Literatuurstudie voercontrole vleeskuikenouderdieren

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Voercontrole bij vleeskuikenouderdieren is al jaren een controversieel onderwerp waarbij de diverse stakeholders, namelijk vermeerderaars, (gedrags)wetenschappers, fokkerijorganisaties en dierenbelangenorganisaties van elkaar van mening verschillen. Het doel van dit rapport is om de beschikbare literatuur, data en beschikbare kennis over dit onderwerp te verzamelen om een meer gedegen onderbouwing te hebben ten behoeve van de discussie omtrent de voercontrole bij vleeskuikenouderdieren. Uit berekeningen blijkt dat de gemiddelde energiecontrole tijdens de opfok- en legperiode respectievelijk 47% en 35% is, wat lager is dan in de literatuur wordt aangegeven Doordat ouderdieren niet exact hetzelfde groeipotentieel hebben, en door het heterosis effect bij de nakomelingen, is dit mogelijk een overschatting en zal de werkelijke controle wat lager zijn. In dit rapport is een schatting gemaakt van 10% wat de energiecontrole tijdens de opfok- en legperiode op 42% en 31% brengt. Verder blijkt dat stereotiep pikgedrag naar objecten en staart en de verhouding van heterofielen en basofielen t.o.v. lymfocyten (H/L en B/L ratio’s) redelijk betrouwbare welzijnsindicatoren voor de mate van voercontrole te zijn. Over het algemeen lijkt afwijkend pikgedrag tijdens de opfokperiode vooral te maken hebben met tijdsbesteding en minder met honger en frustratie. Een combinatie van maatregelen om de gevolgen van voercontrole te verminderen lijkt het meeste effect te genereren, omdat de maatregelen alleen onvoldoende effecten geven. Daarbij wordt gedacht aan een combinatie van o.a. de volgende maatregelen: meerdere keren per dag voeren, verschillende methoden van voer verstrekken en verdund voer. Daarnaast geeft het onbeperkt verstrekken van water tijdens de opfokperiode mogelijk rustiger dieren. Het vaststellen van de mate van honger bij vleeskuikenouderdieren kan alleen via een combinatie van (indirecte) observaties die niet altijd eenduidig is. Vanwege gezondheids- en welzijnsredenen krijgen huis- en laboratoriumdieren een 20 tot 25% lagere voergift wat aangeeft dat een bepaalde mate van voercontrole bij alle levende dieren nodig is.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen Livestock Research
Number of pages77
DOIs
Publication statusPublished - 2020

Publication series

NameRapport / Wageningen Livestock Research
No.1291

Cite this