Screening herbiciden in knolselderij (KAS450, 2004)

M.G. van Zeeland, M.C. Plentinger, J. Hoek

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Knolselderij (Apium graveolens L., var. rapaceum) heeft een lange kiemduur en voor een groot deel van het groeiseizoen een “open” gewasstructuur, zodat onkruid gedurende een lange periode kan kiemen en tot ontwikkeling kan komen. Tussen de rijen kan geschoffeld worden en bij goed vastgegroeide planten kan in de rij gewerkt worden met machines als vinger- en rotorwieder. Deze machines zijn echter (lang) niet zo effectief als chemische middelen en veroorzaken veelal ook gewasschade. In een ter plaatse gezaaid gewas zijn ze niet bruikbaar omdat ze dan teveel gewasschade veroorzaken en de effectiviteit tegen het onkruid te laag is. Chemische onkruidbestrijding is daarom in knolselderij belangrijk. Er zijn echter maar twee middelen toegelaten: linuron en de grassenbestrijder Fusilade. Gezien het werkingsspectrum van deze middelen kunnen aantal belangrijke onkruidsoorten (straatgras, perzikkruid, zwaluwtong, varkensgras etc.) in knolselderij niet of nauwelijks bestreden worden.
Original languageDutch
Place of PublicationLelystad
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Number of pages13
Publication statusPublished - 2004

Keywords

  • vegetable growing
  • celeriac
  • greenhouse experiments
  • station tests
  • plant protection
  • weed control
  • herbicides
  • outturn
  • quality
  • damage

Cite this