La problématique de l'application des techniques d'analyse coûts-bénéfices en Afrique subsaharienne : le cas du Zaïre

R. Musampa-Tshibalabala

Research output: Thesisinternal PhD, WUAcademic

Abstract

De bedoeling van dit onderzoek is het toetsen van de toepasbaarheid van de methodologische principes van economische projectanalyse in de politieke, economische en financiële context zoals die bestaat in Zaïre (thans: Congo geheten). Om realistisch te werk te gaan, hebben wij dit gedaan vanuit het standpunt van de schaduwprijsmethode (Méthode des Prix de Référence, MPR) voor twee praktijkgevallen van projecten die geanalyseerd en gefinancierd werden door de Wereldbank.

Na een algemene introductie die voornamelijk de probleemstelling betreft, en na de motieven van het onderzoek en de gevolgde methode, wordt het onderzoekswerk in twee delen opgebouwd: een deel betreffende de theorie (hoofdstuk 1 t/m 4), en een deel over de toepassing (hoofdstuk 5 t/m 9). Hoofdstuk 10 geeft de conclusies van het onderzoek.

De theorie

Het eerstehoofdstuk is een algemene inleiding, het geeft om te beginnen een idee van wat een project is, zijn analysekader, welke de relaties tussen projecten zijn en met de ontwikkelingsplanning. Verder zijn in dit hoofdstuk drie werkhypotheses opgesteld die achtereenvolgens betrekking hebben:

op het ontbreken in Zaïre van voorwaarden die geschikt zijn voor de toepassing van de kosten/baten analysetechnieken,op de zeer beperkte en weinig verspreide kennis van deze technieken, en tenslotteop de voorwaarden waaraan voldaan zouden moeten worden om deze technieken te kunnen toepassen.

De evaluatie van projecten vanuit het gezichtspunt van de ondernemer (hoofdstuk 2)

Na het onderzoeksterrein omschreven te hebben qua tijd (1978-1990) en qua ruimte (twee agrarisch-industriële projecten in landelijke gebieden), hebben wij de beslissingscriteria van investeringen voor de ondernemer bestudeerd. Twee groepen van criteria zijn bestudeerd, te weten die aangeduid als statische en die als dynamische. Drie statische criteria zijn bestudeerd: de gemiddelde rentabiliteit (Taux Moyen de Rentabilité, TMR), het jaarlijkse percentage van het rendement (TAR) en de eenvoudige terugverdienperiode (Délai de Recupération Simple, DRS).

In de tweede groep bestudeerden wij de zogenaamde dynamische criteria: deze onderscheiden zich van de eerstgenoemde door bij de evaluatie rekening te houden met het disconteringsprincipe. Bij deze criteria speelt de tijd een belangrijke rol, overeenkomstig de zegswijze "één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht".

De voorwaarden voor aanvaarding of verwerping van een project zijn bestudeerd en uitvoerig besproken voor wat betreft vier dynamische criteria: de interne rentevoet (Taux de Rentabilité Interne, TRI), de netto contante waarde (Valeur Actualisée Nette, VAN), de kosten/baten verhouding (Rapport Bénéfices-Coûts, RBC) en de verhouding tussen netto baten en investeringen.

De evaluatie vanuit het gezichtspunt van de gemeenschap

De beschrijving van de basisprincipes, van de rekenwijzen, van zowel de toepassingen als de beperkingen van de twee grote stromingen of benaderingen van economische analyse, namelijk de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (Méthode des Effets, ME), heeft ons een grote hoeveelheid aan theoretische inzichten opgeleverd.

* De benadering via de schaduwprijsmethode (MPR) ( hoofdstuk 3 )

De studie van de context en van de principes van de MPR heeft ons de beginselen en nadere verfijning duidelijk gemaakt. In tegenstelling tot de financiële analyse, vergelijkt de financiering van een investering vanuit het gezichtspunt van de gemeenschap de kosten en de voordelen die de "echte" "opportunitykosten voor de totale economie weergeven. De MPR omvat, of beter gezegd houdt rekening met de kwantitatieve en niet kwantitatieve aspecten van de gebruikte hulpbronnen (kosten) en van de baten van een project of investeringsprogramma. Oftewel, stellen Kuyvenhoven en Mennes (1988, p.2), de kosten/baten analyse neemt in ogenschouw en vergelijkt systematisch alle kosten en alle baten van een project, ongeacht of die toevallen aan een individu, een onderneming, een sociale groep, een openbare sector of aan het gehele land.

Deze principes hebben bij ons enkele vragen opgeroepen: in welke mate kan men van te voren in termen van kosten en baten alle effecten van een project herkennen? Bijvoorbeeld, hoe moet men de effecten van de vervuiling van een fabriek op het milieu vaststellen? Of, hoe moet men de gevolgen van de vervuiling van Tchernobyl van 1986 en van Tokaïmura van 1999 vaststellen? En in de sociale sector, bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs, is het mogelijk om daar de effecten vast te stellen van de verbetering van diensten en zo ja vanuit welk perspectief?

Teneinde zich beter rekenschap te geven van de doelmatigheid van deze benadering, zijn enkele gevallen van praktische toepassingen door de Wereldbank over de hele wereld geïnventariseerd. Hierbij zij opgemerkt dat de Wereldbank en de internationale gemeenschap in 1990 de African Capacity Building Initiative (ACBI) hebben opgezet om de verstoorde evenwichten in de Afrikaanse landen te herstellen.

Maar de MPR blijft veeleisend voor wat betreft betrouwbare en consistente statistische gegevens, iets waarover veel ontwikkelingslanden, waaronder Zaïre, niet beschikken, tenminste op het ogenblik niet.

* De benadering via de effectenmethode (ME) ( hoofdstuk 4 )

Volgens deze benadering van economische analyse wordt de bijdrage van een project bepaald door de toegevoegde waarde gecreëerd door haar effecten van begin tot eind in de productieketen, en op alle niveaus en in alle sectoren van het land. Bij de bestudering van de "basistechnieken en -hypotheses" hebben wij gemerkt dat voor wat betreft de toepassing, ook de ME een aanzienlijke hoeveelheid cijfermatige gegevens eist, zowel van economische functionarissen op nationaal niveau, als van ondernemingen, en zelfs van huishoudens.

Een zwak punt van de ME is dat zij onderdeel is van een planningsproces waarbij de economische berekeningen de weg dienen te wijzen in de besluitvorming. Toch is de overheid in de ontwikkelingslanden (i.h.a.) weinig betrouwbaar: de plannen zelf, voorzover ze al bestaan, zijn veelal slecht geformuleerd en worden nooit gerealiseerd.

Een vergelijking van de twee benaderingen die hier bestudeerd werden laat zien dat ondanks hun verschillen, zij dezelfde doelen nastreven, maar op verschillende manieren: de schaduwprijzen voor de MPR en de marktprijzen voor de ME. De vergelijking heeft desalniettemin aangetoond dat de degelijke theoretische principes van de MPR kunnen leiden tot verstandige investeringskeuzes voor het land.

De toepassing

De agrarische sector van Zaïre (hoofdstuk 5)

Om al deze theorieën in een reële context te plaatsen, hebben wij de verschillende aspecten van de agrarische Zaïrese sector, wiens potentieel onbetwistbaar is, onderzocht. Na presentatie van de voornaamste gegevens over de agrarische sector (waarin zo'n 70% van de bevolking een bestaan vindt), hebben wij de twee typen van landbouw die bedreven worden in Zaïre beschreven, te weten de traditionele landbouw en de moderne landbouw.

Verscheidene zaken karakteriseren de traditionele landbouw: de omvang van de factor arbeid en van de oppervlakte gecultiveerde grond op het totaal van het hele land; de geringe opbrengsten per hectare; de grootte van het familiebedrijf die de 1,5 ha. niet overschrijdt; de lange duur van braaklegging; en de overheersing van voedingsgewassen voor eigen verbruik. Een kort onderzoek naar de ontwikkeling van deze landbouw maakt duidelijk dat ze in continu verval is sinds het onafhankelijk worden van het land in 1960.

De moderne landbouw, bedreven op ongeveer 2 miljoen ha, onderscheidt zich van de traditionele landbouw door moderne exploitatie- en managementtechnieken, hetgeen het belang verklaart van het kapitaal dat hierin door de eigenaren is geïnvesteerd. Zij is voornamelijk gebaseerd op exportgewassen: koffie, katoen, palmolie, cacao, etc.

Over de door de overheid gevolgde landbouwpolitiek en -strategie kan men zich terecht een groot aantal vragen stellen, evenals over de aangewende instrumenten (zie Shapiro en Tollens, 1992, pag.129-141).

In de bijzonder gecompliceerde agrarische context van Zaïre beschikt men niet over de geschikte menselijke en materiële middelen om zodanig betrouwbare statistische gegevens te verzamelen en te verwerken dat er betrouwbare projectevaluaties mee te maken zijn.

De projecten betreffende suikerriet en oliepalm (hoofdstuk 6)

Dit hoofdstuk gaat over de presentatie alsook over de lokalisatie van de twee projecten aangemerkt als casestudies, dat van het suikerriet en dat van de oliepalm. De twee projecten zijn gefinancierd door de Internationale Ontwikkelingsassociatie van de Wereldbankgroep (IDA), de eerste in cofinanciering met het Franse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de tweede met cofinanciering van de Afrikaanse Bank van Ontwikkeling (ADB) en de Arabische Bank voor Economische Ontwikkeling in Afrika (BADEA).

De sub-sector suiker: de twee industriële suikerrietplantages bevinden zich in Kwilungongo (op 175 km van Kinshasa) en in Kiliba (Zuid-Kivu). Vóór de financiering van het project van de Compagnie Sucrière (CS) was de productie in de twee bedrijven kleiner dan de jaarlijkse behoefte van het land: de productie bijvoorbeeld in de periode 1976-79 was ongeveer 50.000 ton, terwijl de jaarlijkse behoeften van het land lagen op ongeveer 100.000 ton (Ministerie van Landbouw, 1988, pag. 21).

De sub-sector oliepalm: alhoewel de oliepalmteelt wijd verspreid is over het hele land, dragen slechts vier regio's in belangrijke mate bij aan de industriële teelt en productie. De Maatschappij Plantages Lever van Zaïre (PLZ), die bestudeerd wordt in dit boek, is de belangrijkste van alle industriële maatschappijen, met een palmolieproductie van ongeveer 50% van het totaal van de industriële oliepalm productie van het land. Ook in deze sub-sector is de productie sterk afgenomen: bijvoorbeeld van ongeveer 170.000 ton in 1970 naar ongeveer 145.000 ton in 1975 in de periode van studie.

De financiering van de twee projecten beoogde ondermeer productiegroei, het scheppen van arbeidsplaatsen, rehabilitatie van de productie-eenheden, scholing, aanschaf van nieuwe machines en sociale infrastructuur, teneinde de levensomstandigheden van de werknemers en van de omwonende bevolkingsgroepen te verbeteren.

In beide gevallen hebben wij geconstateerd dat de prijzen niet waren vastgesteld volgens de wet van vraag en aanbod; ze waren zonder meer vastgesteld door de regering, hetgeen iedere concurrentie uitsloot. Een vergelijking heeft aangetoond dat de productiekosten van een ton suiker in Zaïre tot de hoogste van het Afrikaanse continent behoren (Wereldbankrapport, 1985, pag. 12).

Als men al deze feiten in ogenschouw neemt, zou men zich kunnen afvragen waarmee de resultaten van een economische analyse die uitgevoerd zou zijn volgens de methodologische principes zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 zouden overeenkomen als:

het referentiekader van een project onduidelijk is enals de inmengingen van de regering de werking van de marktwetten verstoren?

De boekhoudkundige en financiële analyse van het suikerrietproject (hoofdstuk 7)

In hoofdstuk 7 hebben we getracht enkele boekhoudkundige en financiële aspecten te bestuderen van het suikerrietproject waarvoor bepaalde becijferde informatie beschikbaar was.

Ons doel was tweevoudig: aan de ene kant bepaalde boekhoudkundige en financiële aspecten onderzoeken die onbestudeerd waren gebleven bij de evaluatie van het project en, aan de andere kant, de voorspelde resultaten vergelijken met de daadwerkelijk bereikte resultaten. Daartoe hebben wij gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens over de voorcalculatie en de voorlopige balansen, maar ook van de werkelijke balansen van de vijf opeenvolgende jaren. Om een idee te krijgen over de financiële situatie van de CS na de financiering, hebben we drie ratiogroepen bestudeerd, te weten:

de ratio van liquiditeit,de ratio van financiële autonomie ende ratio van de financiering van de duurzame activa.

De boekhoudkundige en financiële analyse was nodig, want zij heeft aangetoond dat in veel gevallen het ten tijde van de projectevaluatie uitgevoerde onderzoek onvolledig was; zo werden bepaalde boekhoudkundige principes niet in acht genomen, bijvoorbeeld de berekening van de afschrijvingen, het niet uitkeren van het dividend, het in aanmerking nemen van de waarde van de duurzame activa. Op het financiële vlak hebben we geconstateerd dat geen rekening is gehouden met werkkapitaal en met andere relevante ratio's, die het mogelijk maken het financieel evenwicht van het bedrijf te beoordelen.

