Jaaroverzicht 1979

G.A. Werdmuller, J.F. Labrijn, H. Oortwijn, W.G. de Ruig

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Een overzicht te krijgen in de eventuele niveauverschillen en spreidingen bij de bepalingen in kaas door de Kaascontrolestations en het Rijkszuivelstation. Aan alle Kaascontrolestations zijn in 1979 de volgende monsters ter onderzoek gestuurd: 13 monsters volvette kaas voor vocht- en vetbepaling; 11 monsters 40+ kaas voor vocht- en vetbepaling; 12 monsters kaas voor nitraatbepaling volgens twee methoden; 12 monsters 20+ kaas voor vocht- en vetbepaling; 12 monsters stremseloplossing voor stremkrachtbepaling; 28 monsters kaas voor zoutbepaling; 12 monsters kaas voor pH- bepaling; 12 monsters melk voor fosfatasebepaling. Naar de Kaascontrolestations in Leusden en Leeuwarden zijn bovendien nog gestuurd: 12 monsters dieetkaas voor natrium- , kalium-, chloride- en ammoniumbepaling; 12 monsters smeltkaas voor fosfor- en citroenzuurbepaling. Alle analyses zijn verricht volgens de Methoden van Bemonstering en Onderzoek behorende bij de Kaascontrolebeschikking 1970. Dit houd niet in dat alle laboratoria een onderzoek volgens dezelfde methode doen. De Kaascontrolestations bepalen bijvoorbeeld het vetgehalte volgens NEN 3059-57 (Gerber-Van Gulik) , het Rijkszuivelstation volgens NEN 3170-60 (Schmid-Bondzynski-Ratzlaff). De analyseresultaten zijn samengevat in de tabellen 1 t/m 21. Het vet-in-dedrogestofgehalte is berekend uit het vocht- en vetgehalte. Van elk laboratorium is per monster het verschil tussen de gevonden waarde ( gemiddelde van duplo's) en de over alle laboratoria gemiddelde waarde berekend. Deze verschillen zijn samengevat in de tabellen 1a t/m 20a en vermeld in de grafieken 1 t /m 20. De gepoolde standaardafwijking van deze verschillen, dat wil zeggen de spreiding van de laboratoria om hun gemiddelde, is berekend. Met een --- resp. === is tweemaal resp. driemaal de standaardafwijking in de grafieken aangegeven. Ongeveer 95% van de verschillen moeten binnen de - - - en ongeveer 99,7% binnen de === lijnen liggen. Resultaten buiten de === lijnen kunnen in het algemeen als onbetrouwbaar beschouwd worden. Op de gemiddelde verschillen is de toets van Student-Newman en Keuls toegepast. Men plaatst de laboratoria in oplopende volgorde van niveau en onderstreept de laboratoria waartussen geen niveauverschillen zijn aan te tonen. Er is getoetst met een onbetrouwbaarheid van 1%. In paragraaf 22 worden de vetbepalingsmethoden en in paragraaf 23 de vochtbepalingsmethode met elkaar vergeleken.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherRIKILT
Number of pages8
Publication statusPublished - 1980

Publication series

NameVerslag / RIKILT
No.80.19

Keywords

  • cheeses
  • rennet
  • milk
  • quality controls
  • food inspection

Cite this

Werdmuller, G. A., Labrijn, J. F., Oortwijn, H., & de Ruig, W. G. (1980). Jaaroverzicht 1979. (Verslag / RIKILT; No. 80.19). RIKILT. https://edepot.wur.nl/246660