TY - BOOK
T1 - Perspectieven voor veredeling op stikstofefficiëntie bij sluitkool (Literatuuroverzicht)
AU - Hospers-Brands, M.
AU - Ji, Y.
AU - Struik, P.C.
AU - Lammerts Van Bueren, E.
N1 - publicatienummer 2014-014 LbP
PY - 2014
Y1 - 2014
N2 - Kool is een belangrijk gewas in Nederland. Koolsoorten vragen veel stikstof (ca. 300 kg N/ha)voor
een goede groei, dikwijls meer dan binnen de huidige regelgeving in een biologische vruchtwisseling
kan worden geleverd. Stikstof verhoogt de opbrengst, maar bij een hoog stikstofaanbod bereikt de
opbrengst een plafond. Er is in het verleden veel onderzoek gedaan om de bemesting te
optimaliseren. Voor een verdere verduurzaming van de teelt is het de vraag welke rassen robuust
genoeg zijn om bij een beperkte hoeveelheid stikstof en wisselende weers- en groeiomstandigheden
toch een economisch acceptabele en stabiele opbrengst te geven. En welke planteigenschappen
spelen daarbij een cruciale rol? Door middel van literatuuronderzoek, gesprekken met deskundigen
en veldbezoeken is nagegaan wat de perspectieven zijn om te veredelen op stikstofefficiëntie bij
koolsoorten, met name bij sluitkool.
Stikstofefficiëntie is de resultante van twee componenten: stikstofopname-efficiëntie en
stikstofgebruiksefficiëntie. Deze aspecten moeten steeds in onderlinge relatie onderzocht worden,
omdat rassen diverse combinaties van strategieën kunnen ontwikkelen om efficiënt met een laag
stikstofaanbod om te kunnen gaan. Weliswaar is het meeste onderzoek naar stikstofefficiëntie bij
Brassica gewassen gedaan aan koolzaad, Chinese kool en bloemkool, maar uit dit voorliggende
onderzoek zijn goede aanknopingspunten gevonden voor verbetering van stikstofefficiëntie bij
sluitkool.
Voor de opname van stikstof is goede beworteling een voorwaarde. Kool blijkt diep te kunnen
wortelen en efficiënt stikstof uit de bodem te kunnen opnemen. Er is echter nog geen onderzoek
gedaan naar mogelijke rasverschillen in beworteling (diepte, intensiteit, en plasticiteit) bij sluitkool
onder een laag stikstofaanbod. Omdat in de biologische teelt stikstof bij koude minder makkelijk
beschikbaar komt, is het belangrijk om in bewortelingsonderzoek vooral ook vroege rassen te
betrekken. Daarbij is het tevens van belang diverse locaties in het onderzoek te betrekken omdat verschillen in beworteling niet onder alle omstandigheden tot expressie komen.
Uit de literatuur valt af te leiden dat voor kool vooral winst te behalen is bij het verbeteren van de
gebruiksefficiëntie. Daarbij lijkt het van belang dat het omblad zo lang mogelijk, tot aan de oogst,
actief blijft teneinde de stikstofopname te stimuleren. Ook de herverdeling van stikstof van het oude
blad naar het jonge (binnen)blad dat de kool vormt en dat niet fotosynthetisch actief kan zijn, is
belangrijk. Deze gebruiksprocessen en de verhouding tussen omblad en jong blad en daarmee
samenhangende gebruiksprocessen kunnen verschillen voor vroege, middelvroege en late rassen.
Nader onderzoek moet uitwijzen wat de ideale verhouding van omblad en kool (harvest index) is in
relatie tot stikstofefficiëntie, en of bladstand en bladopbouw daarbij een rol spelen. Daarbij zou het
interessant kunnen zijn te onderzoeken of ook andere selectiecriteria van belang kunnen zijn, zoals
de bebladeringsindex (bladoppervlak/grondoppervlak, m2/m2), specifiek bladoppervlak
(bladoppervlak/bladgewicht, cm2/g), nitraatreductase en / of chlorofylgehalte of -fluorescentie.
