Optimale plantafstand van TBM-pootgoed

K.H. Wijnholds

Research output: Non-textual formWeb publication/siteProfessional

Abstract

Het grootste deel van de zetmeelaardappeltelers vermeerdert in het kader van TBM zelf het eigen pootgoed. Dit gebeurt, uitgaande van klasse E, in de praktijk meestal één tot twee keer.
Om de kostprijs van deze eigen vermeerdering zo laag mogelijk te houden, is het enerzijds van belang om een zo groot mogelijke vermeerderingsfactor te verkrijgen, dus maximaal aantal poters per aangekochte poter. Dit pleit voor een ruimere pootafstand, dus een grotere oppervlakte pootgoed. Anderzijds moeten ook de kosten van de teelt, zoals o.a. aanschaf pootgoed, landhuur, bemesting en gewasbescherming, beperkt worden gehouden, dus streven naar een nauwere pootafstand en dus een kleinere oppervlakte pootgoed. Telers willen graag per ras (en sortering) een advies over hoe zo voordelig mogelijk goed gezond pootgoed geproduceerd kan worden.
Original languageDutch
PublisherPraktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V.
Edition25 maart
Media of outputOnline
Publication statusPublished - 25 Mar 2010

Keywords

  • spacing
  • starch potatoes
  • propagation materials
  • propagation
  • arable farming
  • breed differences

Cite this