Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld

C.G.M. Conijn, C.A. Korsuize

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Tot voor kort was bestrijding van narcisvlieg (Merodon equestris) in het veld mogelijk door bespuitingen met chemische middelen in het voorjaar tijdens de eileg-periode. Deze middelen zijn nu niet meer beschikbaar omdat deze verboden zijn of niet meer verkrijgbaar. Alleen het middel dimethoaat is voor narcis toegelaten, echter de effectiviteit van dit middel is gering. Met de komst van nieuwe middelen zijn er nieuwe mogelijkheden. Zo zijn er nieuwe middelen, zoals imidacloprid, die in het dompelbad op de bol toegepast kunnen worden en middelen in korrelvorm die in de veur kunnen worden gestrooid. Deze mogelijkheden werden in dit project onderzocht. Gedurende twee groeiseizoenen werden twee proeven per seizoen uitgezet, op verschillende locaties, op percelen waar narcisvlieg een probleem was. Voor de proeven werd de vatbare cultivar Tête-à-Tête gebruikt. Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen werd de aantasting beoordeeld na het rooien tijdens de daaropvolgende bewaring. In drie van de vier proeven kwam aantasting van de grote narcisvlieg voor. Hoewel de spreiding groot was kwam duidelijk naar voren dat met zowel een boldompeling in Admire (werkzame stof imidacloprid) vlak voor het planten als een veurbehandeling met BAS 350381 aantasting voor een groot deel kon worden voorkomen. De resultaten van de gewasbespuitingen vielen tegen, zowel bij de standaard dimethoaat als met de nieuwe middelen. Was het bestrijdingseffect van dimethoaat in het eerste seizoen nog wel goed, in het 2e jaar had dimethoaat geen enkel effect. Van de middelen werd geen schade gezien in het gewas en ook waren er geen verschillen in opbrengst. De middelen zijn dus veilig voor narcis. Het middel Admire is al toegelaten als dompelbehandeling in bloembollen en kan direct worden ingezet. Het middel BAS35038, met 2% actieve stof, is nog niet toegelaten maar zeker interessant. Het middel kan in de veur gestrooid worden, wat betekent dat er geen drift optreedt en er zeer weinig actieve stof wordt gebruikt per ha. Te verwachten is dan ook dat de middelen voor veur- en dompelbehandelings betrouwbaar ingezet kunnen worden in de toekomst. Opgemerkt moet worden dat de resultaten zijn verkregen van slechts 2 jaar onderzoek en van kleine behandelde veldjes met daartussen wel en niet bespoten veldjes. Er is dus een keuzemogelijkheid geweest voor de vlieg, ze kon uitwijken naar een geschikt veldje. Deze keuze heeft de vlieg in de praktijk niet en zou dan toch kunnen besluiten in het behandelde veld eieren af te zetten. Het is echter niet te verwachten dat de resultaten van de boldompel- en veurbehandelingen in grote velden slechter zullen uitvallen dan in de proeven. Bij gewasbespuitingen moet wel rekening gehouden worden met de kans op een minder resultaat in grote velden. Onderzoek op grotere schaal is daarom aan te bevelen, alleen door grote partijen te behandelen kan deze vraag opgelost worden.
    Original languageDutch
    Place of PublicationLisse
    PublisherPPO Bloembollen en Bomen
    Number of pages21
    Publication statusPublished - 2007

    Keywords

    • merodon equestris
    • narcissus
    • disinfection
    • plant pests
    • insecticides
    • plant disease control
    • ornamental bulbs
    • plant protection

