Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Dit rapport presenteert een analyse naar alternatieve mogelijkheden voor verwaarding van visbijvangst ten opzichte van vismeel.

Het hier gerapporteerde onderzoek omvat een brede inventarisatie van mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. Door middel van een expert-brainstorm en een inventarisatie van recente productinnovaties in de markt zijn de volgende ideeën gegenereerd:
A. afzet van beschadigde vis voor bewerkte voedseltoepassingen;
B. verwerking van huiden tot leder;
C. geur- en smaakstoffen op basis van vis-eiwitten; ook attractanten t.b.v. visvoer;
D. bioactieve peptiden (met gezondheidsbevorderende eigenschappen), te produceren door middel van (enzymatische of evt. zure) hydrolyse;
E. vis-eiwit als allergeen-vrij (afgezien van parvalbumin) alternatief voor koemelk en sojamelk (denk aan babyvoeding);
F. collageen voor bijvoorbeeld voeding, cosmetica of technische toepassingen;
G. fosfolipiden voor emulsies (zoals margarine);
H. visolie in voeding; geur en smaak kunnen gemaskeerd worden;
I. mineralen-vitamines-supplementen uit vis, o.a. selenium, vitamines a, d en e;
J. silage (auto-hydrolyse), waarbij de vissilage verder kan worden gescheiden in:
o eiwitten voor diervoeder (bijvoorbeeld nat voor varkens; droog voor pluimvee);
o olie scheiden/zuiveren.
Vanuit de sector zelf is idee (A) in de praktijk gebracht: beschadigde vis wordt succesvol in de bestaande markt afgezet. Dit idee is mede daarom in het project niet verder uitgewerkt.
Door het projectteam en vertegenwoordigers uit de pelagische sector zijn uit bovenstaande lijst drie opties geselecteerd voor verdere analyse:
1. Silage gericht op grondstof voor diervoeders (optie J).
2. Silage met winning van bioactieve peptiden (combinatie van opties D en J)
3. Milde hydrolyse gericht op winning van bio-actieve peptiden (optie D).

Het eerste opties betreft silage: onder toevoeging van zuur worden eiwitmoleculen opgeknipt tot onder andere peptiden en aminozuren. Het silage-product kan worden afgezet als veevoeder, bijvoorbeeld als alternatief voor sojameel. Helaas levert deze business case een negatief resultaat.

Bij de tweede optie, hydrolyse, worden eiwitketens ook opgeknipt in kleinere stukken, vooral peptiden. Maar hierbij wordt het proces beter gecontroleerd, zodat relatief grote hoeveelheden waardevolle specifieke peptide-moleculen worden gevormd. Hydrolyse kan ook worden uitgevoerd door toevoeging van zuur, maar dan bij gecontroleerde temperatuur en procestijd (het proces wordt gestopt door neutralisatie). Het meest doelgericht kunnen specifieke peptiden worden gevormd door gebruik van enzymen in plaats van zuur.
Hydrolysaten kunnen worden afgezet als voedselingrediënt (bijvoorbeeld met aangepaste technische eigenschappen), als gezondheidsbevorderend bio-actieve component (in voeding of als voedingssupplement) of voor diervoerdertoepassingen.
Hoewel wetgeving dat niet expliciet voorschrijft, wordt in dit rapport geconcludeerd dat voor humane consumptie de vis voor het hydrolyseproces moet worden gestript. Dit drijft de prijs voor het ingangsmateriaal aanzienlijk op.
Uit kosten-batenanalyses van zowel de veevoeder-optie als voor humane toepassingen volgt een positieve business case. Maar deze positieve uitkomsten zijn wel sterk afhankelijk van prijzen van zowel het ingangsmateriaal als de eindproducten. Omdat ontwikkeling van deze opties op basis van vis in de kinderschoenen staat, is amper informatie over afzetprijzen beschikbaar is. Omdat deze prijzen kritisch zijn voor een positieve business case, wordt aangeraden bij een eventuele vervolgontwikkeling ook mogelijke afnemers te betrekken.

Als laatste idee is nog gekeken naar een mogelijke tussenvorm tussen silage en hydrolyse: bioactieve moleculen uit silage. Helaas blijkt dat zelfs bij minimale hoeveelheid zuur (ondergrens wordt bepaald door eisen voor houdbaarheid) het product na enkele maanden bewaring te ver gehydrolyseerd is (meeste bio-actieve peptiden zijn afgebroken tot aminozuren). Dus, alleen door een beperkte (vooral qua tijd) hydrolysestap kan nog een product met bio-actieve waarde worden geproduceerd.

