Abstract
| Original language | Dutch |
|---|---|
| Place of Publication | Lelystad |
| Publisher | Wageningen UR Livestock Research |
| Number of pages | 9 |
| Publication status | Published - 2010 |
Publication series
| Name | Rapport / Wageningen UR Livestock Research |
|---|---|
| Publisher | Wageningen UR Livestock Research |
| No. | 314 |
| ISSN (Print) | 1570-8616 |
Keywords
- ionization
- air ionization
- poultry farming
- ventilation
- emission
- poultry
- animal housing
- stalls
- air quality
- particulate matter
Access to Document
Cite this
- APA
- Author
- BIBTEX
- Harvard
- Standard
- RIS
- Vancouver
}
Lelystad: Wageningen UR Livestock Research, 2010. 9 p. (Rapport / Wageningen UR Livestock Research; No. 314).
Research output: Book/Report › Report › Professional
TY - BOOK
T1 - Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: indicatieve evaluatie van positieve ionisatie van uitgaande ventilatielucht = Measures to reduce fine dust emission from poultry: indicative evaluation of positive ionization of exhaust air
AU - Winkel, A.
AU - Ogink, N.W.M.
PY - 2010
Y1 - 2010
N2 - Om te kunnen voldoen aan de Europese norm voor fijnstofconcentraties in de buitenlucht dienen in Nederland maatregelen te worden doorgevoerd die de uitstoot van fijnstof uit belangrijke bronnen terugdringen. In dit kader is door het ministerie van LNV verzocht om het uitwerken van een plan van aanpak voor het ontwikkelen van praktijkrijpe bedrijfsoplossingen voor het terugdringen van de fijnstofemissie uit de pluimveehouderij. In het kader van het plan van aanpak worden in dit deelproject beoordelingen verricht van de potentiële effectiviteit en technische en economische haalbaarheid van stofreducerende concepten voor pluimveestallen. In dit onderzoek wordt een positieve ionisatietechniek (end of pipe) beoordeeld als potentiële stofreductietechniek. In hoofdstuk twee wordt een algemene beschrijving gegeven van het systeem en het werkingsprincipe. In hoofdstuk drie worden de resultaten weergegeven van een indicatieve rendementsmeting (voor PM10 en PM2,5) van het systeem nageschakeld aan een leghennenstal met kooihuisvesting. In hoofdstuk vier wordt aan de hand van negen parameters een inschatting gemaakt van de effectiviteit en inzetbaarheid van de ionisatietechniek in de praktijk. In hoofdstuk vijf worden de conclusies uit deze studie weergegeven. Conclusies Uit dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: . Uit een indicatieve fijnstofmeting aan het systeem nageschakeld aan een leghennenstal met kooihuisvesting blijkt een verwijderingsrendement voor PM10 van 71%. Door de lage PM2,5 concentratie kan geen verwijderingsrendement voor deze fractie worden vastgesteld. Onduidelijk is of het behaalde rendement ook bij grond- en volièrehuisvesting, waar stofniveaus aanzienlijk hoger liggen, kan worden behaald. Het wordt aanbevolen om metingen in dit type huisvesting uit te voeren. . Het systeem is toepasbaar in bestaande stallen met een centrale luchtafvoer, zoals lengteventilatie, waarschijnlijk niet in stallen met nokventilatie. Er dient voldoende ruimte rond de stal te zijn om de units te plaatsen. . De jaarkosten van het systeem zijn nog niet bekend. . Het systeem kent relatief weinig complexe technieken en is daardoor mechanisch stabiel, vergt minimale arbeid (mits uitgerust met een schrapersysteem voor fijnstofverwijdering) en kan worden toegepast in combinatie met andere reductietechnieken. . Enige afwenteling vindt plaats door elektriciteitsverbruik. Verder worden arbeidsomstandigheden en de luchtkwaliteit voor de dieren in de stal niet verbeterd. Onduidelijk is hoe het afgevangen stof kan worden afgezet of gebruikt. Het systeem vormt geen ozon. . Het systeem is naar verwachting van de producent in september 2010 marktrijp, maar dient nog wel gestandaardiseerde rendementsmetingen te ondergaan om geplaatst te kunnen worden op de door het Ministerie van VROM uitgebrachte lijst met stofemissiefactoren voor stalsystemen