AB - Kool is een belangrijk gewas in Nederland. Koolsoorten vragen veel stikstof (ca. 300 kg N/ha)voor
een goede groei, dikwijls meer dan binnen de huidige regelgeving in een biologische vruchtwisseling
kan worden geleverd. Stikstof verhoogt de opbrengst, maar bij een hoog stikstofaanbod bereikt de
opbrengst een plafond. Er is in het verleden veel onderzoek gedaan om de bemesting te
optimaliseren. Voor een verdere verduurzaming van de teelt is het de vraag welke rassen robuust
genoeg zijn om bij een beperkte hoeveelheid stikstof en wisselende weers- en groeiomstandigheden
toch een economisch acceptabele en stabiele opbrengst te geven. En welke planteigenschappen
spelen daarbij een cruciale rol? Door middel van literatuuronderzoek, gesprekken met deskundigen
en veldbezoeken is nagegaan wat de perspectieven zijn om te veredelen op stikstofefficiëntie bij
koolsoorten, met name bij sluitkool.
Stikstofefficiëntie is de resultante van twee componenten: stikstofopname-efficiëntie en
stikstofgebruiksefficiëntie. Deze aspecten moeten steeds in onderlinge relatie onderzocht worden,
omdat rassen diverse combinaties van strategieën kunnen ontwikkelen om efficiënt met een laag
stikstofaanbod om te kunnen gaan. Weliswaar is het meeste onderzoek naar stikstofefficiëntie bij
Brassica gewassen gedaan aan koolzaad, Chinese kool en bloemkool, maar uit dit voorliggende
onderzoek zijn goede aanknopingspunten gevonden voor verbetering van stikstofefficiëntie bij
sluitkool.
Voor de opname van stikstof is goede beworteling een voorwaarde. Kool blijkt diep te kunnen
wortelen en efficiënt stikstof uit de bodem te kunnen opnemen. Er is echter nog geen onderzoek
gedaan naar mogelijke rasverschillen in beworteling (diepte, intensiteit, en plasticiteit) bij sluitkool
onder een laag stikstofaanbod. Omdat in de biologische teelt stikstof bij koude minder makkelijk
beschikbaar komt, is het belangrijk om in bewortelingsonderzoek vooral ook vroege rassen te
betrekken. Daarbij is het tevens van belang diverse locaties in het onderzoek te betrekken omdat verschillen in beworteling niet onder alle omstandigheden tot expressie komen.
Uit de literatuur valt af te leiden dat voor kool vooral winst te behalen is bij het verbeteren van de
gebruiksefficiëntie. Daarbij lijkt het van belang dat het omblad zo lang mogelijk, tot aan de oogst,
actief blijft teneinde de stikstofopname te stimuleren. Ook de herverdeling van stikstof van het oude
blad naar het jonge (binnen)blad dat de kool vormt en dat niet fotosynthetisch actief kan zijn, is
belangrijk. Deze gebruiksprocessen en de verhouding tussen omblad en jong blad en daarmee
samenhangende gebruiksprocessen kunnen verschillen voor vroege, middelvroege en late rassen.
Nader onderzoek moet uitwijzen wat de ideale verhouding van omblad en kool (harvest index) is in
relatie tot stikstofefficiëntie, en of bladstand en bladopbouw daarbij een rol spelen. Daarbij zou het
interessant kunnen zijn te onderzoeken of ook andere selectiecriteria van belang kunnen zijn, zoals
de bebladeringsindex (bladoppervlak/grondoppervlak, m2/m2), specifiek bladoppervlak
(bladoppervlak/bladgewicht, cm2/g), nitraatreductase en / of chlorofylgehalte of -fluorescentie.
KW - brassica oleracea var. capitata
KW - plantenveredeling
KW - stikstof
KW - nutriëntengebruiksefficiëntie
KW - literatuuroverzichten
KW - biologische landbouw
KW - brassica oleracea var. capitata
KW - plant breeding
KW - nitrogen
KW - nutrient use efficiency
KW - literature reviews
KW - organic farming
M3 - Report
BT - Perspectieven voor veredeling op stikstofefficiëntie bij sluitkool (Literatuuroverzicht)
PB - Louis Bolk Instituut
CY - Driebergen
ER -