Orale vaccinatie van vissen

J.H.W.M. Rombout

    Research output: Contribution to journalArticleProfessional

    Abstract

    Door de sterke groei die de intensieve visteelt doormaakt, nemen de risico's van visziektes ook toe. In de meeste gevallen worden deze problemen via chemotherapeutica bestreden. Deze curatieve manier van visziekte-bestrijding heeft de volgende bezwaren in vergelijking met vaccinatie: toepassing wanneer er reeds verliezen zijn, kortstondig effect, toxische neveneffecten, groeistop, langdurige accumulatie in weefsels en het risico van inductie van resistentie. Daarentegen is vaccinatie een preventieve en doeltreffende methode met nauwelijks nadelige neveneffecten. De laatste jaren wordt in toenemende mate aan de ontwikkeling van visvaccins gewerkt, waarbij visimmunologen een belangrijke rol spelen. Vissen zijn fylogenetisch gezien de eerste diergroep die zowel een cellulaire (o.a. transplantaat-afstoting), humorale (afgifte antilichamen aan bloed) als mucosale immuunrespons (afgifte antilichamen aan slijmvliezen) vertonen. ln alle responsen is duidelijk sprake van geheugenvorming, hetgeen essentieel is voor vaccinatie
    Original languageDutch
    Pages (from-to)6-7
    JournalAquacultuur
    Volume7
    Publication statusPublished - 1992

    Cite this