Geconcludeerd wordt dat milde hydrolyse het beste perspectief beidt. Toepassing voor zowel voedsel als diervoeders is mogelijk. Echter, voor voedingstoepassingen heeft bijvangst een nadeel ten opzichte van bijproduct van visverwerking omdat de vis gestript moet worden. Diervoedertoepassing past daarom beter.
Voor zowel voedings- als diervoedertoepassing zal ook de markt nog ontwikkeld moeten worden.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen UR - Food & Biobased Research
Commissioning bodyRedersvereniging voor de Zeevisserij (RVZ)
Number of pages27
Volume1623
ISBN (Print)9789462577091
Publication statusPublished - 2015

Cite this

@book{81dd40a4ac5a4ff2bdc1a8218951470c,
title = "Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten",
abstract = "Dit rapport presenteert een analyse naar alternatieve mogelijkheden voor verwaarding van visbijvangst ten opzichte van vismeel.Het hier gerapporteerde onderzoek omvat een brede inventarisatie van mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. Door middel van een expert-brainstorm en een inventarisatie van recente productinnovaties in de markt zijn de volgende idee{\"e}n gegenereerd:A. afzet van beschadigde vis voor bewerkte voedseltoepassingen;B. verwerking van huiden tot leder;C. geur- en smaakstoffen op basis van vis-eiwitten; ook attractanten t.b.v. visvoer;D. bioactieve peptiden (met gezondheidsbevorderende eigenschappen), te produceren door middel van (enzymatische of evt. zure) hydrolyse;E. vis-eiwit als allergeen-vrij (afgezien van parvalbumin) alternatief voor koemelk en sojamelk (denk aan babyvoeding);F. collageen voor bijvoorbeeld voeding, cosmetica of technische toepassingen;G. fosfolipiden voor emulsies (zoals margarine);H. visolie in voeding; geur en smaak kunnen gemaskeerd worden;I. mineralen-vitamines-supplementen uit vis, o.a. selenium, vitamines a, d en e;J. silage (auto-hydrolyse), waarbij de vissilage verder kan worden gescheiden in:o eiwitten voor diervoeder (bijvoorbeeld nat voor varkens; droog voor pluimvee);o olie scheiden/zuiveren.Vanuit de sector zelf is idee (A) in de praktijk gebracht: beschadigde vis wordt succesvol in de bestaande markt afgezet. Dit idee is mede daarom in het project niet verder uitgewerkt. Door het projectteam en vertegenwoordigers uit de pelagische sector zijn uit bovenstaande lijst drie opties geselecteerd voor verdere analyse: 1. Silage gericht op grondstof voor diervoeders (optie J).2. Silage met winning van bioactieve peptiden (combinatie van opties D en J)3. Milde hydrolyse gericht op winning van bio-actieve peptiden (optie D). Het eerste opties betreft silage: onder toevoeging van zuur worden eiwitmoleculen opgeknipt tot onder andere peptiden en aminozuren. Het silage-product kan worden afgezet als veevoeder, bijvoorbeeld als