Rasspecifieke stikstofbemesting bij zetmeelaardappelen

K.H. Wijnholds

    Research output: Contribution to journalArticleProfessional

    Abstract

    Om het maximale rendement te halen vraagt ieder zetmeelaardappelras zijn eigen wijze van telen. Met name de hoogte van de stikstofgift is afhankelijk van het ras en het perceel. Mede bepalend voor het vaststellen van het juiste bemestingsniveau is het geplande oogstmoment en of er voor langere tijd bewaard moet gaan worden. Late en zeer late rassen hebben, vanwege hun natuurlijke laatrijpheid, over het algemeen minder stikstof nodig dan de vroege tot middenlate rassen. Bij de vroege rassen kan extra stikstof zorgen voor een iets langer groeiseizoen en een daardoor voor een hoger uitbetalingsgewicht. Met deling van de gift, kan de totale hoeveelheid stikstof veelal iets lager zijn. Het voordeel van deling van de stikstofgift is, dat het gewas nog enigszins is te sturen en dat ingespeeld kan worden op het groeiseizoen. Bedenk wel dat bij zetmeelaardappelen die voor langere tijd bewaard moeten worden, het streven meer gericht moet zijn op een hoog uitbetalingsgewicht en een goede kwaliteit bij het afleveren en minder op een maximaal uitbetalingsgewicht bij de oogst in oktober.
    Original languageDutch
    JournalKennisakker.nl
    Volume2003
    Issue number15 maart
    Publication statusPublished - 2003

    Keywords

    • arable farming
    • nitrogen fertilizers
    • varieties
    • breed differences
    • fertilizer application
    • starch potatoes

    Cite this