    Cite this

    Conijn, C. G. M., & Korsuize, C. A. (2007). Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld. Lisse: PPO Bloembollen en Bomen.
    Conijn, C.G.M. ; Korsuize, C.A. / Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld. Lisse : PPO Bloembollen en Bomen, 2007. 21 p.
    @book{477f2c6f6d894ab491fdbac559b2f82a,
    title = "Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld",
    abstract = "Tot voor kort was bestrijding van narcisvlieg (Merodon equestris) in het veld mogelijk door bespuitingen met chemische middelen in het voorjaar tijdens de eileg-periode. Deze middelen zijn nu niet meer beschikbaar omdat deze verboden zijn of niet meer verkrijgbaar. Alleen het middel dimethoaat is voor narcis toegelaten, echter de effectiviteit van dit middel is gering. Met de komst van nieuwe middelen zijn er nieuwe mogelijkheden. Zo zijn er nieuwe middelen, zoals imidacloprid, die in het dompelbad op de bol toegepast kunnen worden en middelen in korrelvorm die in de veur kunnen worden gestrooid. Deze mogelijkheden werden in dit project onderzocht. Gedurende twee groeiseizoenen werden twee proeven per seizoen uitgezet, op verschillende locaties, op percelen waar narcisvlieg een probleem was. Voor de proeven werd de vatbare cultivar T{\^e}te-{\`a}-T{\^e}te gebruikt. Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen werd de aantasting beoordeeld na het rooien tijdens de daaropvolgende bewaring. In drie van de vier proeven kwam aantasting van de grote narcisvlieg voor. Hoewel de spreiding groot was kwam duidelijk naar voren dat met zowel een boldompeling in Admire (werkzame stof imidacloprid) vlak voor het planten als een veurbehandeling met BAS 350381 aantasting voor een groot deel kon worden voorkomen. De resultaten van de gewasbespuitingen vielen tegen, zowel bij de standaard dimethoaat als met de nieuwe middelen. Was het bestrijdingseffect van dimethoaat in het eerste seizoen nog wel goed, in het 2e jaar had dimethoaat geen enkel effect. Van de middelen werd geen schade gezien in het gewas en ook waren er geen verschillen in opbrengst. De middelen zijn dus veilig voor narcis. Het middel Admire is al toegelaten als dompelbehandeling in bloembollen en kan direct worden ingezet. Het middel BAS35038, met 2{\%} actieve stof, is nog niet toegelaten maar zeker interessant. Het middel kan in de veur gestrooid worden, wat betekent dat er geen drift optreedt en er zeer weinig actieve stof wordt gebruikt per ha. Te verwachten is dan ook dat de middelen voor veur- en dompelbehandelings betrouwbaar ingezet kunnen worden in de toekomst. Opgemerkt moet worden dat de resultaten zijn verkregen van slechts 2 jaar onderzoek en van kleine behandelde veldjes met daartussen wel en niet bespoten veldjes. Er is dus een keuzemogelijkheid geweest voor de vlieg, ze kon uitwijken naar een geschikt veldje. Deze keuze heeft de vlieg in de praktijk niet en zou dan toch kunnen besluiten in het behandelde veld eieren af te zetten. Het is echter niet te verwachten dat de resultaten van de boldompel- en veurbehandelingen in grote velden slechter zullen uitvallen dan in de proeven. Bij gewasbespuitingen moet wel rekening gehouden worden met de kans op een minder resultaat in grote velden. Onderzoek op grotere schaal is daarom aan te bevelen, alleen door grote partijen te behandelen kan deze vraag opgelost worden.",
    keywords = "merodon equestris, narcissus, desinfectie, plantenplagen, insecticiden, plantenziektebestrijding, bloembollen, gewasbescherming, merodon equestris, narcissus, disinfection, plant pests, insecticides, plant disease control, ornamental bulbs, plant protection",
    author = "C.G.M. Conijn and C.A. Korsuize",
    year = "2007",
    language = "Dutch",
    publisher = "PPO Bloembollen en Bomen",

    }

    Conijn, CGM & Korsuize, CA 2007, Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld. PPO Bloembollen en Bomen, Lisse.

    Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld. / Conijn, C.G.M.; Korsuize, C.A.

    Lisse : PPO Bloembollen en Bomen, 2007. 21 p.

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    TY - BOOK

    T1 - Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld

    AU - Conijn, C.G.M.

    AU - Korsuize, C.A.

    PY - 2007

    Y1 - 2007

    N2 - Tot voor kort was bestrijding van narcisvlieg (Merodon equestris) in het veld mogelijk door bespuitingen met chemische middelen in het voorjaar tijdens de eileg-periode. Deze middelen zijn nu niet meer beschikbaar omdat deze verboden zijn of niet meer verkrijgbaar. Alleen het middel dimethoaat is voor narcis toegelaten, echter de effectiviteit van dit middel is gering. Met de komst van nieuwe middelen zijn er nieuwe mogelijkheden. Zo zijn er nieuwe middelen, zoals imidacloprid, die in het dompelbad op de bol toegepast kunnen worden en middelen in korrelvorm die in de veur kunnen worden gestrooid. Deze mogelijkheden werden in dit project onderzocht. Gedurende twee groeiseizoenen werden twee proeven per seizoen uitgezet, op verschillende locaties, op percelen waar narcisvlieg een probleem was. Voor de proeven werd de vatbare cultivar Tête-à-Tête gebruikt. Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen werd de aantasting beoordeeld na het rooien tijdens de daaropvolgende bewaring. In drie van de vier proeven kwam aantasting van de grote narcisvlieg voor. Hoewel de spreiding groot was kwam duidelijk naar voren dat met zowel een boldompeling in Admire (werkzame stof imidacloprid) vlak voor het planten als een veurbehandeling met BAS 350381 aantasting voor een groot deel kon worden voorkomen. De resultaten van de gewasbespuitingen vielen tegen, zowel bij de standaard dimethoaat als met de nieuwe middelen. Was het bestrijdingseffect van dimethoaat in het eerste seizoen nog wel goed, in het 2e jaar had dimethoaat geen enkel effect. Van de middelen werd geen schade gezien in het gewas en ook waren er geen verschillen in opbrengst. De middelen zijn dus veilig voor narcis. Het middel Admire is al toegelaten als dompelbehandeling in bloembollen en kan direct worden ingezet. Het middel BAS35038, met 2% actieve stof, is nog niet toegelaten maar zeker interessant. Het middel kan in de veur gestrooid worden, wat betekent dat er geen drift optreedt en er zeer weinig actieve stof wordt gebruikt per ha. Te verwachten is dan ook dat de middelen voor veur- en dompelbehandelings betrouwbaar ingezet kunnen worden in de toekomst. Opgemerkt moet worden dat de resultaten zijn verkregen van slechts 2 jaar onderzoek en van kleine behandelde veldjes met daartussen wel en niet bespoten veldjes. Er is dus een keuzemogelijkheid geweest voor de vlieg, ze kon uitwijken naar een geschikt veldje. Deze keuze heeft de vlieg in de praktijk niet en zou dan toch kunnen besluiten in het behandelde veld eieren af te zetten. Het is echter niet te verwachten dat de resultaten van de boldompel- en veurbehandelingen in grote velden slechter zullen uitvallen dan in de proeven. Bij gewasbespuitingen moet wel rekening gehouden worden met de kans op een minder resultaat in grote velden. Onderzoek op grotere schaal is daarom aan te bevelen, alleen door grote partijen te behandelen kan deze vraag opgelost worden.

