Mest en metropolen

een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een efficiënt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutriënten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen geïdentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.
Original languageDutch
Place of PublicationLelystad
PublisherStichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten
Number of pages38
DOIs
Publication statusPublished - May 2019

Publication series

NameRapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten
No.791

Cite this

de Wolf, P., Verstand, D., Poppe, K., & Vellinga, T. (2019). Mest en metropolen: een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; No. 791). Lelystad: Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten. https://doi.org/10.18174/478479
de Wolf, Pieter ; Verstand, Daan ; Poppe, Krijn ; Vellinga, Theun. / Mest en metropolen : een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen. Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten, 2019. 38 p. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; 791).
@book{d8963a98373c4ed0adcba0042eee0aec,
title = "Mest en metropolen: een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen",
abstract = "In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essenti{\"e}le functie door reststromen te verwaarden. De nutri{\"e}nten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutri{\"e}nten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een effici{\"e}nt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutri{\"e}nten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutri{\"e}nten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutri{\"e}nten in de graanschuur, en een ophoping van nutri{\"e}nten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutri{\"e}nten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutri{\"e}nten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen ge{\"i}dentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutri{\"e}nten wordt echter effici{\"e}nter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutri{\"e}nten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutri{\"e}nten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer ge{\"i}mporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zo{\"o}nose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutri{\"e}nten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.",
author = "{de Wolf}, Pieter and Daan Verstand and Krijn Poppe and Theun Vellinga",
note = "Project number KB-21-003-001 Theme: Sustainable Food and non-Food production",
year = "2019",
month = "5",
doi = "10.18174/478479",
language = "Dutch",
series = "Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten",
publisher = "Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten",
number = "791",

}

de Wolf, P, Verstand, D, Poppe, K & Vellinga, T 2019, Mest en metropolen: een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen. Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten, no. 791, Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten, Lelystad. https://doi.org/10.18174/478479

Mest en metropolen : een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen. / de Wolf, Pieter; Verstand, Daan; Poppe, Krijn; Vellinga, Theun.

Lelystad : Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten, 2019. 38 p. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; No. 791).

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Mest en metropolen

T2 - een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen

AU - de Wolf, Pieter

AU - Verstand, Daan

AU - Poppe, Krijn

AU - Vellinga, Theun

N1 - Project number KB-21-003-001 Theme: Sustainable Food and non-Food production

PY - 2019/5

Y1 - 2019/5

N2 - In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een efficiënt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutriënten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen geïdentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.

AB - In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen. Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet.Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven. Dat is voor een deel te verklaren door Von-Thunens economisch-geografische model: dagverse producten als zuivel worden dicht bij de stad geproduceerd. Daarnaast speelt de goede infrastructuur (zeehavens) en beschikbare kennis een belangrijke rol voor een efficiënt veehouderij systeem. De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee. Deze verkennende studie richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, door ons als Graanschuren betiteld. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta. De Delta’s exporteren, naast eigen consumptie, een deel van hun dierlijke producten naar regio’s waar vraag naar deze producten is; stedelijke gebieden, door ons genoemd Metropolen. Daar zijn veel mensen, maar weinig dieren. Het laatste kwadrant in dit schema van veel of weinig vee resp. mensen is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinigmensen). Deze blijken in feite niet te bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem. In Nederland (als Delta gebied) treden bijvoorbeeld fosfor-verliezen op in het humane systeem, omdat nutriënten niet worden teruggewonnen vanuit rioolslib. In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen geïdentificeerd. De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen. De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen; de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönose kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en kan het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten geminimaliseerd worden. Deze oplossingsrichting heeft als gevolg dat de voorheen Graanschuren verschuiven richting Veehouderij-concentraties, en de Delta’s naar Metropolen. Beide oplossingen zijn ingrijpend, kostbaar en (bestuurlijk) lastig te realiseren. Aan de andere kant, de huidige situatie is vanuit kringloop- en milieuoogpunt ook niet duurzaam. Een verdere uitwerking van de haalbaarheid en economisch en milieutechnische gevolgen ervan is nodig om een duidelijke keuze te kunnen maken tussen deze twee uiterste oplossingsrichtingen of een tussenvorm daarvan.

U2 - 10.18174/478479

DO - 10.18174/478479

M3 - Report

T3 - Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten

BT - Mest en metropolen

PB - Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten

CY - Lelystad

ER -

de Wolf P, Verstand D, Poppe K, Vellinga T. Mest en metropolen: een bijdrage aan de discussie over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen. Lelystad: Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten, 2019. 38 p. (Rapport / Stichting Wageningen Research, Wageningen Plant Research, Business unit Open Teelten; 791). https://doi.org/10.18174/478479