TY - BOOK
T1 - Resistente uienrassen en valse meeldauw
T2 - Biotoets, veldwaarnemingen en beheersing
AU - Evenhuis, A.
AU - Topper, C.G.
PY - 2026
Y1 - 2026
N2 - Valse meeldauw resistente rassen, wat kunnen we ermee? Observaties in het veld suggereren dat er Peronospora destructor populaties in Nederland aanwezig zijn die resistente rassen op hetzelfde moment aantasten als vatbare rassen. Tegelijkertijd zijn er ook situaties (o.a. biotoets in de kas) waarbij het resistente ras langer stand houdt dan de vatbare rassen. De teelt van uien wordt bedreigd door diverse ziekten en plagen. Een van de belangrijkste ziektes, valse meeldauw, wordt veroorzaakt door Peronospora destructor. In de Nederlandse praktijk wordt de ziekte bestreden door circa 8 keer een fungicide toe te passen in een min of meer wekelijks schema. In de biologische teelt kunnen uiteraard geen bestrijdingsmiddelen ingezet worden. Met name in deze sector wordt gebruik gemaakt van rassen waarin een resistentiegen tegen valse meeldauw is ingekruist. Het gaat om een dominant overervende monogene resistentie afkomstig uit Allium roylei (Scholten et al., 2007). Voor zover bekend is valse meeldauw resistentie in alle rassen gebaseerd op hetzelfde gen. In de loop van de seizoenen, en met name in 2021 en 2022 bleek dat uien met dit gen toch aangetast konden worden door valse meeldauw. De vraag is wat dit betekent voor de uienteelt. Gaat het hierbij om virulentie in een groot deel van de P. destructor populatie. Gaat het hierbij om een volledige doorbraak of om een shift in gevoeligheid voor valse meeldauw van de uienrassen met het resistentiegen. Of betreft het niet meer tot expressie komen van de resistentie bij veroudering van het uien gewas. In dat geval zou de epidemie later op gang moeten komen. In opdracht van de PPS Groene veredeling is naar een aantal van deze aspecten gekeken. In het valse meeldauw jaar 2021 kon in Lelystad geen verschil gevonden worden in het moment van de eerste aantasting tussen vatbare en resistente rassen. In Vredepeel was het verschil 6 dagen. In beide gevallen was de mate van aantasting in het resistente ras hoger dan in het vatbare ras, wat veroorzaakt werd door minder toepassingen van fungiciden op het resistente ras dan op het vatbare ras. Dit suggereert dat er in beide gevallen sprake was van een P. destructor populatie met virulentie voor het resistentie-gen. In 2022 was op beide locaties de eerste aantasting op vrijwel dezelfde dag, maar bleef de mate van aantasting beperkt tot enkele pijpjes. In 2022 zijn er 2 populaties geïnoculeerd in de kas op een vatbaar en op een resistent ras. Op het vatbare ras was de mate van aantasting 40-80% en op het resistente ras 1-2%. Dit wijst er op dat het resistentiegen voor deze beide populaties grotendeels functioneel was. In 2023 werd op een biologisch bedrijf wel aantasting gevonden in het vatbare ras en niet in het resistente ras dat er naast stond. Opgemerkt moet worden dat het vatbare ras naast een bomenrij stond wat de omstandigheden voor valse meeldauw gunstiger maakte. Op basis van deze informatie lijkt het er op dat er virulentie in de P. destructor populatie aanwezig is, maar niet alom vertegenwoordigd. Het lijkt dus mogelijk het resistentiegen nog te gebruiken, maar het is ook nodig een strategie te ontwikkelen om het resistentie-gen te beschermen. Dat wil zeggen blootstelling minimaliseren en indien mogelijk het gewas te beschermen.
AB - Valse meeldauw resistente rassen, wat kunnen we ermee? Observaties in het veld suggereren dat er Peronospora destructor populaties in Nederland aanwezig zijn die resistente rassen op hetzelfde moment aantasten als vatbare rassen. Tegelijkertijd zijn er ook situaties (o.a. biotoets in de kas) waarbij het resistente ras langer stand houdt dan de vatbare rassen. De teelt van uien wordt bedreigd door diverse ziekten en plagen. Een van de belangrijkste ziektes, valse meeldauw, wordt veroorzaakt door Peronospora destructor. In de Nederlandse praktijk wordt de ziekte bestreden door circa 8 keer een fungicide toe te passen in een min of meer wekelijks schema. In de biologische teelt kunnen uiteraard geen bestrijdingsmiddelen ingezet worden. Met name in deze sector wordt gebruik gemaakt van rassen waarin een resistentiegen tegen valse meeldauw is ingekruist. Het gaat om een dominant overervende monogene resistentie afkomstig uit Allium roylei (Scholten et al., 2007). Voor zover bekend is valse meeldauw resistentie in alle rassen gebaseerd op hetzelfde gen. In de loop van de seizoenen, en met name in 2021 en 2022 bleek dat uien met dit gen toch aangetast konden worden door valse meeldauw. De vraag is wat dit betekent voor de uienteelt. Gaat het hierbij om virulentie in een groot deel van de P. destructor populatie. Gaat het hierbij om een volledige doorbraak of om een shift in gevoeligheid voor valse meeldauw van de uienrassen met het resistentiegen. Of betreft het niet meer tot expressie komen van de resistentie bij veroudering van het uien gewas. In dat geval zou de epidemie later op gang moeten komen. In opdracht van de PPS Groene veredeling is naar een aantal van deze aspecten gekeken. In het valse meeldauw jaar 2021 kon in Lelystad geen verschil gevonden worden in het moment van de eerste aantasting tussen vatbare en resistente rassen. In Vredepeel was het verschil 6 dagen. In beide gevallen was de mate van aantasting in het resistente ras hoger dan in het vatbare ras, wat veroorzaakt werd door minder toepassingen van fungiciden op het resistente ras dan op het vatbare ras. Dit suggereert dat er in beide gevallen sprake was van een P. destructor populatie met virulentie voor het resistentie-gen. In 2022 was op beide locaties de eerste aantasting op vrijwel dezelfde dag, maar bleef de mate van aantasting beperkt tot enkele pijpjes. In 2022 zijn er 2 populaties geïnoculeerd in de kas op een vatbaar en op een resistent ras. Op het vatbare ras was de mate van aantasting 40-80% en op het resistente ras 1-2%. Dit wijst er op dat het resistentiegen voor deze beide populaties grotendeels functioneel was. In 2023 werd op een biologisch bedrijf wel aantasting gevonden in het vatbare ras en niet in het resistente ras dat er naast stond. Opgemerkt moet worden dat het vatbare ras naast een bomenrij stond wat de omstandigheden voor valse meeldauw gunstiger maakte. Op basis van deze informatie lijkt het er op dat er virulentie in de P. destructor populatie aanwezig is, maar niet alom vertegenwoordigd. Het lijkt dus mogelijk het resistentiegen nog te gebruiken, maar het is ook nodig een strategie te ontwikkelen om het resistentie-gen te beschermen. Dat wil zeggen blootstelling minimaliseren en indien mogelijk het gewas te beschermen.
UR - https://edepot.wur.nl/709530
U2 - 10.18174/709530
DO - 10.18174/709530
M3 - Report
T3 - Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten
BT - Resistente uienrassen en valse meeldauw
PB - Wageningen Plant Research
CY - Wageningen
ER -