    AB - Tot voor kort was bestrijding van narcisvlieg (Merodon equestris) in het veld mogelijk door bespuitingen met chemische middelen in het voorjaar tijdens de eileg-periode. Deze middelen zijn nu niet meer beschikbaar omdat deze verboden zijn of niet meer verkrijgbaar. Alleen het middel dimethoaat is voor narcis toegelaten, echter de effectiviteit van dit middel is gering. Met de komst van nieuwe middelen zijn er nieuwe mogelijkheden. Zo zijn er nieuwe middelen, zoals imidacloprid, die in het dompelbad op de bol toegepast kunnen worden en middelen in korrelvorm die in de veur kunnen worden gestrooid. Deze mogelijkheden werden in dit project onderzocht. Gedurende twee groeiseizoenen werden twee proeven per seizoen uitgezet, op verschillende locaties, op percelen waar narcisvlieg een probleem was. Voor de proeven werd de vatbare cultivar Tête-à-Tête gebruikt. Om de effectiviteit van de behandeling te kunnen bepalen werd de aantasting beoordeeld na het rooien tijdens de daaropvolgende bewaring. In drie van de vier proeven kwam aantasting van de grote narcisvlieg voor. Hoewel de spreiding groot was kwam duidelijk naar voren dat met zowel een boldompeling in Admire (werkzame stof imidacloprid) vlak voor het planten als een veurbehandeling met BAS 350381 aantasting voor een groot deel kon worden voorkomen. De resultaten van de gewasbespuitingen vielen tegen, zowel bij de standaard dimethoaat als met de nieuwe middelen. Was het bestrijdingseffect van dimethoaat in het eerste seizoen nog wel goed, in het 2e jaar had dimethoaat geen enkel effect. Van de middelen werd geen schade gezien in het gewas en ook waren er geen verschillen in opbrengst. De middelen zijn dus veilig voor narcis. Het middel Admire is al toegelaten als dompelbehandeling in bloembollen en kan direct worden ingezet. Het middel BAS35038, met 2% actieve stof, is nog niet toegelaten maar zeker interessant. Het middel kan in de veur gestrooid worden, wat betekent dat er geen drift optreedt en er zeer weinig actieve stof wordt gebruikt per ha. Te verwachten is dan ook dat de middelen voor veur- en dompelbehandelings betrouwbaar ingezet kunnen worden in de toekomst. Opgemerkt moet worden dat de resultaten zijn verkregen van slechts 2 jaar onderzoek en van kleine behandelde veldjes met daartussen wel en niet bespoten veldjes. Er is dus een keuzemogelijkheid geweest voor de vlieg, ze kon uitwijken naar een geschikt veldje. Deze keuze heeft de vlieg in de praktijk niet en zou dan toch kunnen besluiten in het behandelde veld eieren af te zetten. Het is echter niet te verwachten dat de resultaten van de boldompel- en veurbehandelingen in grote velden slechter zullen uitvallen dan in de proeven. Bij gewasbespuitingen moet wel rekening gehouden worden met de kans op een minder resultaat in grote velden. Onderzoek op grotere schaal is daarom aan te bevelen, alleen door grote partijen te behandelen kan deze vraag opgelost worden.

    KW - merodon equestris

    KW - narcissus

    KW - desinfectie

    KW - plantenplagen

    KW - insecticiden

    KW - plantenziektebestrijding

    KW - bloembollen

    KW - gewasbescherming

    KW - merodon equestris

    KW - narcissus

    KW - disinfection

    KW - plant pests

    KW - insecticides

    KW - plant disease control

    KW - ornamental bulbs

    KW - plant protection

    M3 - Report

    BT - Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld

    PB - PPO Bloembollen en Bomen

    CY - Lisse

    ER -

    Conijn CGM, Korsuize CA. Nieuwe bestrijdingsmethoden tegen Grote Narcisvlieg in het veld. Lisse: PPO Bloembollen en Bomen, 2007. 21 p.