Risico-evaluatie Bunschoten

een evaluatie van ecologische en landbouwkundige risico’s in de polder gelegen aan de Westdijk te Bunschoten

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In het poldergebied gelegen achter de met TGG opgehoogde dijk te Bunschoten is sprake van verhoogde concentraties aan met name zouten in grond- en oppervlaktewater in de teensloot achter de dijk en, in mindere mate, in de sloten in het achterliggende poldergebied. Concentraties in het slootwater zijn met name hoog in de winterperiode en overschrijden dan voor chloride, ammonium en sulfaat de advieswaarden voor veedrenking en gewasgroei (gras). Aanvullende metingen van de bodemkwaliteit van met baggerspecie behandelde percelen laten een beperkte invloed zien van het opbrengen van bagger op de concentraties van stoffen in de bodem. Een toename van de concentratie is beperkt gemeten voor zouten en niet of veel minder voor niet-mobiele stoffen (o.a. metalen). Vo or de metalen geldt dat de samenstelling van de bagger zodanig is dat er volgens de huidige wetgeving geen beperking geldt voor het opbrengen op de kant. Echter voor chloride en sulfaat moet de zorgplicht worden aangehouden. Risico’s voor weidevogels lijken beperkt, gezien de geringe invloedvan de waterkwaliteit op de gebiedsgemiddelde omgevingskwaliteit. Lokaal zijn de bodemcondities zodanig dat effecten op bodemfauna en gewasgroei aannemelijk of reëel zijn, zeker bij de plekken waar zoutvorming is opgetreden. Deze effecten zijn echter vooralsnog beperkt tot kleine gebieden. Afdammen van de sloten grenzend aan de teensloot lijkt niet afdoende om de intrusie van zout te voorkomen, zoals blijkt uit de eenmalige monitoring van de concentraties aan zouten in een aantal afgedamde sloten. Korte-termijn-aanbevelingen zijn o.a. het continueren van het doorspoelen van de sloten, het niet gebruiken van het water uit de teensloot voor drinkwater (vee), het monitoren van het geleidingsvermogen in de afgedamde sloten gedurende het seizoen dat de percelen beweid worden en een aangepast baggerbeheer i.v.m. chloride en sulfaat.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Environmental Research
Number of pages61
DOIs
Publication statusPublished - 2019

Publication series

NameWageningen Environmental Research rapport
No.2955
ISSN (Print)1566-7197

Cite this

Römkens, Paul ; Lahr, Joost ; Brand, Ellen. / Risico-evaluatie Bunschoten : een evaluatie van ecologische en landbouwkundige risico’s in de polder gelegen aan de Westdijk te Bunschoten. Wageningen : Wageningen Environmental Research, 2019. 61 p. (Wageningen Environmental Research rapport; 2955).
@book{3b0c11d1092b41cfa6f803e56f50f050,
title = "Risico-evaluatie Bunschoten: een evaluatie van ecologische en landbouwkundige risico’s in de polder gelegen aan de Westdijk te Bunschoten",
abstract = "In het poldergebied gelegen achter de met TGG opgehoogde dijk te Bunschoten is sprake van verhoogde concentraties aan met name zouten in grond- en oppervlaktewater in de teensloot achter de dijk en, in mindere mate, in de sloten in het achterliggende poldergebied. Concentraties in het slootwater zijn met name hoog in de winterperiode en overschrijden dan voor chloride, ammonium en sulfaat de advieswaarden voor veedrenking en gewasgroei (gras). Aanvullende metingen van de bodemkwaliteit van met baggerspecie behandelde percelen laten een beperkte invloed zien van het opbrengen van bagger op de concentraties van stoffen in de bodem. Een toename van de concentratie is beperkt gemeten voor zouten en niet of veel minder voor niet-mobiele stoffen (o.a. metalen). Vo or de metalen geldt dat de samenstelling van de bagger zodanig is dat er volgens de huidige wetgeving geen beperking geldt voor het opbrengen op de kant. Echter voor chloride en sulfaat moet de zorgplicht worden aangehouden. Risico’s voor weidevogels lijken beperkt, gezien de geringe invloedvan de waterkwaliteit op de gebiedsgemiddelde omgevingskwaliteit. Lokaal zijn de bodemcondities zodanig dat effecten op bodemfauna en gewasgroei aannemelijk of reëel zijn, zeker bij de plekken waar zoutvorming is opgetreden. Deze effecten zijn echter vooralsnog beperkt tot kleine gebieden. Afdammen van de sloten grenzend aan de teensloot lijkt niet afdoende om de intrusie van zout te voorkomen, zoals blijkt uit de eenmalige monitoring van de concentraties aan zouten in een aantal afgedamde sloten. Korte-termijn-aanbevelingen zijn o.a. het continueren van het doorspoelen van de sloten, het niet gebruiken van het water uit de teensloot voor drinkwater (vee), het monitoren van het geleidingsvermogen in de afgedamde sloten gedurende het seizoen dat de percelen beweid worden en een aangepast baggerbeheer i.v.m. chloride en sulfaat.",
author = "Paul Römkens and Joost Lahr and Ellen Brand",
note = "Project number: 5200045370",
year = "2019",
doi = "10.18174/495223",
language = "Dutch",
series = "Wageningen Environmental Research rapport",
publisher = "Wageningen Environmental Research",
number = "2955",

}

Risico-evaluatie Bunschoten : een evaluatie van ecologische en landbouwkundige risico’s in de polder gelegen aan de Westdijk te Bunschoten. / Römkens, Paul; Lahr, Joost; Brand, Ellen.