De resultaten hebben aangetoond dat de onderneming het hoofd boven water heeft kunnen houden dankzij buitenlands kapitaal en dat haar ratio van onafhankelijkheid gedurende de in aanmerking genomen periode (1988-1992) kleiner is gebleven dan 1,0. De kosten van de koersverschillen volgend op de omzetting van de leningen in deviezen tegen de wisselkoers van de dag hebben gezorgd voor een ernstig gebrek aan geldmiddelen en heeft de maatschappij genoopt tot het niet nakomen van haar betalingsverplichtingen.

Voor wat betreft de vergelijking tussen de voorspelde versus de daadwerkelijk behaalde financiële resultaten hebben wij tamelijk grote verschillen geconstateerd, met name wat betreft de bijdrage van het project aan de staatsbegroting en wat betreft het handhaven van het financieel evenwicht dat bij de evaluatie vooraf was aangenomen.

Ondanks de financiële moeilijkheden die we zonet beschreven hebben, heeft studie van de financiële resultaten van het project aangetoond dat de Wereldbank de enige begunstiger van het project was. Deze bank heeft de facto haar totale lening, de achterstallige rente, en de rente op rente ingevorderd, zoals aangegeven is in het volgende hoofdstuk.

De sociaal-economische analyse van de twee projecten (hoofdstuk 8)

Gebaseerd op verscheidene statistische gegevens heeft hoofdstuk 8 nogal belangrijke informatie verschaft, die ons inziens de gesignaleerde problemen bevestigen.

De resultaten van de vooraf uitgevoerde berekeningen laten een positieve rentevoet zien: 17,5% voor het project van de CS (bureau van uitvoering), en 16% voor het project van de PLZ (bureau van uitvoering).

Na de realisatie van de twee projecten laat de achteraf uitgevoerde ex post evaluatie hiervan de duidelijk negatieve economische resultaten zien ten opzichte van de voorspellingen: - 8% economische rentabiliteit voor de CS, tegen ongeveer één economische rentabiliteit van 5% voor de PLZ (Afrondingsrapporten, 1991, pag.8 en 13).

Herhaaldelijk zijn er veranderingen ingevoerd en zijn verplichtingen niet nagekomen, zodat de uitgevoerde projecten niet meer overeen kwamen met de aanvankelijk beoordeelde projecten. Zo zijn bijvoorbeeld in het geval van het project van de CS, de clausules over de voldoende toewijzing van deviezen en de prijscorrecties van de suiker niet in acht genomen en is er geen enkel proefproject voor de verbetering van de levensomstandigheden van de plaatselijke bevolking uitgevoerd.

In het geval van het project van de PLZ waren er eveneens verscheidene veranderingen (vermeld in punt 8.3.1., zoals wijzigingen in de Investeringscode; de overeenkomsten tussen de SOFIDE en de palmoliemaatschappijen) aangebracht, hetzij als opheffingen, hetzij als toevoegingen aan het oorspronkelijk ontwerp. De regering en de Nationale Bank hebben op hun beurt tegengewerkt, de ene in het kader van de Investeringscode, en de andere aangaande de toewijzing van deviezen (hoofdstuk 5).

Een ander maar evenzo opvallend punt is dat om diverse redenen in geen van de twee gevallen men zich ooit aan het uitvoeringsschema gehouden heeft: het project van de CS heeft een termijnoverschrijding van twee jaar en vijf maanden gekend, terwijl dat van de PLZ een vertraging vermeldde van twee en een half jaar op een totaal van 20 jaar.

Gedurende deze vertraging ging de economische en financiële situatie aldoor maar achteruit, zodat het merendeel van de tijdens de evaluatie verkregen gegevens veranderd waren, zoals wij dit ook signaleerden aan het begin van deze studie.

Beter gezegd, de problemen hebben zich voorgedaan in alle projectfasen, van voorbereiding tot afronding, zegt de Wereldbank (Afrondingsrapport, 1991, pag. 1-8).

Wat betreft de toepassing van de methodologische voorschriften bij de onderzochte gevallen hebben we opgemerkt dat de analisten dan wel de experts van de Wereldbank bijvoorbeeld de schaduwprijzen van de deviezen of de productiekosten van de producten uit de losse pols bepaald hebben. De schaduwprijs van arbeid is evenmin berekend; we veronderstellen dat deze is vastgesteld op basis van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De enige uitgevoerde economische berekeningen waren die van de interne rentevoet (TRI).

Ook hier zijn de voordelen overschat, doordat men over het hoofd heeft gezien dat:

de prijzen van de betrokken producten gecontroleerd en vastgesteld door de regering waren op kunstmatig lage niveaus,de gehanteerde productiekosten slechts ruwe schattingen waren vanwege het gemis van een analytische boekhouding enhet land grote en veelvuldig optredende inflatoire bewegingen kende, hetgeen gepaard ging met devaluatie. Onze eigen rentabiliteitsberekeningen (zie annex), deels gebaseerd op de wereldprijzen van suiker zoals die verschaft zijn door de Wereldbank, hebben enigszins andere uitkomsten gegeven dan die afkomstig van het evaluatieonderzoek.

Om de kosten te bepalen van de deviezen die uitgespaard zouden worden in het kader van het project (een van de doelen nagestreefd door de CS), hebben we de berekeningen toegepast van de interne wisselkoers oftewel de test van Bruno volgens de methodologie van Gittinger (1982, pag.419). De geactualiseerde resultaten (tabel 8.5 en 8.6) hebben aangetoond dat de interne wisselkoers bijna nul zou zijn; het project heeft dus geen deviezenbesparing opgeleverd.

De toepassing van de kosten-batenanalyse en de uitvoering van projecten door de ondernemingen in het sociaal-economische milieu van Zaïre (hoofdstuk 9).

De verschillende empirische feiten die in de voorgaande hoofdstukken verzameld zijn, tonen aan dat de uitvoering van een project beïnvloed wordt door diverse factoren die onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn. Noch de beslissing om een project uit te voeren, noch haar resultaten zijn niet alleen de daad van een simpele rentabiliteitssom, maar veeleer de bijdrage van een combinatie van menselijke, sociale, economische, financiële, technische en culturele factoren en van de nationale en mondiale conjunctuur, van het nationale beleid, etc.

Met het oog op de samenhang tussen al deze zaken, hebben wij een vragenlijst opgesteld, die zowel open als beperkt is. Open, in de zin dat het formulier verscheidene zaken aansnijdt die betrekking hebben op meerdere aspecten van een project; beperkt, omdat hij bedoeld is voor een kleine steekproef: de twee bezochte ondernemingen en de Ministeries van Planning en die van Financiën.

Het vragenformulier was dus gewijd aan de methodologische procedures, van het beheren of van het uitvoeren van de projecten, van het sociaal-economische milieu, van het regeringsbeleid, van de ex-post controle, en aan de betrokkenheid van de regering bij de ontwikkeling van de projecten.

De antwoorden op de vragenlijst hebben ons veel inzicht gegeven; op praktisch alle niveaus: van de Wereldbank, van de regering en van de ondernemingen.

De bijdrage en de conclusies van het onderzoek (hoofdstuk 10)

Het empirisch onderzoekswerk uitgevoerd in het kader van deze studie, werd in twee delen gesplitst. Het eerste deel heeft zich gebogen over de theoretische principes van de economische analysetechnieken van investeringsprojecten. In dit deel hebben we de principes van de twee grote economische benaderingen onderzocht: de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (ME). Het tweede deel van de studie werd gewijd aan de praktische aspecten van de toepasbaarheid van een van deze benaderingen, namelijk de MPR, door de Wereldbank in twee concrete gevallen. Het gaat om twee door dit orgaan gefinancierde projecten waarvoor bepaalde gegevens beschikbaar waren.

Door de theoretische principes te confronteren met de werkelijkheid van een land als Zaïre heeft ons onderzoek vastgesteld dat er talrijke voorwaarden bestaan voor de toepassing van de methodologische principes, en dit op alle niveaus,

Wat wij hier te zeggen hebben richt zich hoofdzakelijk op twee punten. Het eerste punt is een poging achteraf te verklaren wat zich in de twee bestudeerde gevallen echt heeft voorgedaan. Het tweede punt, nauw verwant aan het eerste, is een geheel aan voorstellen tot herstructureren en herformuleren, en wel op de drie niveaus die hieronder worden genoemd.

Op het niveau van de Wereldbank: De meningsverschillen encontroversen over bepaalde aspecten van de analysemethode van de schaduwprijsmethode (MPR) ten spijt, betwist geen enkele verstandige econoom de geldigheid van de basisprincipes van deze benadering. Wij verwijzen naar de discussie over het probleem van de discontovoet dat aangepast is aan de tijd (Livingstone en Tribe, 1996, pag. 66), als mede naar de moeilijkheid om de omvang te schatten van de effecten die een project zal hebben op het welzijn van personen in de tijd (Mishan, 1993, pag.140); tenslotte is ook het kwantificeren van alle consequenties van een project een moeilijke zaak. De samenhang van de theoretische principes van de MPR toont aan dat als de nodige onderzoeken correct uitgevoerd worden en als aan de gevraagde toepassingsvoorwaarden wordt voldaan, het mogelijk is om de nagestreefde resultaten te bereiken.

Dit brengt ons ertoe te beweren dat het merendeel van de problemen bij het ontwerpen van de projecten, (zie tabel 10.1), zijn toe te schrijven aan de experts van de Wereldbank die, zoals men in deze studie heeft gezien, de studies en schattingen van kosten en baten niet voldoende uitgediept hebben.

MacMillan (1991, pag. 75-76), verklaart echter dat de Wereldbank algemeen .. zelf heeft ingezien dat in het merendeel van de gevallen, de "ontwerpproblemen" de belangrijkste oorzaak zijn van het onvoldoende presteren en het mislukken van projecten. We hebben vijf typen problemen geïnventariseerd; voorstellen tot aanpak van deze problemen zijn vermeld in tabel 10.1.

Om elke betrokken partij in staat te stellen de obstakels te herkennen die een goed verloop van een project in de weg staan, alsook het herkennen van de behaalde vooruitgang door middel van bepaalde indicatoren en de verantwoordelijkheden vast te stellen op elk niveau, stelt deze studie voor dat de Wereldbank de zogenaamde "integrale aanpak van projectbeheer", wel bekend onder de benaming van "logical framework" introduceert. Dit instrument, ontwikkeld door de Europese Unie (1993), wordt toegepast door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BAD). Akroyd (1995, pag. 210), bevestigt de doelmatigheid daarvan in concrete toepassingen in Zimbabwe, Malawi en Egypte.

Op het niveau van de ondernemingen, is de voornaamste bijdrage van deze studie zonder enige twijfel de inhoud van de enquête. Het formulier heeft bestaan uit verscheidene thema's die betrekking hebben op de verschillende aspecten van het project; op het sociale economische en financiële milieu waarin de uitvoering van het project gesitueerd is; op de relaties tussen de bedrijven en de regering; op de strategische acties van de ondernemingen ten tijde van crises; op de relaties tussen de ondernemingen en de Wereldbank, kortom op alles wat direct of indirect zou kunnen bijdragen tot het succes of tot het fiasco van een project. Het formulier heeft tenslotte de bedrijven in staat gesteld om concrete voorstellen te doen i) aan de regering en ii) aan de Wereldbank met wie zij samenwerkten om het project tot een goed einde te brengen.

Hoewel zij tot nu toe beperkt is gebleven tot twee ondernemingen, zou de vragenlijst als referentie kunnen dienen voor andere bedrijven bij de uitwerking, de uitvoering en de follow-up van een project.

Op het niveau van de regering, - door de ondernemingen aangewezen als bron van hun ellende - vragen wij een positieve reactie op de navolgende observatie: projecten functioneren goed als het beleid en de instellingen goed zijn (Wereldbank, 1999, pag.15). De voorstellen die wij aanprijzen, hebben in de bestudeerde gevallen betrekking op de als bottleneck blootgelegde problemen.

Het gaat met name over een gebrek aan betrokkenheid van regeringszijde, over de tekortkomingen van het macro-economische beleid, over onvoldoende fondsen, en over de ondoeltreffendheid van het overheidsapparaat.

Laten wij tot slot van deze studie zeggen, dat de toepassing van de door ons op ieder niveau gedane eenvoudige en bescheiden voorstellen, niet automatisch een betere gang van zaken oplevert. Integendeel, onze voorstellen botsen met de slechte en vastgeroeste praktijken, praktijken die door geen enkel uitwerking- en uitvoeringsschema van projecten, hoe geavanceerd ook, automatisch kunnen worden gecorrigeerd. Ons scenario van de voorstellen - en wij zijn ons daar bewust van - botst met de belangen van de machthebbers van de natie - gedurende de studie periode. Alleen door mentaliteit - en gedragsveranderingen in alle geledingen van de maatschappij kan de gewenste situatie bereikt worden.

Nadere informatie

Bent u geïnteresseerd in het gehele proefschrift dan kunt u contact opnemen met Raphael Musampa , Voerakker 12, 6713 SN EDE, +31 318 416257 of met de leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid, Wageningen Universiteit, Hollandseweg 1, Wageningen, +31 317 484049.

