Passende roofmijten tegen trips en galmuggen tegen bladluis in potanthurium : verdere ontwikkeling van biologische bestrijding in potanthurium

A. van der Linden, E.B. de Groot, W. van Wensveen, P.M.J. Ramakers

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Met als doel de biologische bestrijding van trips in potanthurium te bevorderen werden verschillende soorten roofmijten van december tot mei zes maal gemengd uitgestrooid in zes afdelingen met potanthurium. Een afdeling met een etmaaltemperatuur van 22 graden Celsius en een afdeling met 26 graden Celsius werden later bemonsterd op het voorkomen van trips en roofmijten. Het betreft de volgende soorten: Neoseiulus cucumeris, Neoseiulus alpinus, Amblyseius swirskii, Amblyseius andersoni, Amblyseius barkeri, Typhlodromalus limonicus (één introductie). Ook werden verschillende soorten planten getest om het overleven van roofmijten te ondersteunen (in de afdeling van 26 graden C). Ipomoea tricolor ‘Heavenly Blue’ bleek geschikt voor de roofmijt Euseius ovalis, die niet met de andere soorten is geïntroduceerd. Euseius ovalis verspreidde zich vanuit de banker planten in het gewas. Van de uitgestrooide soorten vestigden zich Amblyseius swirskii en Amblyseius andersoni op Anthurium. Deze soorten konden maanden nadat het uitstrooien was gestopt nog worden bemonsterd. Verder werden ook enkele spontaan optredende roofmijten uit een andere superfamilie (Bedelloidea) in de monsters aangetroffen. De aantallen trips bleven laag behalve in de afdeling met de test van banker planten. Vooral Ipomoea tricolor blijkt een bron te kunnen worden van trips. Bladluis trad in mei spontaan op. Hiertegen werden met succes galmuggen, Aphidoletes aphidimyza, losgelaten. Ter ondersteuning en overbrugging van schaarste aan bladluizen werd graan met graanluizen aangeboden. De biologische bladluisbestrijding gaf geen onaanvaardbare vervuiling van de planten, in tegenstelling tot het uitstrooien van roofmijten in tarwezemelen. De zemelen moeten nu en dan worden afgespoeld. Op de vangplaten werden sluipwespen gevonden waarvan de biologie niet bekend is. Er was geen relatie tot bovengrondse plagen zoals bladluis, maar misschien wel met bodemplagen (rouwmuggen)
    Original languageDutch
    Place of PublicationBleiswijk
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    Number of pages20
    Publication statusPublished - 2009

    Publication series

    NameRapport / Wageningen UR Glastuinbouw
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    No.312

    Keywords

    • pot plants
    • anthurium
    • predatory mites
    • cecidomyiidae
    • thrips
    • biological control agents
    • insect control
    • insect pests
    • applied research
    • greenhouse horticulture

    Cite this