alternatief voor sojameel. Helaas levert deze business case een negatief resultaat.Bij de tweede optie, hydrolyse, worden eiwitketens ook opgeknipt in kleinere stukken, vooral peptiden. Maar hierbij wordt het proces beter gecontroleerd, zodat relatief grote hoeveelheden waardevolle specifieke peptide-moleculen worden gevormd. Hydrolyse kan ook worden uitgevoerd door toevoeging van zuur, maar dan bij gecontroleerde temperatuur en procestijd (het proces wordt gestopt door neutralisatie). Het meest doelgericht kunnen specifieke peptiden worden gevormd door gebruik van enzymen in plaats van zuur. Hydrolysaten kunnen worden afgezet als voedselingredi{\"e}nt (bijvoorbeeld met aangepaste technische eigenschappen), als gezondheidsbevorderend bio-actieve component (in voeding of als voedingssupplement) of voor diervoerdertoepassingen.Hoewel wetgeving dat niet expliciet voorschrijft, wordt in dit rapport geconcludeerd dat voor humane consumptie de vis voor het hydrolyseproces moet worden gestript. Dit drijft de prijs voor het ingangsmateriaal aanzienlijk op.Uit kosten-batenanalyses van zowel de veevoeder-optie als voor humane toepassingen volgt een positieve business case. Maar deze positieve uitkomsten zijn wel sterk afhankelijk van prijzen van zowel het ingangsmateriaal als de eindproducten. Omdat ontwikkeling van deze opties op basis van vis in de kinderschoenen staat, is amper informatie over afzetprijzen beschikbaar is. Omdat deze prijzen kritisch zijn voor een positieve business case, wordt aangeraden bij een eventuele vervolgontwikkeling ook mogelijke afnemers te betrekken. Als laatste idee is nog gekeken naar een mogelijke tussenvorm tussen silage en hydrolyse: bioactieve moleculen uit silage. Helaas blijkt dat zelfs bij minimale hoeveelheid zuur (ondergrens wordt bepaald door eisen voor houdbaarheid) het product na enkele maanden bewaring te ver gehydrolyseerd is (meeste bio-actieve peptiden zijn afgebroken tot aminozuren). Dus, alleen door een beperkte (vooral qua tijd) hydrolysestap kan nog een product met bio-actieve waarde worden geproduceerd.Geconcludeerd wordt dat milde hydrolyse het beste perspectief beidt. Toepassing voor zowel voedsel als diervoeders is mogelijk. Echter, voor voedingstoepassingen heeft bijvangst een nadeel ten opzichte van bijproduct van visverwerking omdat de vis gestript moet worden. Diervoedertoepassing past daarom beter. Voor zowel voedings- als diervoedertoepassing zal ook de markt nog ontwikkeld moeten worden.",
keywords = "bijvangst, reststromen, bioraffinage, vis, hydrolyse, veevoeder",
author = "J. Broeze and M. Poelman and J. Kals and E. Rurangwa and {de Vogel-van den Bosch}, H.M.",
year = "2015",
language = "Dutch",
isbn = "9789462577091",
volume = "1623",
publisher = "Wageningen UR - Food & Biobased Research",