Original languageFrench
QualificationDoctor of Philosophy
Awarding Institution
Supervisors/Advisors
  • van den Noort, P., Promotor, External person
Award date19 May 2000
Place of PublicationS.l.
Publisher
Publication statusPublished - 2000

Keywords

  • cost benefit analysis
  • development projects
  • economic evaluation
  • development planning
  • project appraisal
  • feasibility studies
  • africa south of sahara
  • congo democratic republic

Cite this

@phdthesis{360ebcfdad9e4891873ef8b99abcec51,
title = "La probl{\'e}matique de l'application des techniques d'analyse co{\^u}ts-b{\'e}n{\'e}fices en Afrique subsaharienne : le cas du Za{\"i}re",
abstract = "De bedoeling van dit onderzoek is het toetsen van de toepasbaarheid van de methodologische principes van economische projectanalyse in de politieke, economische en financi{\"e}le context zoals die bestaat in Za{\"i}re (thans: Congo geheten). Om realistisch te werk te gaan, hebben wij dit gedaan vanuit het standpunt van de schaduwprijsmethode (M{\'e}thode des Prix de R{\'e}f{\'e}rence, MPR) voor twee praktijkgevallen van projecten die geanalyseerd en gefinancierd werden door de Wereldbank.Na een algemene introductie die voornamelijk de probleemstelling betreft, en na de motieven van het onderzoek en de gevolgde methode, wordt het onderzoekswerk in twee delen opgebouwd: een deel betreffende de theorie (hoofdstuk 1 t/m 4), en een deel over de toepassing (hoofdstuk 5 t/m 9). Hoofdstuk 10 geeft de conclusies van het onderzoek.De theorieHet eerstehoofdstuk is een algemene inleiding, het geeft om te beginnen een idee van wat een project is, zijn analysekader, welke de relaties tussen projecten zijn en met de ontwikkelingsplanning. Verder zijn in dit hoofdstuk drie werkhypotheses opgesteld die achtereenvolgens betrekking hebben:op het ontbreken in Za{\"i}re van voorwaarden die geschikt zijn voor de toepassing van de kosten/baten analysetechnieken,op de zeer beperkte en weinig verspreide kennis van deze technieken, en tenslotteop de voorwaarden waaraan voldaan zouden moeten worden om deze technieken te kunnen toepassen.De evaluatie van projecten vanuit het gezichtspunt van de ondernemer (hoofdstuk 2)Na het onderzoeksterrein omschreven te hebben qua tijd (1978-1990) en qua ruimte (twee agrarisch-industri{\"e}le projecten in landelijke gebieden), hebben wij de beslissingscriteria van investeringen voor de ondernemer bestudeerd. Twee groepen van criteria zijn bestudeerd, te weten die aangeduid als statische en die als dynamische. Drie statische criteria zijn bestudeerd: de gemiddelde rentabiliteit (Taux Moyen de Rentabilit{\'e}, TMR), het jaarlijkse percentage van het rendement (TAR) en de eenvoudige terugverdienperiode (D{\'e}lai de Recup{\'e}ration Simple, DRS).In de tweede groep bestudeerden wij de zogenaamde dynamische criteria: deze onderscheiden zich van de eerstgenoemde door bij de evaluatie rekening te houden met het disconteringsprincipe. Bij deze criteria speelt de tijd een belangrijke rol, overeenkomstig de zegswijze {"}{\'e}{\'e}n vogel in de hand is beter dan tien in de lucht{"}.De voorwaarden voor aanvaarding of verwerping van een project zijn bestudeerd en uitvoerig besproken voor wat betreft vier dynamische criteria: de interne rentevoet (Taux de Rentabilit{\'e} Interne, TRI), de netto contante waarde (Valeur Actualis{\'e}e Nette, VAN), de kosten/baten verhouding (Rapport B{\'e}n{\'e}fices-Co{\^u}ts, RBC) en de verhouding tussen netto baten en investeringen.De evaluatie vanuit het gezichtspunt van de gemeenschapDe beschrijving van de basisprincipes, van de rekenwijzen, van zowel de toepassingen als de beperkingen van de twee grote stromingen of benaderingen van economische analyse, namelijk de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (M{\'e}thode des Effets, ME), heeft ons een grote hoeveelheid aan theoretische inzichten opgeleverd. * De benadering via de schaduwprijsmethode (MPR) ( hoofdstuk 3 )De studie van de context en van de principes van de MPR heeft ons de beginselen en nadere verfijning duidelijk gemaakt. In tegenstelling tot de financi{\"e}le analyse, vergelijkt de financiering van een investering vanuit het gezichtspunt van de gemeenschap de kosten en de voordelen die de {"}echte{"} {"}opportunitykosten voor de totale economie weergeven. De MPR omvat, of beter gezegd houdt rekening met de kwantitatieve en niet kwantitatieve aspecten van de gebruikte hulpbronnen (kosten) en van de baten van een project of investeringsprogramma. Oftewel, stellen Kuyvenhoven en Mennes (1988, p.2), de kosten/baten analyse neemt in ogenschouw en vergelijkt systematisch alle kosten en alle baten van een project, ongeacht of die toevallen aan een individu, een onderneming, een sociale groep, een openbare sector of aan het gehele land.Deze principes hebben bij ons enkele vragen opgeroepen: in welke mate kan men van te voren in termen van kosten en baten alle effecten van een project herkennen? Bijvoorbeeld, hoe moet men de effecten van de vervuiling van een fabriek op het milieu vaststellen? Of, hoe moet men de gevolgen van de vervuiling van Tchernobyl van 1986 en van Toka{\"i}mura van 1999 vaststellen? En in de sociale sector, bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs, is het mogelijk om daar de effecten vast te stellen van de verbetering van diensten en zo ja vanuit welk perspectief?Teneinde zich beter rekenschap te geven van de doelmatigheid van deze benadering, zijn enkele gevallen van praktische toepassingen door de Wereldbank over de hele wereld ge{\"i}nventariseerd. Hierbij zij opgemerkt dat de Wereldbank en de internationale gemeenschap in 1990 de African Capacity Building Initiative (ACBI) hebben opgezet om de verstoorde evenwichten in de Afrikaanse landen te herstellen.Maar de MPR blijft veeleisend voor wat betreft betrouwbare en consistente statistische gegevens, iets waarover veel ontwikkelingslanden, waaronder Za{\"i}re, niet beschikken, tenminste op het ogenblik niet. * De benadering via de effectenmethode (ME) ( hoofdstuk 4 )Volgens deze benadering van economische analyse wordt de bijdrage van een project bepaald door de toegevoegde waarde gecre{\"e}erd door haar effecten van begin tot eind in de productieketen, en op alle niveaus en in alle sectoren van het land. Bij de bestudering van de {"}basistechnieken en -hypotheses{"} hebben wij gemerkt dat voor wat betreft de toepassing, ook de ME een aanzienlijke hoeveelheid cijfermatige gegevens eist, zowel van economische functionarissen op nationaal niveau, als van ondernemingen, en zelfs van huishoudens.Een zwak punt van de ME is dat zij onderdeel is van een planningsproces waarbij de economische berekeningen de weg dienen te wijzen in de besluitvorming. Toch is de overheid in de ontwikkelingslanden (i.h.a.) weinig betrouwbaar: de plannen zelf, voorzover ze al bestaan, zijn veelal slecht geformuleerd en worden nooit gerealiseerd.Een vergelijking van de twee benaderingen die hier bestudeerd werden laat zien dat ondanks hun verschillen, zij dezelfde doelen nastreven, maar op verschillende manieren: de schaduwprijzen voor de MPR en de marktprijzen voor de ME. De vergelijking heeft desalniettemin aangetoond dat de degelijke theoretische principes van de MPR kunnen leiden tot verstandige investeringskeuzes voor het land.De toepassingDe agrarische sector van Za{\"i}re (hoofdstuk 5)Om al deze theorie{\"e}n in een re{\"e}le context te plaatsen, hebben wij de verschillende aspecten van de agrarische Za{\"i}rese sector, wiens potentieel onbetwistbaar is, onderzocht. Na presentatie van de voornaamste gegevens over de agrarische sector (waarin zo'n 70{\%} van de bevolking een bestaan vindt), hebben wij de twee typen van landbouw die bedreven worden in Za{\"i}re beschreven, te weten de traditionele landbouw en de moderne landbouw.Verscheidene zaken karakteriseren de traditionele landbouw: de omvang van de factor arbeid en van de oppervlakte gecultiveerde grond op het totaal van het hele land; de geringe opbrengsten per hectare; de grootte van het familiebedrijf die de 1,5 ha. niet overschrijdt; de lange duur van braaklegging; en de overheersing van voedingsgewassen voor eigen verbruik. Een kort onderzoek naar de ontwikkeling van deze landbouw maakt duidelijk dat ze in continu verval is sinds het onafhankelijk worden van het land in 1960.De moderne landbouw, bedreven op ongeveer 2 miljoen ha, onderscheidt zich van de traditionele landbouw door moderne exploitatie- en managementtechnieken, hetgeen het belang verklaart van het kapitaal dat hierin door de eigenaren is ge{\"i}nvesteerd. Zij is voornamelijk gebaseerd op exportgewassen: koffie, katoen, palmolie, cacao, etc.Over de door de overheid gevolgde landbouwpolitiek en -strategie kan men zich terecht een groot aantal vragen stellen, evenals over de aangewende instrumenten (zie Shapiro en Tollens, 1992, pag.129-141).In de bijzonder gecompliceerde agrarische context van Za{\"i}re beschikt men niet over de geschikte menselijke en materi{\"e}le middelen om zodanig betrouwbare statistische gegevens te verzamelen en te verwerken dat er betrouwbare projectevaluaties mee te maken zijn.De projecten betreffende suikerriet en oliepalm (hoofdstuk 6)Dit hoofdstuk gaat over de presentatie alsook over de lokalisatie van de twee projecten aangemerkt als casestudies, dat van het suikerriet en dat van de oliepalm. De twee projecten zijn gefinancierd door de Internationale Ontwikkelingsassociatie van de Wereldbankgroep (IDA), de eerste in cofinanciering met het Franse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de tweede met cofinanciering van de Afrikaanse Bank van Ontwikkeling (ADB) en de Arabische Bank voor Economische Ontwikkeling in Afrika (BADEA).De sub-sector suiker: de twee industri{\"e}le suikerrietplantages bevinden zich in Kwilungongo (op 175 km van Kinshasa) en in Kiliba (Zuid-Kivu). V{\'o}{\'o}r de financiering van het project van de Compagnie Sucri{\`e}re (CS) was de productie in de twee bedrijven kleiner dan de jaarlijkse behoefte van het land: de productie bijvoorbeeld in de periode 1976-79 was ongeveer 50.000 ton, terwijl de jaarlijkse behoeften van het land lagen op ongeveer 100.000 ton (Ministerie van Landbouw, 1988, pag. 21).De sub-sector oliepalm: alhoewel de oliepalmteelt wijd verspreid is over het hele land, dragen slechts vier regio's in belangrijke mate bij aan de industri{\"e}le teelt en productie. De Maatschappij Plantages Lever van Za{\"i}re (PLZ), die bestudeerd wordt in dit boek, is de belangrijkste van alle industri{\"e}le maatschappijen, met een palmolieproductie van ongeveer 50{\%} van het totaal van de industri{\"e}le oliepalm productie van het land. Ook in deze sub-sector is de productie sterk afgenomen: bijvoorbeeld van ongeveer 170.000 ton in 1970 naar ongeveer 145.000 ton in 1975 in de periode van studie.De financiering van de twee projecten beoogde ondermeer productiegroei, het scheppen van arbeidsplaatsen, rehabilitatie van de productie-eenheden, scholing, aanschaf van nieuwe machines en sociale infrastructuur, teneinde de levensomstandigheden van de werknemers en van de omwonende bevolkingsgroepen te verbeteren.In beide gevallen hebben wij geconstateerd dat de prijzen niet waren vastgesteld volgens de wet van vraag en aanbod; ze waren zonder meer vastgesteld door de regering, hetgeen iedere concurrentie uitsloot. Een vergelijking heeft aangetoond dat de productiekosten van een ton suiker in Za{\"i}re tot de hoogste van het Afrikaanse continent behoren (Wereldbankrapport, 1985, pag. 12).Als men al deze feiten in ogenschouw neemt, zou men zich kunnen afvragen waarmee de resultaten van een economische analyse die uitgevoerd zou zijn volgens de methodologische principes zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 zouden overeenkomen als:het referentiekader van een project onduidelijk is enals de inmengingen van de regering de werking van de marktwetten verstoren?De boekhoudkundige en financi{\"e}le analyse van het suikerrietproject (hoofdstuk 7)In hoofdstuk 7 hebben we getracht enkele boekhoudkundige en financi{\"e}le aspecten te bestuderen van het suikerrietproject waarvoor bepaalde becijferde informatie beschikbaar was.Ons doel was tweevoudig: aan de ene kant bepaalde boekhoudkundige en financi{\"e}le aspecten onderzoeken die onbestudeerd waren gebleven bij de evaluatie van het project en, aan de andere kant, de voorspelde resultaten vergelijken met de daadwerkelijk bereikte resultaten. Daartoe hebben wij gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens over de voorcalculatie en de voorlopige balansen, maar ook van de werkelijke balansen van de vijf opeenvolgende jaren. Om een idee te krijgen over de financi{\"e}le situatie van de CS na de financiering, hebben we drie ratiogroepen bestudeerd, te weten:de ratio van liquiditeit,de ratio van financi{\"e}le autonomie ende ratio van de financiering van de duurzame activa.De boekhoudkundige en financi{\"e}le analyse was nodig, want zij heeft aangetoond dat in veel gevallen het ten tijde van de projectevaluatie uitgevoerde onderzoek onvolledig was; zo werden bepaalde boekhoudkundige principes niet in acht genomen, bijvoorbeeld de berekening van de afschrijvingen, het niet uitkeren van het dividend, het in aanmerking nemen van de waarde van de duurzame activa. Op het financi{\"e}le vlak hebben we geconstateerd dat geen rekening is gehouden met werkkapitaal en met andere relevante ratio's, die het mogelijk maken het financieel evenwicht van het bedrijf te beoordelen.De resultaten hebben aangetoond dat de onderneming het hoofd boven water heeft kunnen houden dankzij buitenlands kapitaal en dat haar ratio van onafhankelijkheid gedurende