Stekende insecten Griendtsveen 2017

notitie

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

De inventarisatie van steekmuglarven leverde in 2016 4 kleinere gebiedsdelen op met hoge aantallen steekmuglarven (de zogenaamde ‘hotspots’). In april-mei 2017 is de larveninventarisatie herhaald. Hieruit bleek dat de larven van de moerassteekmug A. cinereus over het gehele gebied verspreid zijn met op de ‘hotspots’ opnieuw hoogste aantallen. In de periode daarna vielen de meeste locaties droog. Het jaar 2017 was een droog jaar waarbij al vroeg in het voorjaar, mogelijk zelfs in de winter, veel potentiële tijdelijke wateren al droog stonden. Het patroon van ontwikkeling van volwassen steekmuggen liet over 2017 een ‘klassiek’ beeld van een moerassteekmuggenpopulatie zien met hoge aantallen in het voorjaar die daarna snel uitdoven. Alleen in juni trad additioneel een kleine populatie van plantenboorsteekmuggen op. Dit beeld is een gevolg van het opdrogen van tijdelijke wateren in het gebied in het voorjaar. De in totaal lagere aantallen in het gehele gebied en de beperking van deze aantallen tot de maand mei hebben ertoe geleid dat in het dorp Griendtsveen in 2017 geen overlast is ervaren. De verdeling van de aantallen over de jaren 2015, 2016 en 2017 naar zone rondom en in het dorp laat zien dat er ieder jaar een afname van de aantallen optreedt richting de dorpskern. In de periode 2015-2017 is het aantallen verzamelde knutten toegenomen met een factor 3. Dit kan samenhangen met nattere weilanden aan de zuidzijde, in het dorp en aan de westzijde. De adviezen voor maatregelen om de ‘hotspots’ aan te pakken zijn in 2017 in gang gezet en ten dele uitgevoerd
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherZoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research
Number of pages58
ISBN (Electronic)9789463432924
DOIs
Publication statusPublished - 2018

Cite this

Verdonschot, P. F. M., & Dekkers, T. B. M. (2018). Stekende insecten Griendtsveen 2017: notitie. Wageningen: Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research. https://doi.org/10.18174/449668
Verdonschot, Piet F.M. ; Dekkers, T.B.M. / Stekende insecten Griendtsveen 2017 : notitie. Wageningen : Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research, 2018. 58 p.
@book{af6d175bb2dd4d29afffec2a9a478a84,
title = "Stekende insecten Griendtsveen 2017: notitie",
abstract = "De inventarisatie van steekmuglarven leverde in 2016 4 kleinere gebiedsdelen op met hoge aantallen steekmuglarven (de zogenaamde ‘hotspots’). In april-mei 2017 is de larveninventarisatie herhaald. Hieruit bleek dat de larven van de moerassteekmug A. cinereus over het gehele gebied verspreid zijn met op de ‘hotspots’ opnieuw hoogste aantallen. In de periode daarna vielen de meeste locaties droog. Het jaar 2017 was een droog jaar waarbij al vroeg in het voorjaar, mogelijk zelfs in de winter, veel potentiële tijdelijke wateren al droog stonden. Het patroon van ontwikkeling van volwassen steekmuggen liet over 2017 een ‘klassiek’ beeld van een moerassteekmuggenpopulatie zien met hoge aantallen in het voorjaar die daarna snel uitdoven. Alleen in juni trad additioneel een kleine populatie van plantenboorsteekmuggen op. Dit beeld is een gevolg van het opdrogen van tijdelijke wateren in het gebied in het voorjaar. De in totaal lagere aantallen in het gehele gebied en de beperking van deze aantallen tot de maand mei hebben ertoe geleid dat in het dorp Griendtsveen in 2017 geen overlast is ervaren. De verdeling van de aantallen over de jaren 2015, 2016 en 2017 naar zone rondom en in het dorp laat zien dat er ieder jaar een afname van de aantallen optreedt richting de dorpskern. In de periode 2015-2017 is het aantallen verzamelde knutten toegenomen met een factor 3. Dit kan samenhangen met nattere weilanden aan de zuidzijde, in het dorp en aan de westzijde. De adviezen voor maatregelen om de ‘hotspots’ aan te pakken zijn in 2017 in gang gezet en ten dele uitgevoerd",
author = "Verdonschot, {Piet F.M.} and T.B.M. Dekkers",
year = "2018",
doi = "10.18174/449668",
language = "Dutch",
publisher = "Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research",

}

Verdonschot, PFM & Dekkers, TBM 2018, Stekende insecten Griendtsveen 2017: notitie. Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research, Wageningen. https://doi.org/10.18174/449668

Stekende insecten Griendtsveen 2017 : notitie. / Verdonschot, Piet F.M.; Dekkers, T.B.M.