AB - Om te kunnen voldoen aan de Europese norm voor fijnstofconcentraties in de buitenlucht dienen in Nederland maatregelen te worden doorgevoerd die de uitstoot van fijnstof uit belangrijke bronnen terugdringen. In dit kader is door het ministerie van LNV verzocht om het uitwerken van een plan van aanpak voor het ontwikkelen van praktijkrijpe bedrijfsoplossingen voor het terugdringen van de fijnstofemissie uit de pluimveehouderij. In het kader van het plan van aanpak worden in dit deelproject beoordelingen verricht van de potentiële effectiviteit en technische en economische haalbaarheid van stofreducerende concepten voor pluimveestallen. In dit onderzoek wordt een positieve ionisatietechniek (end of pipe) beoordeeld als potentiële stofreductietechniek. In hoofdstuk twee wordt een algemene beschrijving gegeven van het systeem en het werkingsprincipe. In hoofdstuk drie worden de resultaten weergegeven van een indicatieve rendementsmeting (voor PM10 en PM2,5) van het systeem nageschakeld aan een leghennenstal met kooihuisvesting. In hoofdstuk vier wordt aan de hand van negen parameters een inschatting gemaakt van de effectiviteit en inzetbaarheid van de ionisatietechniek in de praktijk. In hoofdstuk vijf worden de conclusies uit deze studie weergegeven. Conclusies Uit dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: . Uit een indicatieve fijnstofmeting aan het systeem nageschakeld aan een leghennenstal met kooihuisvesting blijkt een verwijderingsrendement voor PM10 van 71%. Door de lage PM2,5 concentratie kan geen verwijderingsrendement voor deze fractie worden vastgesteld. Onduidelijk is of het behaalde rendement ook bij grond- en volièrehuisvesting, waar stofniveaus aanzienlijk hoger liggen, kan worden behaald. Het wordt aanbevolen om metingen in dit type huisvesting uit te voeren. . Het systeem is toepasbaar in bestaande stallen met een centrale luchtafvoer, zoals lengteventilatie, waarschijnlijk niet in stallen met nokventilatie. Er dient voldoende ruimte rond de stal te zijn om de units te plaatsen. . De jaarkosten van het systeem zijn nog niet bekend. . Het systeem kent relatief weinig complexe technieken en is daardoor mechanisch stabiel, vergt minimale arbeid (mits uitgerust met een schrapersysteem voor fijnstofverwijdering) en kan worden toegepast in combinatie met andere reductietechnieken. . Enige afwenteling vindt plaats door elektriciteitsverbruik. Verder worden arbeidsomstandigheden en de luchtkwaliteit voor de dieren in de stal niet verbeterd. Onduidelijk is hoe het afgevangen stof kan worden afgezet of gebruikt. Het systeem vormt geen ozon. . Het systeem is naar verwachting van de producent in september 2010 marktrijp, maar dient nog wel gestandaardiseerde rendementsmetingen te ondergaan om geplaatst te kunnen worden op de door het Ministerie van VROM uitgebrachte lijst met stofemissiefactoren voor stalsystemen
KW - ionisatie
KW - luchtionisatie
KW - pluimveehouderij
KW - ventilatie
KW - emissie
KW - pluimvee
KW - huisvesting, dieren
KW - stallen
KW - luchtkwaliteit
KW - fijn stof
KW - ionization
KW - air ionization
KW - poultry farming
KW - ventilation
KW - emission
KW - poultry
KW - animal housing
KW - stalls
KW - air quality
KW - particulate matter
M3 - Report
T3 - Rapport / Wageningen UR Livestock Research
BT - Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: indicatieve evaluatie van positieve ionisatie van uitgaande ventilatielucht = Measures to reduce fine dust emission from poultry: indicative evaluation of positive ionization of exhaust air
PB - Wageningen UR Livestock Research
CY - Lelystad
ER -