Loofresistentie tegen P. infestans in aardappel: Tussenrapportage over het onderzoek van 2003 naar de bepaling van de relatie tussen fungicidedoseringen en het niveau van loofresistentie

H.G. Spits

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Tussenrapportage over het onderzoek van 2003 naar de bepaling van relatie tussen fungicidendoseringen en het niveau van loofresistentie. Een belangrijk onderdeel in de bestrijdingsstrategie is het bepalen van de relatie tussenfungicidendoseringen en niveau van loofresistentie. In 2003 is onderzoek uitgevoerd waarin 30 aardappelrassen met verschillende doseringen van het fungicide Shirlan zijn bespoten. Het proefveld is laat aangelegd (mei) om maximale synchronisatie tussenvroege en late rassen te bewerkstelligen. Het tijdstip van de bespuitingen werd bepaald door het adviesprogramma Plant-Plus. Drie weken na opkomst zijn de infectierijen besmet met een 15-tal Phytophthora-stammen. Gedurende de epidemie is twee keer perweek het percentage aangetast loof beoordeeld. Op basis van de huidige resultaten (onbehandeld) lijken de rassen Mercury, Kartel, NILB, Aziza en Innovator het meest resistent tegen P. infestans. Frieslander, Agata, Monalisa, Lady Rosetta, Ostara enBintje zijn het meest vatbaar voor P. infestans. Opmerkelijk is dat Bintje niet erg aangetast werd bij de lagere doseringen Shirlan.Sleutelwoorden: PPO-agv, akkerbouw, gewasbescherming, geïntegreerde bestrijding, aardappelen, phytophthora,vollegrondsgroententeelt, geintegreerde teelt, loofresistentie, fungiciden, plant-plus
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherPPO
Number of pages12
Publication statusPublished - 2003

Keywords

  • plant protection
  • potatoes
  • integrated pest management
  • phytophthora
  • fungicides
  • applied research

Cite this