Wageningen : Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research, 2018. 58 p.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Stekende insecten Griendtsveen 2017

T2 - notitie

AU - Verdonschot, Piet F.M.

AU - Dekkers, T.B.M.

PY - 2018

Y1 - 2018

N2 - De inventarisatie van steekmuglarven leverde in 2016 4 kleinere gebiedsdelen op met hoge aantallen steekmuglarven (de zogenaamde ‘hotspots’). In april-mei 2017 is de larveninventarisatie herhaald. Hieruit bleek dat de larven van de moerassteekmug A. cinereus over het gehele gebied verspreid zijn met op de ‘hotspots’ opnieuw hoogste aantallen. In de periode daarna vielen de meeste locaties droog. Het jaar 2017 was een droog jaar waarbij al vroeg in het voorjaar, mogelijk zelfs in de winter, veel potentiële tijdelijke wateren al droog stonden. Het patroon van ontwikkeling van volwassen steekmuggen liet over 2017 een ‘klassiek’ beeld van een moerassteekmuggenpopulatie zien met hoge aantallen in het voorjaar die daarna snel uitdoven. Alleen in juni trad additioneel een kleine populatie van plantenboorsteekmuggen op. Dit beeld is een gevolg van het opdrogen van tijdelijke wateren in het gebied in het voorjaar. De in totaal lagere aantallen in het gehele gebied en de beperking van deze aantallen tot de maand mei hebben ertoe geleid dat in het dorp Griendtsveen in 2017 geen overlast is ervaren. De verdeling van de aantallen over de jaren 2015, 2016 en 2017 naar zone rondom en in het dorp laat zien dat er ieder jaar een afname van de aantallen optreedt richting de dorpskern. In de periode 2015-2017 is het aantallen verzamelde knutten toegenomen met een factor 3. Dit kan samenhangen met nattere weilanden aan de zuidzijde, in het dorp en aan de westzijde. De adviezen voor maatregelen om de ‘hotspots’ aan te pakken zijn in 2017 in gang gezet en ten dele uitgevoerd

AB - De inventarisatie van steekmuglarven leverde in 2016 4 kleinere gebiedsdelen op met hoge aantallen steekmuglarven (de zogenaamde ‘hotspots’). In april-mei 2017 is de larveninventarisatie herhaald. Hieruit bleek dat de larven van de moerassteekmug A. cinereus over het gehele gebied verspreid zijn met op de ‘hotspots’ opnieuw hoogste aantallen. In de periode daarna vielen de meeste locaties droog. Het jaar 2017 was een droog jaar waarbij al vroeg in het voorjaar, mogelijk zelfs in de winter, veel potentiële tijdelijke wateren al droog stonden. Het patroon van ontwikkeling van volwassen steekmuggen liet over 2017 een ‘klassiek’ beeld van een moerassteekmuggenpopulatie zien met hoge aantallen in het voorjaar die daarna snel uitdoven. Alleen in juni trad additioneel een kleine populatie van plantenboorsteekmuggen op. Dit beeld is een gevolg van het opdrogen van tijdelijke wateren in het gebied in het voorjaar. De in totaal lagere aantallen in het gehele gebied en de beperking van deze aantallen tot de maand mei hebben ertoe geleid dat in het dorp Griendtsveen in 2017 geen overlast is ervaren. De verdeling van de aantallen over de jaren 2015, 2016 en 2017 naar zone rondom en in het dorp laat zien dat er ieder jaar een afname van de aantallen optreedt richting de dorpskern. In de periode 2015-2017 is het aantallen verzamelde knutten toegenomen met een factor 3. Dit kan samenhangen met nattere weilanden aan de zuidzijde, in het dorp en aan de westzijde. De adviezen voor maatregelen om de ‘hotspots’ aan te pakken zijn in 2017 in gang gezet en ten dele uitgevoerd

U2 - 10.18174/449668

DO - 10.18174/449668

M3 - Report

BT - Stekende insecten Griendtsveen 2017

PB - Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research

CY - Wageningen

ER -

Verdonschot PFM, Dekkers TBM. Stekende insecten Griendtsveen 2017: notitie. Wageningen: Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research, 2018. 58 p. https://doi.org/10.18174/449668