}

Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten. / Broeze, J.; Poelman, M.; Kals, J.; Rurangwa, E.; de Vogel-van den Bosch, H.M.

Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research, 2015. 27 p.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten

AU - Broeze, J.

AU - Poelman, M.

AU - Kals, J.

AU - Rurangwa, E.

AU - de Vogel-van den Bosch, H.M.

PY - 2015

Y1 - 2015

N2 - Dit rapport presenteert een analyse naar alternatieve mogelijkheden voor verwaarding van visbijvangst ten opzichte van vismeel.Het hier gerapporteerde onderzoek omvat een brede inventarisatie van mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. Door middel van een expert-brainstorm en een inventarisatie van recente productinnovaties in de markt zijn de volgende ideeën gegenereerd:A. afzet van beschadigde vis voor bewerkte voedseltoepassingen;B. verwerking van huiden tot leder;C. geur- en smaakstoffen op basis van vis-eiwitten; ook attractanten t.b.v. visvoer;D. bioactieve peptiden (met gezondheidsbevorderende eigenschappen), te produceren door middel van (enzymatische of evt. zure) hydrolyse;E. vis-eiwit als allergeen-vrij (afgezien van parvalbumin) alternatief voor koemelk en sojamelk (denk aan babyvoeding);F. collageen voor bijvoorbeeld voeding, cosmetica of technische toepassingen;G. fosfolipiden voor emulsies (zoals margarine);H. visolie in voeding; geur en smaak kunnen gemaskeerd worden;I. mineralen-vitamines-supplementen uit vis, o.a. selenium, vitamines a, d en e;J. silage (auto-hydrolyse), waarbij de vissilage verder kan worden gescheiden in:o eiwitten voor diervoeder (bijvoorbeeld nat voor varkens; droog voor pluimvee);o olie scheiden/zuiveren.Vanuit de sector zelf is idee (A) in de praktijk gebracht: beschadigde vis wordt succesvol in de bestaande markt afgezet. Dit idee is mede daarom in het project niet verder uitgewerkt. Door het projectteam en vertegenwoordigers uit de pelagische sector zijn uit bovenstaande lijst drie opties geselecteerd voor verdere analyse: 1. Silage gericht op grondstof voor diervoeders (optie J).2. Silage met winning van bioactieve peptiden (combinatie van opties D en J)3. Milde hydrolyse gericht op winning van bio-actieve peptiden (optie D). Het eerste opties betreft silage: onder toevoeging van zuur worden eiwitmoleculen opgeknipt tot onder andere peptiden en aminozuren. Het silage-product kan worden afgezet als veevoeder, bijvoorbeeld als alternatief voor sojameel. Helaas levert deze business case een negatief resultaat.Bij de tweede optie, hydrolyse, worden eiwitketens ook opgeknipt in kleinere stukken, vooral peptiden. Maar hierbij wordt het proces beter gecontroleerd, zodat relatief grote hoeveelheden waardevolle specifieke peptide-moleculen worden gevormd. Hydrolyse kan ook worden uitgevoerd door toevoeging van zuur, maar dan bij gecontroleerde temperatuur en procestijd (het proces wordt gestopt door neutralisatie). Het meest doelgericht kunnen specifieke peptiden worden gevormd door gebruik van enzymen in plaats van zuur. Hydrolysaten kunnen worden afgezet als voedselingrediënt (bijvoorbeeld met aangepaste technische eigenschappen), als gezondheidsbevorderend bio-actieve component (in voeding of als voedingssupplement) of voor diervoerdertoepassingen.Hoewel wetgeving dat niet expliciet voorschrijft, wordt in dit rapport geconcludeerd dat voor humane consumptie de vis voor het hydrolyseproces moet worden gestript. Dit drijft de prijs voor het ingangsmateriaal aanzienlijk op.Uit kosten-batenanalyses van zowel de veevoeder-optie als voor humane toepassingen volgt een positieve business case. Maar deze positieve uitkomsten zijn wel sterk afhankelijk van prijzen van zowel het ingangsmateriaal als de eindproducten. Omdat ontwikkeling van deze opties op basis van vis in de kinderschoenen staat, is amper informatie over afzetprijzen beschikbaar is. Omdat deze prijzen kritisch zijn voor een positieve business case, wordt aangeraden bij een eventuele vervolgontwikkeling ook mogelijke afnemers te betrekken. Als laatste idee is nog gekeken naar een mogelijke tussenvorm tussen silage en hydrolyse: bioactieve moleculen uit silage. Helaas blijkt dat zelfs bij minimale hoeveelheid zuur (ondergrens wordt bepaald door eisen voor houdbaarheid) het product na enkele maanden bewaring te ver gehydrolyseerd is (meeste bio-actieve peptiden zijn afgebroken tot aminozuren). Dus, alleen door een beperkte (vooral qua tijd) hydrolysestap kan nog een product met bio-actieve waarde worden geproduceerd.Geconcludeerd wordt dat milde hydrolyse het beste perspectief beidt. Toepassing voor zowel voedsel als diervoeders is mogelijk. Echter, voor voedingstoepassingen heeft bijvangst een nadeel ten opzichte van bijproduct van visverwerking omdat de vis gestript moet worden. Diervoedertoepassing past daarom beter. Voor zowel voedings- als diervoedertoepassing zal ook de markt nog ontwikkeld moeten worden.

