Steekmuggen en knutten in Geelbroek :nulmeting: najaar 2020 en voorjaar 2021

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

De in 2015-2016 en 2020-2021 in het inrichtingsgebied Geelbroek uitgevoerde nulmetingen aan stekende insecten hadden als doel inzicht te krijgen in en vastleggen van het voorkomen van soorten en aantallen van steekmuggen en knutten rondom de aanwezige bebouwing en in het inrichtingsgebied. Met de monitoring is een nulsituatie vastgelegd en is inzicht verkregen in de in betreffende jaren voorkomende soorten en aantallen van steekmuggen en knutten. Het totale beeld van beide meetperioden leidt tot de conclusie dat er weinig steekmuggen in het inrichtingsgebied ontwikkelen. Een vergelijking van de vangstaantallen met vangstaantallen van elders in Nederland in dezelfde jaren leert dat de aantallen zeer laag tot laag zijn. In 2020-2021 speelde de huissteekmug Culex pipiens de hoofdrol. Deze huissteekmug was ook in 2015-2016 wat aantallen betreft de tweede belangrijke soort. C. pipiens is de meest algemeen voorkomende steekmug in Nederland. De soort ontwikkelt zich in de zomer in allerlei kleine watermilieus, zoals watertonnen, waterverzamelingen in donkere ruimten in gebouwen en dakgoten. De verwachting is dat deze soort zal profiteren van vernatte omstandigheden bij (extreem) natte perioden in de zomer, maar bij voldoende afstand tot bewoning zal dit niet tot overlast leiden. Meestal is de overlast van deze soort een gevolg van de aanwezigheid van broedplekken nabij een woning of op een erf. De nulmetingen in zowel 2015-2016 en 2020-2021 laten zien dat het inrichtingsgebied Geelbroek ook niet rijk is aan knutten. Hun aantallen waren steeds relatief laag. Uit de vangsten blijken knutten onder de huidige milieu-omstandigheden geen noemenswaardige problemen op te leveren. De taxa Culicoides obsoletus gr. en C. punctatus waren in 2020-2021 het meest aanwezig en ontwikkelden zich vooral in organisch verrijkte, natte bodems bijvoorbeeld in natte weilanden en nabij boerderijen. Vernattingsmaatregelen in combinatie met het laten ontstaan van moerasbos, rietland en dergelijke leiden tot hogere aantallen steekmuggen en knutten. Deze toename is bij vernatting onvermijdelijk. Daarom is het van belang om de juiste (aanvullende) maatregelen te nemen die voorkomen dat bewoners overlast gaan ervaren. Dit betekent dat moerasbos en andere typen moeras vanuit het oogpunt van de relatie mens-stekend insect voldoende gescheiden blijven. De nulmetingen in 2015-2016 lieten zien dat moerassteekmuggen zich sterk kunnen ontwikkelen in moerasbos. Huissteekmuggen profiteren van tijdelijk water op het land in de zomer bij hoge temperaturen. Knutten ontwikkelen zich talrijk in natte bodems (water aan maaiveld). Aanvullende maatregelen moeten zich daarom richten op het inrichten van zones tussen bewoning en moeras en drassige gebieden om dispersie van stekende insecten naar woningen te voorkomen en op het verminderen van broedplaatsen op korte afstand van woningen.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherZoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research
Number of pages15
DOIs
Publication statusPublished - Aug 2021

Publication series

NameNotitie Kennisimpuls waterkwaliteit (KIWK), Zoetwatersystemen, Wageningen Environmental Research

Cite this