de in aanmerking genomen periode (1988-1992) kleiner is gebleven dan 1,0. De kosten van de koersverschillen volgend op de omzetting van de leningen in deviezen tegen de wisselkoers van de dag hebben gezorgd voor een ernstig gebrek aan geldmiddelen en heeft de maatschappij genoopt tot het niet nakomen van haar betalingsverplichtingen.Voor wat betreft de vergelijking tussen de voorspelde versus de daadwerkelijk behaalde financi{\"e}le resultaten hebben wij tamelijk grote verschillen geconstateerd, met name wat betreft de bijdrage van het project aan de staatsbegroting en wat betreft het handhaven van het financieel evenwicht dat bij de evaluatie vooraf was aangenomen.Ondanks de financi{\"e}le moeilijkheden die we zonet beschreven hebben, heeft studie van de financi{\"e}le resultaten van het project aangetoond dat de Wereldbank de enige begunstiger van het project was. Deze bank heeft de facto haar totale lening, de achterstallige rente, en de rente op rente ingevorderd, zoals aangegeven is in het volgende hoofdstuk.De sociaal-economische analyse van de twee projecten (hoofdstuk 8)Gebaseerd op verscheidene statistische gegevens heeft hoofdstuk 8 nogal belangrijke informatie verschaft, die ons inziens de gesignaleerde problemen bevestigen.De resultaten van de vooraf uitgevoerde berekeningen laten een positieve rentevoet zien: 17,5{\%} voor het project van de CS (bureau van uitvoering), en 16{\%} voor het project van de PLZ (bureau van uitvoering).Na de realisatie van de twee projecten laat de achteraf uitgevoerde ex post evaluatie hiervan de duidelijk negatieve economische resultaten zien ten opzichte van de voorspellingen: - 8{\%} economische rentabiliteit voor de CS, tegen ongeveer {\'e}{\'e}n economische rentabiliteit van 5{\%} voor de PLZ (Afrondingsrapporten, 1991, pag.8 en 13).Herhaaldelijk zijn er veranderingen ingevoerd en zijn verplichtingen niet nagekomen, zodat de uitgevoerde projecten niet meer overeen kwamen met de aanvankelijk beoordeelde projecten. Zo zijn bijvoorbeeld in het geval van het project van de CS, de clausules over de voldoende toewijzing van deviezen en de prijscorrecties van de suiker niet in acht genomen en is er geen enkel proefproject voor de verbetering van de levensomstandigheden van de plaatselijke bevolking uitgevoerd.In het geval van het project van de PLZ waren er eveneens verscheidene veranderingen (vermeld in punt 8.3.1., zoals wijzigingen in de Investeringscode; de overeenkomsten tussen de SOFIDE en de palmoliemaatschappijen) aangebracht, hetzij als opheffingen, hetzij als toevoegingen aan het oorspronkelijk ontwerp. De regering en de Nationale Bank hebben op hun beurt tegengewerkt, de ene in het kader van de Investeringscode, en de andere aangaande de toewijzing van deviezen (hoofdstuk 5).Een ander maar evenzo opvallend punt is dat om diverse redenen in geen van de twee gevallen men zich ooit aan het uitvoeringsschema gehouden heeft: het project van de CS heeft een termijnoverschrijding van twee jaar en vijf maanden gekend, terwijl dat van de PLZ een vertraging vermeldde van twee en een half jaar op een totaal van 20 jaar.Gedurende deze vertraging ging de economische en financi{\"e}le situatie aldoor maar achteruit, zodat het merendeel van de tijdens de evaluatie verkregen gegevens veranderd waren, zoals wij dit ook signaleerden aan het begin van deze studie.Beter gezegd, de problemen hebben zich voorgedaan in alle projectfasen, van voorbereiding tot afronding, zegt de Wereldbank (Afrondingsrapport, 1991, pag. 1-8).Wat betreft de toepassing van de methodologische voorschriften bij de onderzochte gevallen hebben we opgemerkt dat de analisten dan wel de experts van de Wereldbank bijvoorbeeld de schaduwprijzen van de deviezen of de productiekosten van de producten uit de losse pols bepaald hebben. De schaduwprijs van arbeid is evenmin berekend; we veronderstellen dat deze is vastgesteld op basis van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De enige uitgevoerde economische berekeningen waren die van de interne rentevoet (TRI).Ook hier zijn de voordelen overschat, doordat men over het hoofd heeft gezien dat:de prijzen van de betrokken producten gecontroleerd en vastgesteld door de regering waren op kunstmatig lage niveaus,de gehanteerde productiekosten slechts ruwe schattingen waren vanwege het gemis van een analytische boekhouding enhet land grote en veelvuldig optredende inflatoire bewegingen kende, hetgeen gepaard ging met devaluatie. Onze eigen rentabiliteitsberekeningen (zie annex), deels gebaseerd op de wereldprijzen van suiker zoals die verschaft zijn door de Wereldbank, hebben enigszins andere uitkomsten gegeven dan die afkomstig van het evaluatieonderzoek.Om de kosten te bepalen van de deviezen die uitgespaard zouden worden in het kader van het project (een van de doelen nagestreefd door de CS), hebben we de berekeningen toegepast van de interne wisselkoers oftewel de test van Bruno volgens de methodologie van Gittinger (1982, pag.419). De geactualiseerde resultaten (tabel 8.5 en 8.6) hebben aangetoond dat de interne wisselkoers bijna nul zou zijn; het project heeft dus geen deviezenbesparing opgeleverd.De toepassing van de kosten-batenanalyse en de uitvoering van projecten door de ondernemingen in het sociaal-economische milieu van Za{\"i}re (hoofdstuk 9).De verschillende empirische feiten die in de voorgaande hoofdstukken verzameld zijn, tonen aan dat de uitvoering van een project be{\"i}nvloed wordt door diverse factoren die onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn. Noch de beslissing om een project uit te voeren, noch haar resultaten zijn niet alleen de daad van een simpele rentabiliteitssom, maar veeleer de bijdrage van een combinatie van menselijke, sociale, economische, financi{\"e}le, technische en culturele factoren en van de nationale en mondiale conjunctuur, van het nationale beleid, etc.Met het oog op de samenhang tussen al deze zaken, hebben wij een vragenlijst opgesteld, die zowel open als beperkt is. Open, in de zin dat het formulier verscheidene zaken aansnijdt die betrekking hebben op meerdere aspecten van een project; beperkt, omdat hij bedoeld is voor een kleine steekproef: de twee bezochte ondernemingen en de Ministeries van Planning en die van Financi{\"e}n.Het vragenformulier was dus gewijd aan de methodologische procedures, van het beheren of van het uitvoeren van de projecten, van het sociaal-economische milieu, van het regeringsbeleid, van de ex-post controle, en aan de betrokkenheid van de regering bij de ontwikkeling van de projecten.De antwoorden op de vragenlijst hebben ons veel inzicht gegeven; op praktisch alle niveaus: van de Wereldbank, van de regering en van de ondernemingen.De bijdrage en de conclusies van het onderzoek (hoofdstuk 10)Het empirisch onderzoekswerk uitgevoerd in het kader van deze studie, werd in twee delen gesplitst. Het eerste deel heeft zich gebogen over de theoretische principes van de economische analysetechnieken van investeringsprojecten. In dit deel hebben we de principes van de twee grote economische benaderingen onderzocht: de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (ME). Het tweede deel van de studie werd gewijd aan de praktische aspecten van de toepasbaarheid van een van deze benaderingen, namelijk de MPR, door de Wereldbank in twee concrete gevallen. Het gaat om twee door dit orgaan gefinancierde projecten waarvoor bepaalde gegevens beschikbaar waren.Door de theoretische principes te confronteren met de werkelijkheid van een land als Za{\"i}re heeft ons onderzoek vastgesteld dat er talrijke voorwaarden bestaan voor de toepassing van de methodologische principes, en dit op alle niveaus,Wat wij hier te zeggen hebben richt zich hoofdzakelijk op twee punten. Het eerste punt is een poging achteraf te verklaren wat zich in de twee bestudeerde gevallen echt heeft voorgedaan. Het tweede punt, nauw verwant aan het eerste, is een geheel aan voorstellen tot herstructureren en herformuleren, en wel op de drie niveaus die hieronder worden genoemd.Op het niveau van de Wereldbank: De meningsverschillen encontroversen over bepaalde aspecten van de analysemethode van de schaduwprijsmethode (MPR) ten spijt, betwist geen enkele verstandige econoom de geldigheid van de basisprincipes van deze benadering. Wij verwijzen naar de discussie over het probleem van de discontovoet dat aangepast is aan de tijd (Livingstone en Tribe, 1996, pag. 66), als mede naar de moeilijkheid om de omvang te schatten van de effecten die een project zal hebben op het welzijn van personen in de tijd (Mishan, 1993, pag.140); tenslotte is ook het kwantificeren van alle consequenties van een project een moeilijke zaak. De samenhang van de theoretische principes van de MPR toont aan dat als de nodige onderzoeken correct uitgevoerd worden en als aan de gevraagde toepassingsvoorwaarden wordt voldaan, het mogelijk is om de nagestreefde resultaten te bereiken.Dit brengt ons ertoe te beweren dat het merendeel van de problemen bij het ontwerpen van de projecten, (zie tabel 10.1), zijn toe te schrijven aan de experts van de Wereldbank die, zoals men in deze studie heeft gezien, de studies en schattingen van kosten en baten niet voldoende uitgediept hebben.MacMillan (1991, pag. 75-76), verklaart echter dat de Wereldbank algemeen .. zelf heeft ingezien dat in het merendeel van de gevallen, de {"}ontwerpproblemen{"} de belangrijkste oorzaak zijn van het onvoldoende presteren en het mislukken van projecten. We hebben vijf typen problemen ge{\"i}nventariseerd; voorstellen tot aanpak van deze problemen zijn vermeld in tabel 10.1.Om elke betrokken partij in staat te stellen de obstakels te herkennen die een goed verloop van een project in de weg staan, alsook het herkennen van de behaalde vooruitgang door middel van bepaalde indicatoren en de verantwoordelijkheden vast te stellen op elk niveau, stelt deze studie voor dat de Wereldbank de zogenaamde {"}integrale aanpak van projectbeheer{"}, wel bekend onder de benaming van {"}logical framework{"} introduceert. Dit instrument, ontwikkeld door de Europese Unie (1993), wordt toegepast door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BAD). Akroyd (1995, pag. 210), bevestigt de doelmatigheid daarvan in concrete toepassingen in Zimbabwe, Malawi en Egypte.Op het niveau van de ondernemingen, is de voornaamste bijdrage van deze studie zonder enige twijfel de inhoud van de enqu{\^e}te. Het formulier heeft bestaan uit verscheidene thema's die betrekking hebben op de verschillende aspecten van het project; op het sociale economische en financi{\"e}le milieu waarin de uitvoering van het project gesitueerd is; op de relaties tussen de bedrijven en de regering; op de strategische acties van de ondernemingen ten tijde van crises; op de relaties tussen de ondernemingen en de Wereldbank, kortom op alles wat direct of indirect zou kunnen bijdragen tot het succes of tot het fiasco van een project. Het formulier heeft tenslotte de bedrijven in staat gesteld om concrete voorstellen te doen i) aan de regering en ii) aan de Wereldbank met wie zij samenwerkten om het project tot een goed einde te brengen.Hoewel zij tot nu toe beperkt is gebleven tot twee ondernemingen, zou de vragenlijst als referentie kunnen dienen voor andere bedrijven bij de uitwerking, de uitvoering en de follow-up van een project.Op het niveau van de regering, - door de ondernemingen aangewezen als bron van hun ellende - vragen wij een positieve reactie op de navolgende observatie: projecten functioneren goed als het beleid en de instellingen goed zijn (Wereldbank, 1999, pag.15). De voorstellen die wij aanprijzen, hebben in de bestudeerde gevallen betrekking op de als bottleneck blootgelegde problemen.Het gaat met name over een gebrek aan betrokkenheid van regeringszijde, over de tekortkomingen van het macro-economische beleid, over onvoldoende fondsen, en over de ondoeltreffendheid van het overheidsapparaat.Laten wij tot slot van deze studie zeggen, dat de toepassing van de door ons op ieder niveau gedane eenvoudige en bescheiden voorstellen, niet automatisch een betere gang van zaken oplevert. Integendeel, onze voorstellen botsen met de slechte en vastgeroeste praktijken, praktijken die door geen enkel uitwerking- en uitvoeringsschema van projecten, hoe geavanceerd ook, automatisch kunnen worden gecorrigeerd. Ons scenario van de voorstellen - en wij zijn ons daar bewust van - botst met de belangen van de machthebbers van de natie - gedurende de studie periode. Alleen door mentaliteit - en gedragsveranderingen in alle geledingen van de maatschappij kan de gewenste situatie bereikt worden.Nadere informatieBent u ge{\"i}nteresseerd in het gehele proefschrift dan kunt u contact opnemen met Raphael Musampa , Voerakker 12, 6713 SN EDE, +31 318 416257 of met de leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid, Wageningen Universiteit, Hollandseweg 1, Wageningen, +31 317 484049.",
keywords = "kosten-batenanalyse, ontwikkelingsplanning, haalbaarheidsstudies, projectbeoordeling, afrika ten zuiden van de sahara, ontwikkelingsprojecten, economische evaluatie, democratische republiek kongo, cost benefit analysis, development projects, economic evaluation, development planning, project appraisal, feasibility studies, africa south of sahara, congo democratic republic",
author = "R. Musampa-Tshibalabala",
note = "WU thesis 2789 Proefschrift Wageningen Op titelpagina Subsaharienne foutief geschreven als: Subsahalienne",
year = "2000",
language = "French",
publisher = "S.n.",

}

La problématique de l'application des techniques d'analyse coûts-bénéfices en Afrique subsaharienne : le cas du Zaïre. / Musampa-Tshibalabala, R.