AB - Dit rapport presenteert een analyse naar alternatieve mogelijkheden voor verwaarding van visbijvangst ten opzichte van vismeel.Het hier gerapporteerde onderzoek omvat een brede inventarisatie van mogelijkheden binnen de wettelijke kaders. Door middel van een expert-brainstorm en een inventarisatie van recente productinnovaties in de markt zijn de volgende ideeën gegenereerd:A. afzet van beschadigde vis voor bewerkte voedseltoepassingen;B. verwerking van huiden tot leder;C. geur- en smaakstoffen op basis van vis-eiwitten; ook attractanten t.b.v. visvoer;D. bioactieve peptiden (met gezondheidsbevorderende eigenschappen), te produceren door middel van (enzymatische of evt. zure) hydrolyse;E. vis-eiwit als allergeen-vrij (afgezien van parvalbumin) alternatief voor koemelk en sojamelk (denk aan babyvoeding);F. collageen voor bijvoorbeeld voeding, cosmetica of technische toepassingen;G. fosfolipiden voor emulsies (zoals margarine);H. visolie in voeding; geur en smaak kunnen gemaskeerd worden;I. mineralen-vitamines-supplementen uit vis, o.a. selenium, vitamines a, d en e;J. silage (auto-hydrolyse), waarbij de vissilage verder kan worden gescheiden in:o eiwitten voor diervoeder (bijvoorbeeld nat voor varkens; droog voor pluimvee);o olie scheiden/zuiveren.Vanuit de sector zelf is idee (A) in de praktijk gebracht: beschadigde vis wordt succesvol in de bestaande markt afgezet. Dit idee is mede daarom in het project niet verder uitgewerkt. Door het projectteam en vertegenwoordigers uit de pelagische sector zijn uit bovenstaande lijst drie opties geselecteerd voor verdere analyse: 1. Silage gericht op grondstof voor diervoeders (optie J).2. Silage met winning van bioactieve peptiden (combinatie van opties D en J)3. Milde hydrolyse gericht op winning van bio-actieve peptiden (optie D). Het eerste opties betreft silage: onder toevoeging van zuur worden eiwitmoleculen opgeknipt tot onder andere peptiden en aminozuren. Het silage-product kan worden afgezet als veevoeder, bijvoorbeeld als alternatief voor sojameel. Helaas levert deze business case een negatief resultaat.Bij de tweede optie, hydrolyse, worden eiwitketens ook opgeknipt in kleinere stukken, vooral peptiden. Maar hierbij wordt het proces beter gecontroleerd, zodat relatief grote hoeveelheden waardevolle specifieke peptide-moleculen worden gevormd. Hydrolyse kan ook worden uitgevoerd door toevoeging van zuur, maar dan bij gecontroleerde temperatuur en procestijd (het proces wordt gestopt door neutralisatie). Het meest doelgericht kunnen specifieke peptiden worden gevormd door gebruik van enzymen in plaats van zuur. Hydrolysaten kunnen worden afgezet als voedselingrediënt (bijvoorbeeld met aangepaste technische eigenschappen), als gezondheidsbevorderend bio-actieve component (in voeding of als voedingssupplement) of voor diervoerdertoepassingen.Hoewel wetgeving dat niet expliciet voorschrijft, wordt in dit rapport geconcludeerd dat voor humane consumptie de vis voor het hydrolyseproces moet worden gestript. Dit drijft de prijs voor het ingangsmateriaal aanzienlijk op.Uit kosten-batenanalyses van zowel de veevoeder-optie als voor humane toepassingen volgt een positieve business case. Maar deze positieve uitkomsten zijn wel sterk afhankelijk van prijzen van zowel het ingangsmateriaal als de eindproducten. Omdat ontwikkeling van deze opties op basis van vis in de kinderschoenen staat, is amper informatie over afzetprijzen beschikbaar is. Omdat deze prijzen kritisch zijn voor een positieve business case, wordt aangeraden bij een eventuele vervolgontwikkeling ook mogelijke afnemers te betrekken. Als laatste idee is nog gekeken naar een mogelijke tussenvorm tussen silage en hydrolyse: bioactieve moleculen uit silage. Helaas blijkt dat zelfs bij minimale hoeveelheid zuur (ondergrens wordt bepaald door eisen voor houdbaarheid) het product na enkele maanden bewaring te ver gehydrolyseerd is (meeste bio-actieve peptiden zijn afgebroken tot aminozuren). Dus, alleen door een beperkte (vooral qua tijd) hydrolysestap kan nog een product met bio-actieve waarde worden geproduceerd.Geconcludeerd wordt dat milde hydrolyse het beste perspectief beidt. Toepassing voor zowel voedsel als diervoeders is mogelijk. Echter, voor voedingstoepassingen heeft bijvangst een nadeel ten opzichte van bijproduct van visverwerking omdat de vis gestript moet worden. Diervoedertoepassing past daarom beter. Voor zowel voedings- als diervoedertoepassing zal ook de markt nog ontwikkeld moeten worden.

KW - bijvangst

KW - reststromen

KW - bioraffinage

KW - vis

KW - hydrolyse

KW - veevoeder

M3 - Report

SN - 9789462577091

VL - 1623

BT - Ketenanalyse en productverkenning voor valorisatie pelagische bijvangst en bijproducten

PB - Wageningen UR - Food & Biobased Research

CY - Wageningen

ER -