Semi-kwantitatieve opname bodemdieren Roggenplaat 2017-2022 : resultaten en vergelijking met de kwantitatieve monitoring

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    De afname van platen, slikken en schorren in de Oosterschelde als gevolg van zandhonger verkort de droogvalduur van het intergetijdengebied, wat negatieve gevolgen heeft voor de natuurlijke kwaliteit met name voor benthos-etende vogelsoorten. Om dit proces tegen te gaan, heeft Rijkswaterstaat eind 2019 de Roggenplaat (1440 ha) gesuppleerd met ruim 1,13 miljoen m³ zand, verdeeld over zeven suppletie-elementen. Deze suppleties, variërend in dikte tussen 30 en 80 cm, zijn bedoeld om de foerageerfunctie van de Roggenplaat te behouden voor 14 benthos-etende vogelsoorten. Een grootschalig monitoringsprogramma, dat loopt van 2015 tot en met 2024, is opgezet om de morfologische en ecologische ontwikkeling van de suppleties te volgen en de doelstellingen te evalueren. Dit programma omvat zowel kwantitatieve als semi-kwantitatieve monitoring van macrozoöbenthos. Het huidige document rapporteert de resultaten van de semi-kwantitatieve opnames uitgevoerd vóór (2017) en na (2020-2022) de aanleg van de suppleties. De resultaten wijzen op sterke, soort-specifieke effecten van de aanleg op de bodemdierengemeenschappen, met variërende patronen binnen dezelfde soort voor verschillende groottes/jaarklassen. Hoewel twijfels bestaan over de robuustheid en reproduceerbaarheid van de semi-kwantitatieve monitoring door gebrek aan kwaliteitsborging, zijn er sterke overeenkomsten gevonden met de kwantitatieve monitoring voor bepaalde indicatoren zoals de niveaus van bodemleven en de treffrequenties van kokkels, nonnetjes en wapenwormen. Deze overeenkomsten suggereren de geschiktheid van semi-kwantitatieve monitoring voor ruimtelijk dekkende waarneming van doelsoorten, zoals de prooien van vogels. Voor soorten die mogelijk schaars verdeeld zijn, zoals Lanice en wadpieren, lijkt de semi-kwantitatieve monitoring robuustere waarnemingen te bieden dan de kwantitatieve methode. Echter, voor een brede biodiversiteitsvraag voldoet de semi-kwantitatieve methode niet, en moet kwantitatieve monitoring worden toegepast. Aanbevelingen zijn onder andere het ontwikkelen van kwaliteitsborging voor de semi-kwantitatieve bodemdierenmonitoring om de robuustheid en reproduceerbaarheid te verbeteren, en het standaardiseren en consolideren van bestaande datasets om toekomstige campagnes te kunnen integreren en homogene datasets te verkrijgen.
    Original languageDutch
    Place of PublicationIJmuiden
    PublisherWageningen Marine Research
    Number of pages30
    DOIs
    Publication statusPublished - Jun 2024

    Publication series

    NameWageningen Marine Research rapport
    No.C040/24

    Cite this