Abstract
Veronkruiding in de rij (ook wel aangeduid met de term “intra-rij veronkruiding”) is vooral bij de biologische teelt van uien een groot probleem. Maar ook bij veel andere gewassen in de biologische teelt is onkruidbestrijding in de rij bijzonder moeilijk. Bestaande mechanisatie is tot nog toe onvoldoende in staat gebleken om dit probleem op te lossen. Daardoor gaat de teelt van uien gepaard met een groot aantal handwieduren. De hiervoor benodigde menskracht is een beperkende factor. Daarnaast maakt dit veel teelten bijzonder duur. Oplossingen voor het intra-rij onkruidprobleem bij de teelt van uien zijn onontbeerlijk om de biologische teelt op termijn voldoende perspectief te bieden. Uit onderzoek in zaaiuien van de laatste 4 jaar is gebleken dat door goede teeltmaatregelen met de inzet van de vinger- of de torsiewieder het aantal handwieduren met 40 tot 70 % verlaagd kan worden. Meestal bleken er dan toch nog tussen 30 en 50 wieduren per/ha nodig te zijn. De ontwikkeling en marktintroductie van praktisch inzetbare machines voor de onkruidbestrijding in de gewasrij gaat echter langzaam. Bovendien zijn de fabrikanten die zich op dit moment met innovatie in de mechanische onkruidbestrijding bezighouden veelal eenmansbedrijven met weinig of geen financiële draagkracht om vergelijkend en gebruikswaarde onderzoek met hun machines uit te voeren.
Recentelijk zijn er echter wel een aantal machines/prototypen ontwikkeld die waardevol voor de onkruidbestrijding in de biologische teelt kunnen zijn. In dit project is vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de werking van de nieuwe Franse schoffel (Sarl Radis) die in de gewasrij bij grotere planten kan schoffelen, de Pneumat (die met lucht kleinere onkruiden in de gewasrij wegblaast), de vingerwieder en
indien beschikbaar zou ook een prototype van een nieuwe Nederlandse schoffel die in de rij kan wieden (de zogenaamde Inventicon schoffel).
De proef is uitgevoerd in geplante zaaiuien.
De inzet van vingerwieders bleek in het onderzoek goed uitvoerbaar. Door twee bewerkingen werd bijna 80 % van het onkruid bestreden. Dit resulteerde in 70 % minder handarbeid ten opzichte van alleen schoffelen. De Franse schoffel bleek op het moment van de eerste bewerking niet in staat om de uien clustertjes voldoende te herkennen waardoor de aansturing van de schoffel in de rij niet werkte. Om het onkruid toch te bestrijden werd toen de Pneumat ingezet met een hogere snelheid (minder agressief) dan bij het Pneumat object. Een tweede bewerking met de Franse schoffel werkte wel goed. In een strook naast de proef werd eerst getest of de werking voldoende was om de schoffel in de proef in te zetten. Dit bleek bij de tweede bewerking goed mogelijk. Het resultaat was zo goed dat verder onderzoek zeker wenselijk is. De twee bewerkingen met de Pneumat gaven de beste onkruidbestrijding iets beter was dan bij de twee overige bewerkte objecten. Voor het onkruid dat over bleef was nog ongeveer 7 á 8 uur handwiedwerk per hectare nodig.
De plant verliezen waren niet noemenswaard en de opbrengst was vergelijkbaar met die van alleen schoffelen. De verschillen waren statistisch niet betrouwbaar.
Dit geeft aan dat mechanische onkruidbestrijding in geplante zaaiuien goed mogelijk is.
Recentelijk zijn er echter wel een aantal machines/prototypen ontwikkeld die waardevol voor de onkruidbestrijding in de biologische teelt kunnen zijn. In dit project is vergelijkend onderzoek uitgevoerd naar de werking van de nieuwe Franse schoffel (Sarl Radis) die in de gewasrij bij grotere planten kan schoffelen, de Pneumat (die met lucht kleinere onkruiden in de gewasrij wegblaast), de vingerwieder en
indien beschikbaar zou ook een prototype van een nieuwe Nederlandse schoffel die in de rij kan wieden (de zogenaamde Inventicon schoffel).
De proef is uitgevoerd in geplante zaaiuien.
De inzet van vingerwieders bleek in het onderzoek goed uitvoerbaar. Door twee bewerkingen werd bijna 80 % van het onkruid bestreden. Dit resulteerde in 70 % minder handarbeid ten opzichte van alleen schoffelen. De Franse schoffel bleek op het moment van de eerste bewerking niet in staat om de uien clustertjes voldoende te herkennen waardoor de aansturing van de schoffel in de rij niet werkte. Om het onkruid toch te bestrijden werd toen de Pneumat ingezet met een hogere snelheid (minder agressief) dan bij het Pneumat object. Een tweede bewerking met de Franse schoffel werkte wel goed. In een strook naast de proef werd eerst getest of de werking voldoende was om de schoffel in de proef in te zetten. Dit bleek bij de tweede bewerking goed mogelijk. Het resultaat was zo goed dat verder onderzoek zeker wenselijk is. De twee bewerkingen met de Pneumat gaven de beste onkruidbestrijding iets beter was dan bij de twee overige bewerkte objecten. Voor het onkruid dat over bleef was nog ongeveer 7 á 8 uur handwiedwerk per hectare nodig.
De plant verliezen waren niet noemenswaard en de opbrengst was vergelijkbaar met die van alleen schoffelen. De verschillen waren statistisch niet betrouwbaar.
Dit geeft aan dat mechanische onkruidbestrijding in geplante zaaiuien goed mogelijk is.
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Place of Publication | Lelystad |
| Publisher | Praktijkonderzoek Plant & Omgeving |
| Number of pages | 15 |
| Publication status | Published - 2005 |
Publication series
| Name | Rapport PPO |
|---|---|
| No. | 520445 |
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver