Micro-economic models for analysing policy changes in Dutch arable farming

Research output: Thesisinternal PhD, WU

Abstract


Vanuit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid en het milieubeleid krijgt de landbouw in toenemende mate te maken met restricties die aan haar worden opgelegd. Voorbeelden van milieubeleid die de Nederlandse akkerbouw zullen beïnvloeden zijn het Meerjaren Plan Gewasbescherming en het mineralen beleid. Een doelstelling van het MJP-G is o.a. het reduceren van het gebruik van pesticiden met 39% in 1995 en 60% in 2000. Het mineralen beleid beoogt een reductie van de vervuiling van het grond- en oppervlaktewater door fosfaten en nitraten.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de EU vormt een andere bron van restricties die aan de akkerbouw in Nederland worden opgelegd. De hervorming die in 1992 plaatsvond houdt in dat prijsondersteuning voor granen drastisch werd verlaagd en dat deficiency payments voor oliezaden werden afgeschaft. Ter compensatie van de ontstane inkomensdaling ontvangen producenten van deze gewassen nu subsidies per hectare. Grote producenten die in aanmerking willen komen voor de hectare subsidies, moeten echter een (tot nog toe per jaar verschillend) percentage van hun areaal met deze gewassen braakleggen. Als gevolg van de hervorming van het GLB zullen de prijzen van met name granen ook meer fluctueren dan het geval was onder het oude regime.

Het bepalen van de effecten van deze beleidsmaatregelen vereist dat de technische details van de maatregelen expliciet worden gemodelleerd. Uitgangspunt bij het bouwen van de modellen in dit proefschrift is de Neoklassieke produktietheorie gebruikt en in het bijzonder de duale benadering daarvan. Bedrijven in de Nederlandse akkerbouw zijn overwegend kleinschalige familiebedrijven, zodat er wordt voldaan aan de voorwaarde die de produktietheorie stelt, namelijk dat producenten prijsnemers zijn in de markten van inputs en outputs.

Zowel de theorie als de toepassing van de statisch (korte termijn) duale modellen is reeds sterk ontwikkeld in de literatuur. Daarom is de eerste doelstelling van dit proefschrift om de korte termijn effecten van de hiervoor besproken beleidsveranderingen te bepalen. De toepassing van de dualiteitstheorie onder prijsonzekerheid verkeert nog in het beginstadium van ontwikkeling. Daarom is een tweede doelstelling van dit proefschrift om een bijdrage aan de literatuur te leveren in de vorm van duaal model onder prijsonzekerheid. Investeringsbeslissingen kunnen worden gemodelleerd met behulp van de dynamische dualiteitstheorie. Toepassingen van de dynamische dualiteitstheorie hebben veelal gebruik gemaakt van geaggregeerde data. Gebruik van panel data levert echter een groot aantal methodologische problemen op. Een derde doelstelling is dan ook om een methode te ontwikkelen om investeringsbeslissingen te modelleren op bedrijfsniveau, met gebruikmaking de dynamische dualiteitstheorie.

Het proefschrift begint echter met een meer algemeen hoofdstuk, waarin verschillende flexibele functionele benaderingen van de winstfunctie worden getest op de dataset van Nederlandse akkerbouwbedrijven die wordt gebruikt voor de te ontwikkelen micro-economische modellen. Getest worden de Genormaliseerde Kwadratische, de Symmetrisch Genormaliseerde Kwadratische, en de Gegeneraliseerde Leontief. Om de verschillende functies tegen elkaar te kunnen testen wordt een Gegeneraliseerde Box-Cox functie ontwikkeld die al deze functievormen omvat als parameter restricties. Een Lagrange Multiplier test, gebaseerd op "Double Length artificial Regression", kan deze parameterrestricties testen zonder dat de Gegeneraliseerde Box-Cox ook daadwerkelijk te schatten. De functievormen worden ook vergeleken op criteria als het voldoen aan regulariteitscondities en de mate waarin parameters significant zijn. Resultaten tonen aan dat de Genormaliseerde Kwadratische functie in zijn geheel genomen beter voldoet dan de overige functievormen.

Een stelsel van heffingen en input restricties is een optie voor de Nederlandse overheid om de doelstellingen van milieubeleid te halen. Wanneer echter een input die voorheen vrij beschikbaar (en dus variabel) was voor producenten, onder een quotumrestrictie komt, heeft dit gevolgen voor de prijselasticiteiten van de overige inputs en outputs. De overheid moet hiermee rekening houden, wanneer zij tegelijkertijd een heffing/subsidie op een andere input of output legt. In hoofdstuk 3 wordt gekeken naar de effecten van een quotering voor pesticiden op prijselasticiteiten, elasticiteiten van intensiteit en schaduwprijzen van vaste inputs. Het effect van de pesticidenquotering op prijselasticiteiten is klein, en het effect op de elasticiteit van intensiteit is afhankelijk van de relatie die pesticiden voorheen had met de variabele inputs (complementen of substituten). Schaduwprijzen van vaste inputs dalen als gevolg van de quotering aangezien pesticiden een complementaire relatie hebben met alle vaste inputs.

