TY - BOOK
T1 - Seizoensopslag van duurzame warmte op midden-temperatuur niveau
AU - Kon, Johan
AU - de Zwart, Feije
N1 - Project number: 3742382600
PY - 2026
Y1 - 2026
N2 - Het verhogen van de maximaal toegestane injectietemperatuur voor seizoensopslag in aquifers van 25 °C (WKO) naar 45-60 °C (MTO) geeft extra mogelijkheden om duurzame warmte in de zomer te bufferen voor gebruik voor verwarming in de winter. In dit verslag wordt onderzocht wat deze verhoging van de maximale temperatuur mogelijk maakt in een kas 1) waarin de warmtevraag in de winter voldaan wordt middels een warmtepomp gevoed door de gebufferde warmte uit de zomer, en 2) waarin de warmtevraag voldaan wordt middels een geothermie aansluiting met vaste volumes die jaarrond afgenomen moeten worden. In de eerste situatie ligt de focus op het extra opwaarderen van de geoogste laagwaardige warmte tegen lage elektriciteitsprijzen in de zomer, om vervolgens in de winter bij hoge elektriciteitsprijzen alleen een klein temperatuurverschil te hoeven overbruggen. In de tweede situatie ligt de focus op het direct op hoge temperatuur opslaan van het overschot uit de geothermie aansluiting, in plaats van deze af te waarderen naar de beperkende maximale opslagtemperatuur van 25 °C. Op basis van een berekende warmtevraag uit het kasklimaat simulatiemodel KASPRO en een seizoensopslag simulatiemodel ontwikkeld door de WUR, wordt geraamd dat voor een kas in de eerste situatie het extra opwaarderen naar hogere temperatuurniveaus geen positieve invloed heeft op de operationele warmtekosten, noch op de CO2 uitstoot. Voor een kas in de tweede situatie wordt geraamd dat de operationele warmtekosten met 0,93 €/m2 dalen bij opslag op 55 °C ten opzichte van opslag op 20 °C, en dat de CO2 uitstoot daalt met 48%.
AB - Het verhogen van de maximaal toegestane injectietemperatuur voor seizoensopslag in aquifers van 25 °C (WKO) naar 45-60 °C (MTO) geeft extra mogelijkheden om duurzame warmte in de zomer te bufferen voor gebruik voor verwarming in de winter. In dit verslag wordt onderzocht wat deze verhoging van de maximale temperatuur mogelijk maakt in een kas 1) waarin de warmtevraag in de winter voldaan wordt middels een warmtepomp gevoed door de gebufferde warmte uit de zomer, en 2) waarin de warmtevraag voldaan wordt middels een geothermie aansluiting met vaste volumes die jaarrond afgenomen moeten worden. In de eerste situatie ligt de focus op het extra opwaarderen van de geoogste laagwaardige warmte tegen lage elektriciteitsprijzen in de zomer, om vervolgens in de winter bij hoge elektriciteitsprijzen alleen een klein temperatuurverschil te hoeven overbruggen. In de tweede situatie ligt de focus op het direct op hoge temperatuur opslaan van het overschot uit de geothermie aansluiting, in plaats van deze af te waarderen naar de beperkende maximale opslagtemperatuur van 25 °C. Op basis van een berekende warmtevraag uit het kasklimaat simulatiemodel KASPRO en een seizoensopslag simulatiemodel ontwikkeld door de WUR, wordt geraamd dat voor een kas in de eerste situatie het extra opwaarderen naar hogere temperatuurniveaus geen positieve invloed heeft op de operationele warmtekosten, noch op de CO2 uitstoot. Voor een kas in de tweede situatie wordt geraamd dat de operationele warmtekosten met 0,93 €/m2 dalen bij opslag op 55 °C ten opzichte van opslag op 20 °C, en dat de CO2 uitstoot daalt met 48%.
UR - https://edepot.wur.nl/709624
U2 - 10.18174/709624
DO - 10.18174/709624
M3 - Report
T3 - Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Businessunit Glastuinbouw
BT - Seizoensopslag van duurzame warmte op midden-temperatuur niveau
PB - Wageningen Plant Research
CY - Wageningen
ER -