Literatuuronderzoek CAM-fotosynthese en CO2-bemesting en CO2-bemesting bij bromelia's

A. Marissen, M.G. Warmenhoven

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    De ‘normale’ wijze van CO2-opname gebeurt bij de meeste planten overdag, wanneer er licht is om de opgenomen CO2 door middel van fotosynthese direct om te zetten in suikers. Hiervoor is het nodig dat de huidmondjes overdag open staan, ‘s nachts zijn huidmondjes meestal dicht. Via de huidmondjes gaat waterdamp naar buiten, de planten verdampen zo overdag veel meer dan ‘s nachts. Een deel van de Bromeliaceae -soorten hebben zich echter gespecialiseerd in een andere wijze van CO2-opname. In deze planten zijn de huidmondjes ‘s nachts geopend om CO2 op te nemen, wat wordt opgeslagen in de vorm van malaat (appelzuur). Overdag wordt het malaat weer afgebroken tot CO2, en zonder dat het de plant verlaat direct voor de fotosynthese gebruikt. Zo kan de plant de huidmondjes overdag gesloten houden om de verdamping binnen de perken te houden. Dit mechanisme heet CAM-fotosynthese (Crassulacean Acid Metabolism). Sommige Bromeliaceae kunnen niet anders dan CAM-fotosynthese bedrijven (obligaat CAM), andere soorten kunnen switchen van gewone (C3) fotosynthese naar CAM en weer terug (facultatief CAM), afhankelijk van de watervoorziening en een derde groep gebruikt de gewone C3-fotosynthese. Een volledige omschakeling kan enkele dagen duren. Factoren die bepalend zijn of CAM-fotosynthese gebruikt wordt Temperatuur. Bij obligate CAM-soorten is de opname van CO2 in de nacht bij een lagere temperatuur beter dan bij een hogere temperatuur. Dagtemperaturen boven de 40 ∘C remmen ook de nachtelijke CO2-opname. Licht. De afwisseling van licht/donker en donker/licht is nodig om de aanmaak en afbraak van malaat te reguleren. Omdat de meeste CAM-gebruikende Bromeliaceae enigszins zijn aangepast aan schaduw, kan een hoge lichtintensiteit de CO2-opname negatief beïnvloeden. Er zijn duidelijke interacties gevonden tussen lichtniveau en temperatuur. Droogte- en zoutstress CAM-fotosynthese heeft zijn oorsprong als aanpassing aan droogte- en zoutstress. Onder de huidige teeltomstandigheden is het niet aannemelijk dat droogtestress optreedt, wat wil zeggen dat bij facultatieve CAM-planten waarschijnlijk C3-fotosynthese wordt gebruikt. RV Hoge RV’s verlagen de CO2 opname overdag en ‘s nachts. Welke Bromeliaceae zijn obligaat - , facultatief- of niet-CAM? In de tekst wordt een overzicht gegeven welk fotosynthese-pad gebruikt wordt door de verschillende groepen. In het genus Tillandsia bijvoorbeeld, komen alle drie de fotosynthese-types voor, Guzmania en Vriesea kunnen zowel facultatief CAM als C3-fotosynthese gebruiken. Bromelia en Aechmea zijn obligaat CAM-plant. Conclusie Kennis van het gebruikte fotosynthese-pad bij Bromeliaceae is nodig voor het zinvol doseren van CO2 en bij toepassing van assimilatiebelichting
    Original languageDutch
    Place of PublicationAalsmeer
    PublisherPPO BU Glastuinbouw
    Number of pages26
    Publication statusPublished - 2004

    Publication series

    NameRapporten BU Glastuinbouw
    PublisherPPO BU Glastuinbouw

    Keywords

    • bromeliaceae
    • carbon dioxide
    • photosynthesis
    • literature reviews
    • carbon dioxide enrichment

    Cite this