De korte termijn effecten van de hervorming van het GLB in 1992 voor de Nederlandse akkerbouw worden bepaald in hoofdstuk 4. Ten behoeve hiervan, wordt een simulatiemodel ontwikkeld dat bestaat uit vraag- en aanbod vergelijkingen van inputs en outputs die zijn geschat op paneldata van Nederlandse akkerbouw bedrijven. Elk bedrijf in de steekproef heeft een bedrijfsspecifieke technologie door middel van bedrijfsspecifieke (fixed effects) en regionale dummies. De resultaten van de simulaties worden geaggregeerd voor verschillende groepen van bedrijven, en voor de sector als geheel, door het aantal bedrijven in de sector dat elk bedrijf in de steekproef vertegenwoordigt te gebruiken als gewicht. De simulaties tonen aan dat de productie van granen en oliezaden met bijna 9% afneemt in 1996, terwijl de hoeveelheden van de overige outputs nauwelijks verandert. Het nieuwe regime heeft ook een extensivering tot gevolg. De simulaties laten verder zien, dat de meeste grote bedrijven reageren op de beleidsverandering door deel te nemen aan de braakleggingsregeling. Het met het model gevonden percentage van het totale akkerbouwareaal dat wordt braakgelegd komt dicht in de buurt van het werkelijke percentage in 1993.

Het in hoofdstuk 4 ontwikkelde model wordt in hoofdstuk 5 uitgebreid met een module waarin het gebruik van inputs en de samenstelling van het bouwplan worden gerelateerd aan het N- overschot. Het N-overschot wordt op soortgelijke wijze bepaald in de mineralen boekhouding voor akkerbouwbedrijven, die als onderdeel van het mineralenbeleid wordt voorgesteld. In hoofdstuk 5 wordt een methode ontwikkeld waarmee dit soort technische informatie kan worden opgenomen in een econometrisch gebaseerd simulatiemodel, zodat het effect kan worden bepaald van verschillende beleidsmaatregelen. In het hoofdstuk worden de effecten bepaald van een heffing op Noverschot bij verschillende drempels van acceptabele verliezen en van een heffing op kunstmest. Ook wordt gekeken naar de effecten van een verandering van het huidige GLB op het N-overschot. Een heffing van 27 cent per kilo N-overschot bij een drempel van 75 kilo/hectare en een 18% heffing op kunstmest hebben de zelfde vermindering van het Noverschot op sector niveau tot gevolg als een heffing van 1 gulden per kilo N-overschot bij een drempel van 125 kilo per hectare. De N-overschot heffingen geven echter een grotere impuls tot vermindering aan bedrijven met een groot overschot, en hebben op sector niveau een lagere winstdaling tot gevolg dan de heffing op kunstmest.

In hoofdstuk 6 wordt gebruik gemaakt van een "Mean-Standard deviation" nutsfunctie om licht te werpen op het effect van prijsonzekerheid op het gedrag van Nederlandse akkerbouwers. In het bijzonder wordt getoond hoe de simultane areaal allocatie en input/output beslissingen in een duaal model kunnen worden opgenomen. De specificatie van de nutsfunctie die wordt gebruikt is flexibel genoeg om alle mogelijke risico configuraties van producenten te kunnen testen. Verder wordt een methode besproken om regulariteitscondities van de onderliggende indirecte nutsfunctie te testen. Uit de resultaten van de testen blijkt voor Nederlandse akkerbouwers de risico configuratie "Toenemend Absoluut Risico Avers/Constant Relatief Risico Avers" niet wordt verworpen. Regulariteits condities van de onderliggende nutsfunctie worden verworpen.

In hoofdstuk 7 wordt een methode ontwikkeld waarmee de dynamische dualiteitstheorie kan worden gebruikt om investeringsbeslissingen te modelleren op paneldata. Het ontwikkelde "Threshold model" houdt in dat investeringen nul zijn indien de schaduwprijs van het investeringsgoed zich tussen een beneden - en beven drempel bevindt. Investeringen zijn daarentegen positief (negatief) indien de schaduwprijs van het investeringsgoed hoger (lager) is dan de boven (beneden) drempel. Afzonderlijke vergelijkingen worden geschat voor negatieve en positieve investeringen. De parameters uit beide vergelijkingen zijn significant verschillend van elkaar. Aanpassingstermijnen voor machines voor negatieve investeringen zijn 7-8 jaren voor desinvesteringen en 14 jaren voor investeringen. Ook worden voorwaardelijke (afhankelijk van investeringsregime) korte en lange termijn prijselasticiteiten en elasticiteiten van intensiteit bepaald.

In Hoofdstuk 8 tenslotte, worden een aantal veronderstellingen besproken die in het proefschrift zijn gemaakt en worden resultaten uit verschillende hoofdstukken aan elkaar gerelateerd. Tevens worden enige aanbevelingen gedaan voor toekomstig onderzoek.

Original languageEnglish
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
Supervisors/Advisors
  • Oskam, A.J., Promotor, External person
  • Thijssen, G.J., Promotor
Award date14 Feb 1997
Place of PublicationS.l.
Publisher
Print ISBNs9789054856481
Publication statusPublished - 1997

Keywords

  • agriculture
  • government
  • economics
  • instruments
  • field crops
  • arable farming
  • government policy
  • agricultural policy
  • agricultural law
  • econometric models
  • mathematical models
  • netherlands
  • measures

Cite this