Rassenonderzoek sojabonen op lössgrond 2006: Droog te oogsten.

J.G.M. Paauw

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In 2006 heeft er op Proefboerderij Wijnandsrade voor het derde jaar een rassenproef droog te oogsten sojabonen gelegen. Het doel van deze proef was om de mogelijkheden van deze teelt onder Nederlandse omstandigheden te beproeven. Vanuit de literatuur en op basis van ervaringen van kwekers, is teeltinformatie verzameld. Het betrof vooral buitenlandse gegevens. Evenals de beide voorgaande jaren zijn er tijdens de groei geen duidelijke ziektesymptomen waargenomen. Ook insecten kwamen eigenlijk niet voor. Bestrijdingen tegen ziekten en plagen waren dan ook niet nodig. Voor de onkruidbestrijding was er een proefontheffing voor het onkruidbestrijdingsmiddel Basagran. Naast bespuitingen met dit middel is het onkruid ook handmatig bestreden. In 2006 waren er twee zaaitijdstippen gepland om de invloed van de zaaitijd op de groei, afrijping en opbrengst te toetsen. De eerste zaai werd gezaaid op 18 april en groeide goed op. De tweede zaai is uitgezaaid op 12 mei. Er is toen een beperkt aantal rassen uitgezaaid. Niet lang na het zaaien is er veel regen gevallen. Waarschijnlijk door zuurstofgebrek is deze tweede zaai niet opgekomen. Slechts enkele planten kwamen boven. Van deze tweede zaai zijn dan ook geen resultaten bekend en laat zien dat dit gewas gevoelig is voor wateroverlast ten tijde van de kieming. De eerste zaai heeft geen last gehad van de vele regen die rond half mei viel. Deze zaai stond er toen al mooi boven. De afrijping begon in 2006 duidelijk eerder dan beide voorgaande jaren. Op 13 september konden de eerste rassen geoogst worden. Op 11 oktober werden de overige rassen geoogst. Dit is natuurlijk aan de late kant. In 2006 kwam zo duidelijk het verschil in afrijping tussen de rassen naar voren. Bij de oogst van 13 september stond het gewas van alle rassen nog overeind. Op 11 oktober zakte sommige rassen iets in elkaar. Dit gaf geen problemen bij de oogst. Het vochtgehalte verschilde weinig tussen de rassen en tussen de beide oogstdata (13-15%). Vorig jaar was dit 27-45%. Het opbrengstniveau van 2006 was wat lager dan die van 2005. Dit kwam vooral naar voren bij het vergelijken van de rassen die zowel in 2005 als 2006 waren uitgezaaid. Of de warme en droge julimaand van 2006 hier invloed op heeft gehad, is niet duidelijk. Een aantal rassen had een zaadopbrengst van 3,5 – 3,8 ton per ha. De rassen Lotus, Toliman en Ohgata hadden de hoogste opbrengst aan ruw eiwit. Victoria had de hoogste opbrengst ruw vet. In veel gevallen zijn deze opbrengsten betrouwbaar beter dan die van de andere rassen. Van de rassen die in 2006 rond half september geoogst konden worden, is er niet één ras die hoog scoort in opbrengst van zaad, ruw eiwit of ruw vet. Binnen het huidige rassenpakket zal de rassenkeuze vallen op rassen met een hoge opbrengst aan zaad, ruw vet en ruw eiwit. Het huidige rassenpakket kenmerkt zich doordat rassen met een hoge zaadopbrengst vaak ook een hoge opbrengst aan ruw vet en ruw eiwit hebben. Niet alleen het saldo zal bepalen of dit gewas geteeld gaat worden op de akkerbouwbedrijven. Ook het oogstrisico speelt een rol. Het oogstrisico wordt dan vooral bepaald door het oogsttijdstip. Zoals uit de resultaten van 2006 blijkt, heeft de rassenkeuze daar invloed op.
Original languageDutch
Place of PublicationLelystad
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business-unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente
Number of pages15
Publication statusPublished - 2006

Cite this