Het ontwikkelen van een welzijnsmeetprotocol voor konijnen in de commerciële konijnenhouderij

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Voor commercieel gehouden konijnen is in 2011 een concept protocol opgesteld voor het meten van het welzijn van konijnen in verschillende huisvestingsvormen gebaseerd op het Welfare Quality® principe. Dit protocol diende echter verder uitgewerkt en getoetst te worden alvorens er op grote schaal mee kan worden gewerkt. Doel van het in dit rapport beschreven onderzoek was om te komen tot een welzijnsmeetprotocol waarmee op grote schaal op bedrijven kan worden gewerkt. In het protocol wordt op drie niveaus gemeten. Het gedrag van de dieren wordt geobserveerd, uiterlijke kenmerken van verwondingen en ziekten worden aan het dier gemeten en tenslotte worden kenmerken van het hok of de kooi vastgelegd. De metingen betreft zowel voedsters als vleeskonijnen, de twee grootste diergroepen op een bedrijf. Aan de hand van het protocol zijn werklijsten gemaakt, die op een beperkt aantal commerciële konijnenbedrijven in Nederland en in België zijn toegepast om na te gaan welke knelpunten zich nog voordeden, welke aanpassingen het protocol nog behoeft en hoeveel tijd de metingen kosten. Tevens is een indicatie verkregen van de spreiding die binnen de verschillende metingen kan worden aangetroffen. De meeste waarnemingen aan dieren en aan de huisvesting zijn in eerder onderzoek bij WLR op uitgebreide schaal toegepast en getoetst (Rommers et al., 2012 en 2014). De gedragswaarnemingen zijn gedeeltelijk gebaseerd op onderzoek naar het karakteriseren van dieren bij het ILVO in België. Bij het toetsen van het protocol is met name aandacht besteed aan deze gedragsobservaties om hier voldoende ervaring mee op te bouwen. Gedurende een lactatie van de voedsters zijn gedurende enkele opeenvolgende weken de gedragsobservaties uitgevoerd. De belangrijkste knelpunten die in dit onderzoek naar voren zijn gekomen, hadden te maken met het duidelijker formuleren van een aantal waarnemingen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat voor zowel de Human Approach test (waarnemingen mens-dier interactie) als de Stick test (als vervanger van het waarnemen van positieve emotionele status) men zou kunnen volstaan met het waarnemen van de tijdsduur tot eerste reactie (latentietijd) en scoren van het eerste gedrag met een maximale tijdsduur van 30 seconden. Bepaalde waarnemingen, zoals het scoren van de hoeveelheid knaagmateriaal dat is weggevreten bleken minder zinvol en kunnen beter vervangen worden door andere waarnemingen zoals het scoren van de bereikbaarheid van het knaagmateriaal. Op basis van dit onderzoek is er nu een aangepast meetprotocol met werklijsten beschikbaar. Als meettijdstip wordt de laatste week van de lactatie bij voedsters en de laatste week van de afmestperiode bij vleeskonijnen geadviseerd. Dit is de meest kritieke periode met betrekking tot het welzijn omdat de bezetting in deze periode het hoogste is. De waarnemingen gedurende de andere weken van lactatie en afmesten geven geen duidelijke aanleiding om (ook) op een ander tijdstip te testen. Om beter inzicht te krijgen in de spreiding van kenmerken tussen dieren en tussen bedrijven zijn waarnemingen aan grotere aantallen dieren op een bedrijf en meerdere bedrijven nodig. Aan de hand van deze gegevens kan een gemiddelde over bedrijven worden berekend en per bedrijf aangegeven worden hoeveel het gemiddelde afwijkt van het gemiddelde over bedrijven per kenmerk (benchmarking). Een dergelijke benchmarking/normstelling kan handvatten geven om prioriteiten in het verbeteren van het welzijn van dieren op een bedrijf aan te geven. Voor het konijnenprotocol zijn er geen wegingsfactoren vastgesteld voor de verschillende metingen om te komen tot één eindbeoordeling voor een bedrijf, zoals binnen Welfare Quality® voor de andere diersoorten wel ontwikkeld is of in ontwikkeling is.
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherWageningen UR Livestock Research
Number of pages141
Publication statusPublished - 2014

Publication series

NameLivestock Research rapport
No.827

Cite this