Schimmels zijn genetische wildebrassen (interview met Gert Kema)

R. Mehrabi, P. de Wit, G.H.J. Kema

Research output: Contribution to journalArticleProfessional

Abstract

Pathogene schimmels doen spontaan waar organisaties als Greenpeace van gruwen: ze wisselen genen of zelfs hele chromosomen uit met andere schimmelsoorten. Dat blijkt uit een artikel in FEMS Microbiology Reviews van de Wageningse genetici Rahim Mehrabi, Pierre de Wit en Gert Kema van Wageningen UR. Jarenlang leidde de schimmelsoort Pyrenophora triticirepentis een voor tarwe onschuldig bestaan. Maar rond de Tweede Wereldoorlog tastte de schimmel opeens tarwe aan, net als de pathogene schimmelsoort Stagonospora nodorum. Toen genetici onlangs de genoomsequenties van beide schimmels gingen vergelijken, bleek er een ‘eilandje’ van Stagonospora-DNA in het genoom van Pyrenophora te zitten. Ook bleek dat dit pakketje genen in schimmels rond 1940 aanwezig was, maar daarvoor niet. Het is dus erg aannemelijk dat P. tritici-repentis een pathogene tarweschimmel werd na DNA-uitwisseling met S. nodorum.
Original languageDutch
Pages (from-to)Nieuws-95
JournalGewasbescherming
Volume42
Issue number2 (april 2011)
Publication statusPublished - 2011

Cite this