S.l. : S.n., 2000. 289 p.

Research output: Thesisinternal PhD, WUAcademic

TY - THES

T1 - La problématique de l'application des techniques d'analyse coûts-bénéfices en Afrique subsaharienne : le cas du Zaïre

AU - Musampa-Tshibalabala, R.

N1 - WU thesis 2789 Proefschrift Wageningen Op titelpagina Subsaharienne foutief geschreven als: Subsahalienne

PY - 2000

Y1 - 2000

N2 - De bedoeling van dit onderzoek is het toetsen van de toepasbaarheid van de methodologische principes van economische projectanalyse in de politieke, economische en financiële context zoals die bestaat in Zaïre (thans: Congo geheten). Om realistisch te werk te gaan, hebben wij dit gedaan vanuit het standpunt van de schaduwprijsmethode (Méthode des Prix de Référence, MPR) voor twee praktijkgevallen van projecten die geanalyseerd en gefinancierd werden door de Wereldbank.Na een algemene introductie die voornamelijk de probleemstelling betreft, en na de motieven van het onderzoek en de gevolgde methode, wordt het onderzoekswerk in twee delen opgebouwd: een deel betreffende de theorie (hoofdstuk 1 t/m 4), en een deel over de toepassing (hoofdstuk 5 t/m 9). Hoofdstuk 10 geeft de conclusies van het onderzoek.De theorieHet eerstehoofdstuk is een algemene inleiding, het geeft om te beginnen een idee van wat een project is, zijn analysekader, welke de relaties tussen projecten zijn en met de ontwikkelingsplanning. Verder zijn in dit hoofdstuk drie werkhypotheses opgesteld die achtereenvolgens betrekking hebben:op het ontbreken in Zaïre van voorwaarden die geschikt zijn voor de toepassing van de kosten/baten analysetechnieken,op de zeer beperkte en weinig verspreide kennis van deze technieken, en tenslotteop de voorwaarden waaraan voldaan zouden moeten worden om deze technieken te kunnen toepassen.De evaluatie van projecten vanuit het gezichtspunt van de ondernemer (hoofdstuk 2)Na het onderzoeksterrein omschreven te hebben qua tijd (1978-1990) en qua ruimte (twee agrarisch-industriële projecten in landelijke gebieden), hebben wij de beslissingscriteria van investeringen voor de ondernemer bestudeerd. Twee groepen van criteria zijn bestudeerd, te weten die aangeduid als statische en die als dynamische. Drie statische criteria zijn bestudeerd: de gemiddelde rentabiliteit (Taux Moyen de Rentabilité, TMR), het jaarlijkse percentage van het rendement (TAR) en de eenvoudige terugverdienperiode (Délai de Recupération Simple, DRS).In de tweede groep bestudeerden wij de zogenaamde dynamische criteria: deze onderscheiden zich van de eerstgenoemde door bij de evaluatie rekening te houden met het disconteringsprincipe. Bij deze criteria speelt de tijd een belangrijke rol, overeenkomstig de zegswijze "één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht".De voorwaarden voor aanvaarding of verwerping van een project zijn bestudeerd en uitvoerig besproken voor wat betreft vier dynamische criteria: de interne rentevoet (Taux de Rentabilité Interne, TRI), de netto contante waarde (Valeur Actualisée Nette, VAN), de kosten/baten verhouding (Rapport Bénéfices-Coûts, RBC) en de verhouding tussen netto baten en investeringen.De evaluatie vanuit het gezichtspunt van de gemeenschapDe beschrijving van de basisprincipes, van de rekenwijzen, van zowel de toepassingen als de beperkingen van de twee grote stromingen of benaderingen van economische analyse, namelijk de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (Méthode des Effets, ME), heeft ons een grote hoeveelheid aan theoretische inzichten opgeleverd. * De benadering via de schaduwprijsmethode (MPR) ( hoofdstuk 3 )De studie van de context en van de principes van de MPR heeft ons de beginselen en nadere verfijning duidelijk gemaakt. In tegenstelling tot de financiële analyse, vergelijkt de financiering van een investering vanuit het gezichtspunt van de gemeenschap de kosten en de voordelen die de "echte" "opportunitykosten voor de totale economie weergeven. De MPR omvat, of beter gezegd houdt rekening met de kwantitatieve en niet kwantitatieve aspecten van de gebruikte hulpbronnen (kosten) en van de baten van een project of investeringsprogramma. Oftewel, stellen Kuyvenhoven en Mennes (1988, p.2), de kosten/baten analyse neemt in ogenschouw en vergelijkt systematisch alle kosten en alle baten van een project, ongeacht of die toevallen aan een individu, een onderneming, een sociale groep, een openbare sector of aan het gehele land.Deze principes hebben bij ons enkele vragen opgeroepen: in welke mate kan men van te voren in termen van kosten en baten alle effecten van een project herkennen? Bijvoorbeeld, hoe moet men de effecten van de vervuiling van een fabriek op het milieu vaststellen? Of, hoe moet men de gevolgen van de vervuiling van Tchernobyl van 1986 en van Tokaïmura van 1999 vaststellen? En in de sociale sector, bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs, is het mogelijk om daar de effecten vast te stellen van de verbetering van diensten en zo ja vanuit welk perspectief?Teneinde zich beter rekenschap te geven van de doelmatigheid van deze benadering, zijn enkele gevallen van praktische toepassingen door de Wereldbank over de hele wereld geïnventariseerd. Hierbij zij opgemerkt dat de Wereldbank en de internationale gemeenschap in 1990 de African Capacity Building Initiative (ACBI) hebben opgezet om de verstoorde evenwichten in de Afrikaanse landen te herstellen.Maar de MPR blijft veeleisend voor wat betreft betrouwbare en consistente statistische gegevens, iets waarover veel ontwikkelingslanden, waaronder Zaïre, niet beschikken, tenminste op het ogenblik niet. * De benadering via de effectenmethode (ME) ( hoofdstuk 4 )Volgens deze benadering van economische analyse wordt de bijdrage van een project bepaald door de toegevoegde waarde gecreëerd door haar effecten van begin tot eind in de productieketen, en op alle niveaus en in alle sectoren van het land. Bij de bestudering van de "basistechnieken en -hypotheses" hebben wij gemerkt dat voor wat betreft de toepassing, ook de ME een aanzienlijke hoeveelheid cijfermatige gegevens eist, zowel van economische functionarissen op nationaal niveau, als van ondernemingen, en zelfs van huishoudens.Een zwak punt van de ME is dat zij onderdeel is van een planningsproces waarbij de economische berekeningen de weg dienen te wijzen in de besluitvorming. Toch is de overheid in de ontwikkelingslanden (i.h.a.) weinig betrouwbaar: de plannen zelf, voorzover ze al bestaan, zijn veelal slecht geformuleerd en worden nooit gerealiseerd.Een vergelijking van de twee benaderingen die hier bestudeerd werden laat zien dat ondanks hun verschillen, zij dezelfde doelen nastreven, maar op verschillende manieren: de schaduwprijzen voor de MPR en de marktprijzen voor de ME. De vergelijking heeft desalniettemin aangetoond dat de degelijke theoretische principes van de MPR kunnen leiden tot verstandige investeringskeuzes voor het land.De toepassingDe agrarische sector van Zaïre (hoofdstuk 5)Om al deze theorieën in een reële context te plaatsen, hebben wij de verschillende aspecten van de agrarische Zaïrese sector, wiens potentieel onbetwistbaar is, onderzocht. Na presentatie van de voornaamste gegevens over de agrarische sector (waarin zo'n 70% van de bevolking een bestaan vindt), hebben wij de twee typen van landbouw die bedreven worden in Zaïre beschreven, te weten de traditionele landbouw en de moderne landbouw.Verscheidene zaken karakteriseren de traditionele landbouw: de omvang van de factor arbeid en van de oppervlakte gecultiveerde grond op het totaal van het hele land; de geringe opbrengsten per hectare; de grootte van het familiebedrijf die de 1,5 ha. niet overschrijdt; de lange duur van braaklegging; en de overheersing van voedingsgewassen voor eigen verbruik. Een kort onderzoek naar de ontwikkeling van deze landbouw maakt duidelijk dat ze in continu verval is sinds het onafhankelijk worden van het land in 1960.De moderne landbouw, bedreven op ongeveer 2 miljoen ha, onderscheidt zich van de traditionele landbouw door moderne exploitatie- en managementtechnieken, hetgeen het belang verklaart van het kapitaal dat hierin door de eigenaren is geïnvesteerd. Zij is voornamelijk gebaseerd op exportgewassen: koffie, katoen, palmolie, cacao, etc.Over de door de overheid gevolgde landbouwpolitiek en -strategie kan men zich terecht een groot aantal vragen stellen, evenals over de aangewende instrumenten (zie Shapiro en Tollens, 1992, pag.129-141).In de bijzonder gecompliceerde agrarische context van Zaïre beschikt men niet over de geschikte menselijke en materiële middelen om zodanig betrouwbare statistische gegevens te verzamelen en te verwerken dat er betrouwbare projectevaluaties mee te maken zijn.De projecten betreffende suikerriet en oliepalm (hoofdstuk 6)Dit hoofdstuk gaat over de presentatie alsook over de lokalisatie van de twee projecten aangemerkt als casestudies, dat van het suikerriet en dat van de oliepalm. De twee projecten zijn gefinancierd door de Internationale Ontwikkelingsassociatie van de Wereldbankgroep (IDA), de eerste in cofinanciering met het Franse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de tweede met cofinanciering van de Afrikaanse Bank van Ontwikkeling (ADB) en de Arabische Bank voor Economische Ontwikkeling in Afrika (BADEA).De sub-sector suiker: de twee industriële suikerrietplantages bevinden zich in Kwilungongo (op 175 km van Kinshasa) en in Kiliba (Zuid-Kivu). Vóór de financiering van het project van de Compagnie Sucrière (CS) was de productie in de twee bedrijven kleiner dan de jaarlijkse behoefte van het land: de productie bijvoorbeeld in de periode 1976-79 was ongeveer 50.000 ton, terwijl de jaarlijkse behoeften van het land lagen op ongeveer 100.000 ton (Ministerie van Landbouw, 1988, pag. 21).De sub-sector oliepalm: alhoewel de oliepalmteelt wijd verspreid is over het hele land, dragen slechts vier regio's in belangrijke mate bij aan de industriële teelt en productie. De Maatschappij Plantages Lever van Zaïre (PLZ), die bestudeerd wordt in dit boek, is de belangrijkste van alle industriële maatschappijen, met een palmolieproductie van ongeveer 50% van het totaal van de industriële oliepalm productie van het land. Ook in deze sub-sector is de productie sterk afgenomen: bijvoorbeeld van ongeveer 170.000 ton in 1970 naar ongeveer 145.000 ton in 1975 in de periode van studie.De financiering van de twee projecten beoogde ondermeer productiegroei, het scheppen van arbeidsplaatsen, rehabilitatie van de productie-eenheden, scholing, aanschaf van nieuwe machines en sociale infrastructuur, teneinde de levensomstandigheden van de werknemers en van de omwonende bevolkingsgroepen te verbeteren.In beide gevallen hebben wij geconstateerd dat de prijzen niet waren vastgesteld volgens de wet van vraag en aanbod; ze waren zonder meer vastgesteld door de regering, hetgeen iedere concurrentie uitsloot. Een vergelijking heeft aangetoond dat de productiekosten van een ton suiker in Zaïre tot de hoogste van het Afrikaanse continent behoren (Wereldbankrapport, 1985, pag. 12).Als men al deze feiten in ogenschouw neemt, zou men zich kunnen afvragen waarmee de resultaten van een economische analyse die uitgevoerd zou zijn volgens de methodologische principes zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 zouden overeenkomen als:het referentiekader van een project onduidelijk is enals de inmengingen van de regering de werking van de marktwetten verstoren?De boekhoudkundige en financiële analyse van het suikerrietproject (hoofdstuk 7)In hoofdstuk 7 hebben we getracht enkele boekhoudkundige en financiële aspecten te bestuderen van het suikerrietproject waarvoor bepaalde becijferde informatie beschikbaar was.Ons doel was tweevoudig: aan de ene kant bepaalde boekhoudkundige en financiële aspecten onderzoeken die onbestudeerd waren gebleven bij de evaluatie van het project en, aan de andere kant, de voorspelde resultaten vergelijken met de daadwerkelijk bereikte resultaten. Daartoe hebben wij gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens over de voorcalculatie en de voorlopige balansen, maar ook van de werkelijke balansen van de vijf opeenvolgende jaren. Om een idee te krijgen over de financiële situatie van de CS na de financiering, hebben we drie ratiogroepen bestudeerd, te weten:de ratio van liquiditeit,de ratio van financiële autonomie ende ratio van de financiering van de duurzame activa.De boekhoudkundige en financiële analyse was nodig, want zij heeft aangetoond dat in veel gevallen het ten tijde van de projectevaluatie uitgevoerde onderzoek onvolledig was; zo werden bepaalde boekhoudkundige principes niet in acht genomen, bijvoorbeeld de berekening van de afschrijvingen, het niet uitkeren van het dividend, het in aanmerking nemen van de waarde van de duurzame activa. Op het financiële vlak hebben we geconstateerd dat geen rekening is gehouden met werkkapitaal en met andere relevante ratio's, die het mogelijk maken het financieel evenwicht van het bedrijf te beoordelen.De