Wageningen : Wageningen Environmental Research, 2019. 61 p. (Wageningen Environmental Research rapport; No. 2955).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Risico-evaluatie Bunschoten

T2 - een evaluatie van ecologische en landbouwkundige risico’s in de polder gelegen aan de Westdijk te Bunschoten

AU - Römkens, Paul

AU - Lahr, Joost

AU - Brand, Ellen

N1 - Project number: 5200045370

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - In het poldergebied gelegen achter de met TGG opgehoogde dijk te Bunschoten is sprake van verhoogde concentraties aan met name zouten in grond- en oppervlaktewater in de teensloot achter de dijk en, in mindere mate, in de sloten in het achterliggende poldergebied. Concentraties in het slootwater zijn met name hoog in de winterperiode en overschrijden dan voor chloride, ammonium en sulfaat de advieswaarden voor veedrenking en gewasgroei (gras). Aanvullende metingen van de bodemkwaliteit van met baggerspecie behandelde percelen laten een beperkte invloed zien van het opbrengen van bagger op de concentraties van stoffen in de bodem. Een toename van de concentratie is beperkt gemeten voor zouten en niet of veel minder voor niet-mobiele stoffen (o.a. metalen). Vo or de metalen geldt dat de samenstelling van de bagger zodanig is dat er volgens de huidige wetgeving geen beperking geldt voor het opbrengen op de kant. Echter voor chloride en sulfaat moet de zorgplicht worden aangehouden. Risico’s voor weidevogels lijken beperkt, gezien de geringe invloedvan de waterkwaliteit op de gebiedsgemiddelde omgevingskwaliteit. Lokaal zijn de bodemcondities zodanig dat effecten op bodemfauna en gewasgroei aannemelijk of reëel zijn, zeker bij de plekken waar zoutvorming is opgetreden. Deze effecten zijn echter vooralsnog beperkt tot kleine gebieden. Afdammen van de sloten grenzend aan de teensloot lijkt niet afdoende om de intrusie van zout te voorkomen, zoals blijkt uit de eenmalige monitoring van de concentraties aan zouten in een aantal afgedamde sloten. Korte-termijn-aanbevelingen zijn o.a. het continueren van het doorspoelen van de sloten, het niet gebruiken van het water uit de teensloot voor drinkwater (vee), het monitoren van het geleidingsvermogen in de afgedamde sloten gedurende het seizoen dat de percelen beweid worden en een aangepast baggerbeheer i.v.m. chloride en sulfaat.

AB - In het poldergebied gelegen achter de met TGG opgehoogde dijk te Bunschoten is sprake van verhoogde concentraties aan met name zouten in grond- en oppervlaktewater in de teensloot achter de dijk en, in mindere mate, in de sloten in het achterliggende poldergebied. Concentraties in het slootwater zijn met name hoog in de winterperiode en overschrijden dan voor chloride, ammonium en sulfaat de advieswaarden voor veedrenking en gewasgroei (gras). Aanvullende metingen van de bodemkwaliteit van met baggerspecie behandelde percelen laten een beperkte invloed zien van het opbrengen van bagger op de concentraties van stoffen in de bodem. Een toename van de concentratie is beperkt gemeten voor zouten en niet of veel minder voor niet-mobiele stoffen (o.a. metalen). Vo or de metalen geldt dat de samenstelling van de bagger zodanig is dat er volgens de huidige wetgeving geen beperking geldt voor het opbrengen op de kant. Echter voor chloride en sulfaat moet de zorgplicht worden aangehouden. Risico’s voor weidevogels lijken beperkt, gezien de geringe invloedvan de waterkwaliteit op de gebiedsgemiddelde omgevingskwaliteit. Lokaal zijn de bodemcondities zodanig dat effecten op bodemfauna en gewasgroei aannemelijk of reëel zijn, zeker bij de plekken waar zoutvorming is opgetreden. Deze effecten zijn echter vooralsnog beperkt tot kleine gebieden. Afdammen van de sloten grenzend aan de teensloot lijkt niet afdoende om de intrusie van zout te voorkomen, zoals blijkt uit de eenmalige monitoring van de concentraties aan zouten in een aantal afgedamde sloten. Korte-termijn-aanbevelingen zijn o.a. het continueren van het doorspoelen van de sloten, het niet gebruiken van het water uit de teensloot voor drinkwater (vee), het monitoren van het geleidingsvermogen in de afgedamde sloten gedurende het seizoen dat de percelen beweid worden en een aangepast baggerbeheer i.v.m. chloride en sulfaat.

U2 - 10.18174/495223

DO - 10.18174/495223

M3 - Report

T3 - Wageningen Environmental Research rapport

BT - Risico-evaluatie Bunschoten

PB - Wageningen Environmental Research

CY - Wageningen

ER -