van deze rand, blijkt een afname in aantallen steekmuggen en knutten op te treden. Dit geeft aan dat de meeste stekende insecten in het natuurgebied of direct aan de rand van het natuurgebied tot ontwikkeling komen. Aanbevolen wordt meer jaren te monitoren omdat de twee droge jaren geen gemiddeld representatief beeld maar een onderschatting geven van de nulsituatie.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherZoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research
Number of pages32
DOIs
Publication statusPublished - Dec 2019

Publication series

NameNotitie Zoetwatersystemen, Wageningen Environmental Research

Cite this