resultaten hebben aangetoond dat de onderneming het hoofd boven water heeft kunnen houden dankzij buitenlands kapitaal en dat haar ratio van onafhankelijkheid gedurende de in aanmerking genomen periode (1988-1992) kleiner is gebleven dan 1,0. De kosten van de koersverschillen volgend op de omzetting van de leningen in deviezen tegen de wisselkoers van de dag hebben gezorgd voor een ernstig gebrek aan geldmiddelen en heeft de maatschappij genoopt tot het niet nakomen van haar betalingsverplichtingen.Voor wat betreft de vergelijking tussen de voorspelde versus de daadwerkelijk behaalde financiële resultaten hebben wij tamelijk grote verschillen geconstateerd, met name wat betreft de bijdrage van het project aan de staatsbegroting en wat betreft het handhaven van het financieel evenwicht dat bij de evaluatie vooraf was aangenomen.Ondanks de financiële moeilijkheden die we zonet beschreven hebben, heeft studie van de financiële resultaten van het project aangetoond dat de Wereldbank de enige begunstiger van het project was. Deze bank heeft de facto haar totale lening, de achterstallige rente, en de rente op rente ingevorderd, zoals aangegeven is in het volgende hoofdstuk.De sociaal-economische analyse van de twee projecten (hoofdstuk 8)Gebaseerd op verscheidene statistische gegevens heeft hoofdstuk 8 nogal belangrijke informatie verschaft, die ons inziens de gesignaleerde problemen bevestigen.De resultaten van de vooraf uitgevoerde berekeningen laten een positieve rentevoet zien: 17,5% voor het project van de CS (bureau van uitvoering), en 16% voor het project van de PLZ (bureau van uitvoering).Na de realisatie van de twee projecten laat de achteraf uitgevoerde ex post evaluatie hiervan de duidelijk negatieve economische resultaten zien ten opzichte van de voorspellingen: - 8% economische rentabiliteit voor de CS, tegen ongeveer één economische rentabiliteit van 5% voor de PLZ (Afrondingsrapporten, 1991, pag.8 en 13).Herhaaldelijk zijn er veranderingen ingevoerd en zijn verplichtingen niet nagekomen, zodat de uitgevoerde projecten niet meer overeen kwamen met de aanvankelijk beoordeelde projecten. Zo zijn bijvoorbeeld in het geval van het project van de CS, de clausules over de voldoende toewijzing van deviezen en de prijscorrecties van de suiker niet in acht genomen en is er geen enkel proefproject voor de verbetering van de levensomstandigheden van de plaatselijke bevolking uitgevoerd.In het geval van het project van de PLZ waren er eveneens verscheidene veranderingen (vermeld in punt 8.3.1., zoals wijzigingen in de Investeringscode; de overeenkomsten tussen de SOFIDE en de palmoliemaatschappijen) aangebracht, hetzij als opheffingen, hetzij als toevoegingen aan het oorspronkelijk ontwerp. De regering en de Nationale Bank hebben op hun beurt tegengewerkt, de ene in het kader van de Investeringscode, en de andere aangaande de toewijzing van deviezen (hoofdstuk 5).Een ander maar evenzo opvallend punt is dat om diverse redenen in geen van de twee gevallen men zich ooit aan het uitvoeringsschema gehouden heeft: het project van de CS heeft een termijnoverschrijding van twee jaar en vijf maanden gekend, terwijl dat van de PLZ een vertraging vermeldde van twee en een half jaar op een totaal van 20 jaar.Gedurende deze vertraging ging de economische en financiële situatie aldoor maar achteruit, zodat het merendeel van de tijdens de evaluatie verkregen gegevens veranderd waren, zoals wij dit ook signaleerden aan het begin van deze studie.Beter gezegd, de problemen hebben zich voorgedaan in alle projectfasen, van voorbereiding tot afronding, zegt de Wereldbank (Afrondingsrapport, 1991, pag. 1-8).Wat betreft de toepassing van de methodologische voorschriften bij de onderzochte gevallen hebben we opgemerkt dat de analisten dan wel de experts van de Wereldbank bijvoorbeeld de schaduwprijzen van de deviezen of de productiekosten van de producten uit de losse pols bepaald hebben. De schaduwprijs van arbeid is evenmin berekend; we veronderstellen dat deze is vastgesteld op basis van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De enige uitgevoerde economische berekeningen waren die van de interne rentevoet (TRI).Ook hier zijn de voordelen overschat, doordat men over het hoofd heeft gezien dat:de prijzen van de betrokken producten gecontroleerd en vastgesteld door de regering waren op kunstmatig lage niveaus,de gehanteerde productiekosten slechts ruwe schattingen waren vanwege het gemis van een analytische boekhouding enhet land grote en veelvuldig optredende inflatoire bewegingen kende, hetgeen gepaard ging met devaluatie. Onze eigen rentabiliteitsberekeningen (zie annex), deels gebaseerd op de wereldprijzen van suiker zoals die verschaft zijn door de Wereldbank, hebben enigszins andere uitkomsten gegeven dan die afkomstig van het evaluatieonderzoek.Om de kosten te bepalen van de deviezen die uitgespaard zouden worden in het kader van het project (een van de doelen nagestreefd door de CS), hebben we de berekeningen toegepast van de interne wisselkoers oftewel de test van Bruno volgens de methodologie van Gittinger (1982, pag.419). De geactualiseerde resultaten (tabel 8.5 en 8.6) hebben aangetoond dat de interne wisselkoers bijna nul zou zijn; het project heeft dus geen deviezenbesparing opgeleverd.De toepassing van de kosten-batenanalyse en de uitvoering van projecten door de ondernemingen in het sociaal-economische milieu van Zaïre (hoofdstuk 9).De verschillende empirische feiten die in de voorgaande hoofdstukken verzameld zijn, tonen aan dat de uitvoering van een project beïnvloed wordt door diverse factoren die onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn. Noch de beslissing om een project uit te voeren, noch haar resultaten zijn niet alleen de daad van een simpele rentabiliteitssom, maar veeleer de bijdrage van een combinatie van menselijke, sociale, economische, financiële, technische en culturele factoren en van de nationale en mondiale conjunctuur, van het nationale beleid, etc.Met het oog op de samenhang tussen al deze zaken, hebben wij een vragenlijst opgesteld, die zowel open als beperkt is. Open, in de zin dat het formulier verscheidene zaken aansnijdt die betrekking hebben op meerdere aspecten van een project; beperkt, omdat hij bedoeld is voor een kleine steekproef: de twee bezochte ondernemingen en de Ministeries van Planning en die van Financiën.Het vragenformulier was dus gewijd aan de methodologische procedures, van het beheren of van het uitvoeren van de projecten, van het sociaal-economische milieu, van het regeringsbeleid, van de ex-post controle, en aan de betrokkenheid van de regering bij de ontwikkeling van de projecten.De antwoorden op de vragenlijst hebben ons veel inzicht gegeven; op praktisch alle niveaus: van de Wereldbank, van de regering en van de ondernemingen.De bijdrage en de conclusies van het onderzoek (hoofdstuk 10)Het empirisch onderzoekswerk uitgevoerd in het kader van deze studie, werd in twee delen gesplitst. Het eerste deel heeft zich gebogen over de theoretische principes van de economische analysetechnieken van investeringsprojecten. In dit deel hebben we de principes van de twee grote economische benaderingen onderzocht: de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (ME). Het tweede deel van de studie werd gewijd aan de praktische aspecten van de toepasbaarheid van een van deze benaderingen, namelijk de MPR, door de Wereldbank in twee concrete gevallen. Het gaat om twee door dit orgaan gefinancierde projecten waarvoor bepaalde gegevens beschikbaar waren.Door de theoretische principes te confronteren met de werkelijkheid van een land als Zaïre heeft ons onderzoek vastgesteld dat er talrijke voorwaarden bestaan voor de toepassing van de methodologische principes, en dit op alle niveaus,Wat wij hier te zeggen hebben richt zich hoofdzakelijk op twee punten. Het eerste punt is een poging achteraf te verklaren wat zich in de twee bestudeerde gevallen echt heeft voorgedaan. Het tweede punt, nauw verwant aan het eerste, is een geheel aan voorstellen tot herstructureren en herformuleren, en wel op de drie niveaus die hieronder worden genoemd.Op het niveau van de Wereldbank: De meningsverschillen encontroversen over bepaalde aspecten van de analysemethode van de schaduwprijsmethode (MPR) ten spijt, betwist geen enkele verstandige econoom de geldigheid van de basisprincipes van deze benadering. Wij verwijzen naar de discussie over het probleem van de discontovoet dat aangepast is aan de tijd (Livingstone en Tribe, 1996, pag. 66), als mede naar de moeilijkheid om de omvang te schatten van de effecten die een project zal hebben op het welzijn van personen in de tijd (Mishan, 1993, pag.140); tenslotte is ook het kwantificeren van alle consequenties van een project een moeilijke zaak. De samenhang van de theoretische principes van de MPR toont aan dat als de nodige onderzoeken correct uitgevoerd worden en als aan de gevraagde toepassingsvoorwaarden wordt voldaan, het mogelijk is om de nagestreefde resultaten te bereiken.Dit brengt ons ertoe te beweren dat het merendeel van de problemen bij het ontwerpen van de projecten, (zie tabel 10.1), zijn toe te schrijven aan de experts van de Wereldbank die, zoals men in deze studie heeft gezien, de studies en schattingen van kosten en baten niet voldoende uitgediept hebben.MacMillan (1991, pag. 75-76), verklaart echter dat de Wereldbank algemeen .. zelf heeft ingezien dat in het merendeel van de gevallen, de "ontwerpproblemen" de belangrijkste oorzaak zijn van het onvoldoende presteren en het mislukken van projecten. We hebben vijf typen problemen geïnventariseerd; voorstellen tot aanpak van deze problemen zijn vermeld in tabel 10.1.Om elke betrokken partij in staat te stellen de obstakels te herkennen die een goed verloop van een project in de weg staan, alsook het herkennen van de behaalde vooruitgang door middel van bepaalde indicatoren en de verantwoordelijkheden vast te stellen op elk niveau, stelt deze studie voor dat de Wereldbank de zogenaamde "integrale aanpak van projectbeheer", wel bekend onder de benaming van "logical framework" introduceert. Dit instrument, ontwikkeld door de Europese Unie (1993), wordt toegepast door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BAD). Akroyd (1995, pag. 210), bevestigt de doelmatigheid daarvan in concrete toepassingen in Zimbabwe, Malawi en Egypte.Op het niveau van de ondernemingen, is de voornaamste bijdrage van deze studie zonder enige twijfel de inhoud van de enquête. Het formulier heeft bestaan uit verscheidene thema's die betrekking hebben op de verschillende aspecten van het project; op het sociale economische en financiële milieu waarin de uitvoering van het project gesitueerd is; op de relaties tussen de bedrijven en de regering; op de strategische acties van de ondernemingen ten tijde van crises; op de relaties tussen de ondernemingen en de Wereldbank, kortom op alles wat direct of indirect zou kunnen bijdragen tot het succes of tot het fiasco van een project. Het formulier heeft tenslotte de bedrijven in staat gesteld om concrete voorstellen te doen i) aan de regering en ii) aan de Wereldbank met wie zij samenwerkten om het project tot een goed einde te brengen.Hoewel zij tot nu toe beperkt is gebleven tot twee ondernemingen, zou de vragenlijst als referentie kunnen dienen voor andere bedrijven bij de uitwerking, de uitvoering en de follow-up van een project.Op het niveau van de regering, - door de ondernemingen aangewezen als bron van hun ellende - vragen wij een positieve reactie op de navolgende observatie: projecten functioneren goed als het beleid en de instellingen goed zijn (Wereldbank, 1999, pag.15). De voorstellen die wij aanprijzen, hebben in de bestudeerde gevallen betrekking op de als bottleneck blootgelegde problemen.Het gaat met name over een gebrek aan betrokkenheid van regeringszijde, over de tekortkomingen van het macro-economische beleid, over onvoldoende fondsen, en over de ondoeltreffendheid van het overheidsapparaat.Laten wij tot slot van deze studie zeggen, dat de toepassing van de door ons op ieder niveau gedane eenvoudige en bescheiden voorstellen, niet automatisch een betere gang van zaken oplevert. Integendeel, onze voorstellen botsen met de slechte en vastgeroeste praktijken, praktijken die door geen enkel uitwerking- en uitvoeringsschema van projecten, hoe geavanceerd ook, automatisch kunnen worden gecorrigeerd. Ons scenario van de voorstellen - en wij zijn ons daar bewust van - botst met de belangen van de machthebbers van de natie - gedurende de studie periode. Alleen door mentaliteit - en gedragsveranderingen in alle geledingen van de maatschappij kan de gewenste situatie bereikt worden.Nadere informatieBent u geïnteresseerd in het gehele proefschrift dan kunt u contact opnemen met Raphael Musampa , Voerakker 12, 6713 SN EDE, +31 318 416257 of met de leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid, Wageningen Universiteit, Hollandseweg 1, Wageningen, +31 317 484049.

AB - De bedoeling van dit onderzoek is het toetsen van de toepasbaarheid van de methodologische principes van economische projectanalyse in de politieke, economische en financiële context zoals die bestaat in Zaïre (thans: Congo geheten). Om realistisch te werk te gaan, hebben wij dit gedaan vanuit het standpunt van de schaduwprijsmethode (Méthode des Prix de Référence, MPR) voor twee praktijkgevallen van projecten die geanalyseerd en gefinancierd werden door de Wereldbank.Na een algemene introductie die voornamelijk de probleemstelling betreft, en na de motieven van het onderzoek en de gevolgde methode, wordt het onderzoekswerk in twee delen opgebouwd: een deel betreffende de theorie (hoofdstuk 1 t/m 4), en een deel over de toepassing (hoofdstuk 5 t/m 9). Hoofdstuk 10 geeft de conclusies van het onderzoek.De theorieHet eerstehoofdstuk is een algemene inleiding, het geeft om te beginnen een idee van wat een project is, zijn analysekader, welke de relaties tussen projecten zijn en met de ontwikkelingsplanning. Verder zijn in dit hoofdstuk drie werkhypotheses opgesteld die achtereenvolgens betrekking hebben:op het ontbreken in Zaïre van voorwaarden die geschikt zijn voor de toepassing van de kosten/baten analysetechnieken,op de zeer beperkte en weinig verspreide kennis van deze technieken, en tenslotteop de voorwaarden waaraan voldaan zouden moeten worden om deze technieken te kunnen toepassen.De evaluatie van projecten vanuit het gezichtspunt van de ondernemer (hoofdstuk 2)Na het onderzoeksterrein omschreven te hebben qua tijd (1978-1990) en qua ruimte (twee agrarisch-industriële projecten in landelijke gebieden), hebben wij de beslissingscriteria van investeringen voor de ondernemer bestudeerd. Twee groepen van criteria zijn bestudeerd, te weten die aangeduid als statische en die als dynamische. Drie statische criteria zijn bestudeerd: de gemiddelde rentabiliteit (Taux Moyen de Rentabilité, TMR), het jaarlijkse percentage van het rendement (TAR) en de eenvoudige terugverdienperiode (Délai de Recupération Simple, DRS).In de tweede groep bestudeerden wij de zogenaamde dynamische criteria: deze onderscheiden zich van de eerstgenoemde door bij de evaluatie rekening te houden met het disconteringsprincipe. Bij deze criteria speelt de tijd een belangrijke rol, overeenkomstig de zegswijze "één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht".De voorwaarden voor aanvaarding of verwerping van een project zijn bestudeerd en uitvoerig besproken voor wat betreft vier dynamische criteria: de interne rentevoet (Taux de Rentabilité Interne, TRI), de netto contante waarde (Valeur Actualisée Nette, VAN), de kosten/baten verhouding (Rapport Bénéfices-Coûts, RBC) en de verhouding tussen netto baten en investeringen.De evaluatie vanuit het gezichtspunt van de gemeenschapDe beschrijving van de basisprincipes, van de rekenwijzen, van zowel de toepassingen als de beperkingen van de twee grote stromingen of benaderingen van economische analyse, namelijk de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (Méthode des Effets, ME), heeft ons een grote hoeveelheid aan theoretische inzichten opgeleverd. * De benadering via de schaduwprijsmethode (MPR) ( hoofdstuk 3 )De studie van de context en van de principes van de MPR heeft ons de beginselen en nadere verfijning duidelijk gemaakt. In tegenstelling tot de financiële analyse, vergelijkt de financiering van een investering vanuit het gezichtspunt van de gemeenschap de kosten en de voordelen die de "echte" "opportunitykosten voor de totale economie weergeven. De MPR omvat, of beter gezegd houdt rekening met de kwantitatieve en niet kwantitatieve aspecten van de gebruikte hulpbronnen (kosten) en van de baten van een project of investeringsprogramma. Oftewel, stellen Kuyvenhoven en Mennes (1988, p.2), de kosten/baten analyse neemt in ogenschouw en vergelijkt systematisch alle kosten en alle baten van een project, ongeacht of die toevallen aan een individu, een onderneming, een sociale groep, een openbare sector of aan het gehele land.Deze principes hebben bij ons enkele vragen opgeroepen: in welke mate kan men van te voren in termen van kosten en baten alle effecten van een project herkennen? Bijvoorbeeld, hoe moet men de effecten van de vervuiling van een fabriek op het milieu vaststellen? Of, hoe moet men de gevolgen van de vervuiling van Tchernobyl van 1986 en van Tokaïmura van 1999 vaststellen? En in de sociale sector, bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs, is het mogelijk om daar de effecten vast te stellen van de verbetering van diensten en zo ja vanuit welk perspectief?Teneinde zich beter rekenschap te geven van de doelmatigheid van deze benadering, zijn enkele gevallen van praktische toepassingen door de Wereldbank over de hele wereld geïnventariseerd. Hierbij zij opgemerkt dat de Wereldbank en de internationale gemeenschap in 1990 de African Capacity Building Initiative (ACBI) hebben opgezet om de verstoorde evenwichten in de Afrikaanse landen te herstellen.Maar de MPR blijft veeleisend voor wat betreft betrouwbare en consistente statistische gegevens, iets waarover veel ontwikkelingslanden, waaronder Zaïre, niet beschikken, tenminste op het ogenblik niet. * De benadering via de effectenmethode (ME) ( hoofdstuk 4 )Volgens deze benadering van economische analyse wordt de bijdrage van een project bepaald door de toegevoegde waarde gecreëerd door haar effecten van begin tot eind in de productieketen, en op alle niveaus en in alle sectoren van het land. Bij de bestudering van de "basistechnieken en -hypotheses" hebben wij gemerkt dat voor wat betreft de toepassing, ook de ME een aanzienlijke hoeveelheid cijfermatige gegevens eist, zowel van economische functionarissen op nationaal niveau, als van ondernemingen, en zelfs van huishoudens.Een zwak punt van de ME is dat zij onderdeel is van een planningsproces waarbij de economische berekeningen de weg dienen te wijzen in de besluitvorming. Toch is de overheid in de ontwikkelingslanden (i.h.a.) weinig betrouwbaar: de plannen zelf, voorzover ze al bestaan, zijn veelal slecht geformuleerd en worden nooit gerealiseerd.Een vergelijking van de twee benaderingen die hier bestudeerd werden laat zien dat ondanks hun verschillen, zij dezelfde doelen nastreven, maar op verschillende manieren: de schaduwprijzen voor de MPR en de marktprijzen voor de ME. De vergelijking heeft desalniettemin aangetoond dat de degelijke theoretische principes van de MPR kunnen leiden tot verstandige investeringskeuzes voor het land.De toepassingDe agrarische sector van Zaïre (hoofdstuk 5)Om al deze theorieën in een reële context te plaatsen, hebben wij de verschillende aspecten van de agrarische Zaïrese sector, wiens potentieel onbetwistbaar is, onderzocht. Na presentatie van de voornaamste gegevens over de agrarische sector (waarin zo'n 70% van de bevolking een bestaan vindt), hebben wij de twee typen van landbouw die bedreven worden in Zaïre beschreven, te weten de traditionele landbouw en de moderne landbouw.Verscheidene zaken karakteriseren de traditionele landbouw: de omvang van de factor arbeid en van de oppervlakte gecultiveerde grond op het totaal van het hele land; de geringe opbrengsten per hectare; de grootte van het familiebedrijf die de 1,5 ha. niet overschrijdt; de lange duur van braaklegging; en de overheersing van voedingsgewassen voor eigen verbruik. Een kort onderzoek naar de ontwikkeling van deze landbouw maakt duidelijk dat ze in continu verval is sinds het onafhankelijk worden van het land in 1960.De moderne landbouw, bedreven op ongeveer 2 miljoen ha, onderscheidt zich van de traditionele landbouw door moderne exploitatie- en managementtechnieken, hetgeen het belang verklaart van het kapitaal dat hierin door de eigenaren is geïnvesteerd. Zij is voornamelijk gebaseerd op exportgewassen: koffie, katoen, palmolie, cacao, etc.Over de door de overheid gevolgde landbouwpolitiek en -strategie kan men zich terecht een groot aantal vragen stellen, evenals over de aangewende instrumenten (zie Shapiro en Tollens, 1992, pag.129-141).In de bijzonder gecompliceerde agrarische context van Zaïre beschikt men niet over de geschikte menselijke en materiële middelen om zodanig betrouwbare statistische gegevens te verzamelen en te verwerken dat er betrouwbare projectevaluaties mee te maken zijn.De projecten betreffende suikerriet en oliepalm (hoofdstuk 6)Dit hoofdstuk gaat over de presentatie alsook over de lokalisatie van de twee projecten aangemerkt als casestudies, dat van het suikerriet en dat van de oliepalm. De twee projecten zijn gefinancierd door de Internationale Ontwikkelingsassociatie van de Wereldbankgroep (IDA), de eerste in cofinanciering met het Franse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, de tweede met cofinanciering van de Afrikaanse Bank van Ontwikkeling (ADB) en de Arabische Bank voor Economische Ontwikkeling in Afrika (BADEA).De sub-sector suiker: de twee industriële suikerrietplantages bevinden zich in Kwilungongo (op 175 km van Kinshasa) en in Kiliba (Zuid-Kivu). Vóór de financiering van het project van de Compagnie Sucrière (CS) was de productie in de twee bedrijven kleiner dan de jaarlijkse behoefte van het land: de productie bijvoorbeeld in de periode 1976-79 was ongeveer 50.000 ton, terwijl de jaarlijkse behoeften van het land lagen op ongeveer 100.000 ton (Ministerie van Landbouw, 1988, pag. 21).De sub-sector oliepalm: alhoewel de oliepalmteelt wijd verspreid is over het hele land, dragen slechts vier regio's in belangrijke mate bij aan de industriële teelt en productie. De Maatschappij Plantages Lever van Zaïre (PLZ), die bestudeerd wordt in dit boek, is de belangrijkste van alle industriële maatschappijen, met een palmolieproductie van ongeveer 50% van het totaal van de industriële oliepalm productie van het land. Ook in deze sub-sector is de productie sterk afgenomen: bijvoorbeeld van ongeveer 170.000 ton in 1970 naar ongeveer 145.000 ton in 1975 in de periode van studie.De financiering van de twee projecten beoogde ondermeer productiegroei, het scheppen van arbeidsplaatsen, rehabilitatie van de productie-eenheden, scholing, aanschaf van nieuwe machines en sociale infrastructuur, teneinde de levensomstandigheden van de werknemers en van de omwonende bevolkingsgroepen te verbeteren.In beide gevallen hebben wij geconstateerd dat de prijzen niet waren vastgesteld volgens de wet van vraag en aanbod; ze waren zonder meer vastgesteld door de regering, hetgeen iedere concurrentie uitsloot. Een vergelijking heeft aangetoond dat de productiekosten van een ton suiker in Zaïre tot de hoogste van het Afrikaanse continent behoren (Wereldbankrapport, 1985, pag. 12).Als men al deze feiten in ogenschouw neemt, zou men zich kunnen afvragen waarmee de resultaten van een economische analyse die uitgevoerd zou zijn volgens de methodologische principes zoals beschreven in hoofdstuk 3 en 4 zouden overeenkomen als:het referentiekader van een project onduidelijk is enals de inmengingen van de regering de werking van de marktwetten verstoren?De boekhoudkundige en financiële analyse van het suikerrietproject (hoofdstuk 7)In hoofdstuk 7 hebben we getracht enkele boekhoudkundige en financiële aspecten te bestuderen van het suikerrietproject waarvoor bepaalde becijferde informatie beschikbaar was.Ons doel was tweevoudig: aan de ene kant bepaalde boekhoudkundige en financiële aspecten onderzoeken die onbestudeerd waren gebleven bij de evaluatie van het project en, aan de andere kant, de voorspelde resultaten vergelijken met de daadwerkelijk bereikte resultaten. Daartoe hebben wij gebruik gemaakt van de bedrijfsgegevens over de voorcalculatie en de voorlopige balansen, maar ook van de werkelijke balansen van de vijf opeenvolgende jaren. Om een idee te krijgen over de financiële situatie van de CS na de financiering, hebben we drie ratiogroepen bestudeerd, te weten:de ratio van liquiditeit,de ratio van financiële autonomie ende ratio van de financiering van de duurzame activa.De boekhoudkundige en financiële analyse was nodig, want zij heeft aangetoond dat in veel gevallen het ten tijde van de projectevaluatie uitgevoerde onderzoek onvolledig was; zo werden bepaalde boekhoudkundige principes niet in acht genomen, bijvoorbeeld de berekening van de afschrijvingen, het niet uitkeren van het dividend, het in aanmerking nemen van de waarde van de duurzame activa. Op het financiële vlak hebben we geconstateerd dat geen rekening is gehouden met werkkapitaal en met andere relevante ratio's, die het mogelijk maken het financieel evenwicht van het bedrijf te beoordelen.De resultaten hebben aangetoond dat de onderneming het hoofd boven water heeft kunnen houden dankzij buitenlands kapitaal en dat haar ratio van onafhankelijkheid gedurende de in aanmerking genomen periode (1988-1992) kleiner is gebleven dan 1,0. De kosten van de koersverschillen volgend op de omzetting van de leningen in deviezen tegen de wisselkoers van de dag hebben gezorgd voor een ernstig gebrek aan geldmiddelen en heeft de maatschappij genoopt tot het niet nakomen van haar betalingsverplichtingen.Voor wat betreft de vergelijking tussen de voorspelde versus de daadwerkelijk behaalde financiële resultaten hebben wij tamelijk grote verschillen geconstateerd, met name wat betreft de bijdrage van het project aan de staatsbegroting en wat betreft het handhaven van het financieel evenwicht dat bij de evaluatie vooraf was aangenomen.Ondanks de financiële moeilijkheden die we zonet beschreven hebben, heeft studie van de financiële resultaten van het project aangetoond dat de Wereldbank de enige begunstiger van het project was. Deze bank heeft de facto haar totale lening, de achterstallige rente, en de rente op rente ingevorderd, zoals aangegeven is in het volgende hoofdstuk.De sociaal-economische analyse van de twee projecten (hoofdstuk 8)Gebaseerd op verscheidene statistische gegevens heeft hoofdstuk 8 nogal belangrijke informatie verschaft, die ons inziens de gesignaleerde problemen bevestigen.De resultaten van de vooraf uitgevoerde berekeningen laten een positieve rentevoet zien: 17,5% voor het project van de CS (bureau van uitvoering), en 16% voor het project van de PLZ (bureau van uitvoering).Na de realisatie van de twee projecten laat de achteraf uitgevoerde ex post evaluatie hiervan de duidelijk negatieve economische resultaten zien ten opzichte van de voorspellingen: - 8% economische rentabiliteit voor de CS, tegen ongeveer één economische rentabiliteit van 5% voor de PLZ (Afrondingsrapporten, 1991, pag.8 en 13).Herhaaldelijk zijn er veranderingen ingevoerd en zijn verplichtingen niet nagekomen, zodat de uitgevoerde projecten niet meer overeen kwamen met de aanvankelijk beoordeelde projecten. Zo zijn bijvoorbeeld in het geval van het project van de CS, de clausules over de voldoende toewijzing van deviezen en de prijscorrecties van de suiker niet in acht genomen en is er geen enkel proefproject voor de verbetering van de levensomstandigheden van de plaatselijke bevolking uitgevoerd.In het geval van het project van de PLZ waren er eveneens verscheidene veranderingen (vermeld in punt 8.3.1., zoals wijzigingen in de Investeringscode; de overeenkomsten tussen de SOFIDE en de palmoliemaatschappijen) aangebracht, hetzij als opheffingen, hetzij als toevoegingen aan het oorspronkelijk ontwerp. De regering en de Nationale Bank hebben op hun beurt tegengewerkt, de ene in het kader van de Investeringscode, en de andere aangaande de toewijzing van deviezen (hoofdstuk 5).Een ander maar evenzo opvallend punt is dat om diverse redenen in geen van de twee gevallen men zich ooit aan het uitvoeringsschema gehouden heeft: het project van de CS heeft een termijnoverschrijding van twee jaar en vijf maanden gekend, terwijl dat van de PLZ een vertraging vermeldde van twee en een half jaar op een totaal van 20 jaar.Gedurende deze vertraging ging de economische en financiële situatie aldoor maar achteruit, zodat het merendeel van de tijdens de evaluatie verkregen gegevens veranderd waren, zoals wij dit ook signaleerden aan het begin van deze studie.Beter gezegd, de problemen hebben zich voorgedaan in alle projectfasen, van voorbereiding tot afronding, zegt de Wereldbank (Afrondingsrapport, 1991, pag. 1-8).Wat betreft de toepassing van de methodologische voorschriften bij de onderzochte gevallen hebben we opgemerkt dat de analisten dan wel de experts van de Wereldbank bijvoorbeeld de schaduwprijzen van de deviezen of de productiekosten van de producten uit de losse pols bepaald hebben. De schaduwprijs van arbeid is evenmin berekend; we veronderstellen dat deze is vastgesteld op basis van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De enige uitgevoerde economische berekeningen waren die van de interne rentevoet (TRI).Ook hier zijn de voordelen overschat, doordat men over het hoofd heeft gezien dat:de prijzen van de betrokken producten gecontroleerd en vastgesteld door de regering waren op kunstmatig lage niveaus,de gehanteerde productiekosten slechts ruwe schattingen waren vanwege het gemis van een analytische boekhouding enhet land grote en veelvuldig optredende inflatoire bewegingen kende, hetgeen gepaard ging met devaluatie. Onze eigen rentabiliteitsberekeningen (zie annex), deels gebaseerd op de wereldprijzen van suiker zoals die verschaft zijn door de Wereldbank, hebben enigszins andere uitkomsten gegeven dan die afkomstig van het evaluatieonderzoek.Om de kosten te bepalen van de deviezen die uitgespaard zouden worden in het kader van het project (een van de doelen nagestreefd door de CS), hebben we de berekeningen toegepast van de interne wisselkoers oftewel de test van Bruno volgens de methodologie van Gittinger (1982, pag.419). De geactualiseerde resultaten (tabel 8.5 en 8.6) hebben aangetoond dat de interne wisselkoers bijna nul zou zijn; het project heeft dus geen deviezenbesparing opgeleverd.De toepassing van de kosten-batenanalyse en de uitvoering van projecten door de ondernemingen in het sociaal-economische milieu van Zaïre (hoofdstuk 9).De verschillende empirische feiten die in de voorgaande hoofdstukken verzameld zijn, tonen aan dat de uitvoering van een project beïnvloed wordt door diverse factoren die onvermijdelijk met elkaar verbonden zijn. Noch de beslissing om een project uit te voeren, noch haar resultaten zijn niet alleen de daad van een simpele rentabiliteitssom, maar veeleer de bijdrage van een combinatie van menselijke, sociale, economische, financiële, technische en culturele factoren en van de nationale en mondiale conjunctuur, van het nationale beleid, etc.Met het oog op de samenhang tussen al deze zaken, hebben wij een vragenlijst opgesteld, die zowel open als beperkt is. Open, in de zin dat het formulier verscheidene zaken aansnijdt die betrekking hebben op meerdere aspecten van een project; beperkt, omdat hij bedoeld is voor een kleine steekproef: de twee bezochte ondernemingen en de Ministeries van Planning en die van Financiën.Het vragenformulier was dus gewijd aan de methodologische procedures, van het beheren of van het uitvoeren van de projecten, van het sociaal-economische milieu, van het regeringsbeleid, van de ex-post controle, en aan de betrokkenheid van de regering bij de ontwikkeling van de projecten.De antwoorden op de vragenlijst hebben ons veel inzicht gegeven; op praktisch alle niveaus: van de Wereldbank, van de regering en van de ondernemingen.De bijdrage en de conclusies van het onderzoek (hoofdstuk 10)Het empirisch onderzoekswerk uitgevoerd in het kader van deze studie, werd in twee delen gesplitst. Het eerste deel heeft zich gebogen over de theoretische principes van de economische analysetechnieken van investeringsprojecten. In dit deel hebben we de principes van de twee grote economische benaderingen onderzocht: de schaduwprijsmethode (MPR) en de effectenmethode (ME). Het tweede deel van de studie werd gewijd aan de praktische aspecten van de toepasbaarheid van een van deze benaderingen, namelijk de MPR, door de Wereldbank in twee concrete gevallen. Het gaat om twee door dit orgaan gefinancierde projecten waarvoor bepaalde gegevens beschikbaar waren.Door de theoretische principes te confronteren met de werkelijkheid van een land als Zaïre heeft ons onderzoek vastgesteld dat er talrijke voorwaarden bestaan voor de toepassing van de methodologische principes, en dit op alle niveaus,Wat wij hier te zeggen hebben richt zich hoofdzakelijk op twee punten. Het eerste punt is een poging achteraf te verklaren wat zich in de twee bestudeerde gevallen echt heeft voorgedaan. Het tweede punt, nauw verwant aan het eerste, is een geheel aan voorstellen tot herstructureren en herformuleren, en wel op de drie niveaus die hieronder worden genoemd.Op het niveau van de Wereldbank: De meningsverschillen encontroversen over bepaalde aspecten van de analysemethode van de schaduwprijsmethode (MPR) ten spijt, betwist geen enkele verstandige econoom de geldigheid van de basisprincipes van deze benadering. Wij verwijzen naar de discussie over het probleem van de discontovoet dat aangepast is aan de tijd (Livingstone en Tribe, 1996, pag. 66), als mede naar de moeilijkheid om de omvang te schatten van de effecten die een project zal hebben op het welzijn van personen in de tijd (Mishan, 1993, pag.140); tenslotte is ook het kwantificeren van alle consequenties van een project een moeilijke zaak. De samenhang van de theoretische principes van de MPR toont aan dat als de nodige onderzoeken correct uitgevoerd worden en als aan de gevraagde toepassingsvoorwaarden wordt voldaan, het mogelijk is om de nagestreefde resultaten te bereiken.Dit brengt ons ertoe te beweren dat het merendeel van de problemen bij het ontwerpen van de projecten, (zie tabel 10.1), zijn toe te schrijven aan de experts van de Wereldbank die, zoals men in deze studie heeft gezien, de studies en schattingen van kosten en baten niet voldoende uitgediept hebben.MacMillan (1991, pag. 75-76), verklaart echter dat de Wereldbank algemeen .. zelf heeft ingezien dat in het merendeel van de gevallen, de "ontwerpproblemen" de belangrijkste oorzaak zijn van het onvoldoende presteren en het mislukken van projecten. We hebben vijf typen problemen geïnventariseerd; voorstellen tot aanpak van deze problemen zijn vermeld in tabel 10.1.Om elke betrokken partij in staat te stellen de obstakels te herkennen die een goed verloop van een project in de weg staan, alsook het herkennen van de behaalde vooruitgang door middel van bepaalde indicatoren en de verantwoordelijkheden vast te stellen op elk niveau, stelt deze studie voor dat de Wereldbank de zogenaamde "integrale aanpak van projectbeheer", wel bekend onder de benaming van "logical framework" introduceert. Dit instrument, ontwikkeld door de Europese Unie (1993), wordt toegepast door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BAD). Akroyd (1995, pag. 210), bevestigt de doelmatigheid daarvan in concrete toepassingen in Zimbabwe, Malawi en Egypte.Op het niveau van de ondernemingen, is de voornaamste bijdrage van deze studie zonder enige twijfel de inhoud van de enquête. Het formulier heeft bestaan uit verscheidene thema's die betrekking hebben op de verschillende aspecten van het project; op het sociale economische en financiële milieu waarin de uitvoering van het project gesitueerd is; op de relaties tussen de bedrijven en de regering; op de strategische acties van de ondernemingen ten tijde van crises; op de relaties tussen de ondernemingen en de Wereldbank, kortom op alles wat direct of indirect zou kunnen bijdragen tot het succes of tot het fiasco van een project. Het formulier heeft tenslotte de bedrijven in staat gesteld om concrete voorstellen te doen i) aan de regering en ii) aan de Wereldbank met wie zij samenwerkten om het project tot een goed einde te brengen.Hoewel zij tot nu toe beperkt is gebleven tot twee ondernemingen, zou de vragenlijst als referentie kunnen dienen voor andere bedrijven bij de uitwerking, de uitvoering en de follow-up van een project.Op het niveau van de regering, - door de ondernemingen aangewezen als bron van hun ellende - vragen wij een positieve reactie op de navolgende observatie: projecten functioneren goed als het beleid en de instellingen goed zijn (Wereldbank, 1999, pag.15). De voorstellen die wij aanprijzen, hebben in de bestudeerde gevallen betrekking op de als bottleneck blootgelegde problemen.Het gaat met name over een gebrek aan betrokkenheid van regeringszijde, over de tekortkomingen van het macro-economische beleid, over onvoldoende fondsen, en over de ondoeltreffendheid van het overheidsapparaat.Laten wij tot slot van deze studie zeggen, dat de toepassing van de door ons op ieder niveau gedane eenvoudige en bescheiden voorstellen, niet automatisch een betere gang van zaken oplevert. Integendeel, onze voorstellen botsen met de slechte en vastgeroeste praktijken, praktijken die door geen enkel uitwerking- en uitvoeringsschema van projecten, hoe geavanceerd ook, automatisch kunnen worden gecorrigeerd. Ons scenario van de voorstellen - en wij zijn ons daar bewust van - botst met de belangen van de machthebbers van de natie - gedurende de studie periode. Alleen door mentaliteit - en gedragsveranderingen in alle geledingen van de maatschappij kan de gewenste situatie bereikt worden.Nadere informatieBent u geïnteresseerd in het gehele proefschrift dan kunt u contact opnemen met Raphael Musampa , Voerakker 12, 6713 SN EDE, +31 318 416257 of met de leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid, Wageningen Universiteit, Hollandseweg 1, Wageningen, +31 317 484049.

KW - kosten-batenanalyse

KW - ontwikkelingsplanning

KW - haalbaarheidsstudies

KW - projectbeoordeling

KW - afrika ten zuiden van de sahara

KW - ontwikkelingsprojecten

KW - economische evaluatie

KW - democratische republiek kongo

KW - cost benefit analysis

KW - development projects

KW - economic evaluation

KW - development planning

KW - project appraisal

KW - feasibility studies

KW - africa south of sahara

KW - congo democratic republic

M3 - internal PhD, WU

PB - S.n.

CY - S.l.

ER -