TY - BOOK
T1 - Graslandmanagement voor reductie van methaan en ammoniak
T2 - Resultaten analyse KringloopWijzer 2020 van 12 pilotbedrijven
AU - Veraart, Maayke
AU - van Schooten, Herman
AU - Bassa, Bas
AU - Philipsen, Bert
AU - Klootwijk, Cindy
N1 - Project number BO-43.10-002
PY - 2023/7
Y1 - 2023/7
N2 - Dit graslandpraktijkproject onderzoekt een integrale aanpak in de reductie van CH4 (uit de pens) en NH3 op melkveebedrijven met het management van grasland als sturingsmechanisme. Voor een 12-tal weidende melkveebedrijven zijn de huidige bedrijfsefficiëntie en de bijbehorende CH4 en NH3 emissies in beeld gebracht. De KringLoopWijzer (KLW) van de bedrijven is doorgerekend met een uitgebreide invoer voor CH4 en NH3 en een aangepaste emissiefactor voor CH4 (deel A). Daarbij is gekeken naar enkelvoudige (B) en gecombineerde effecten (C) van bedrijfsopzet of management. Deze verkenning laat zien dat meer uren weiden en een hogere vers gras opname kan bijdragen aan het gelijktijdig reduceren van zowel CH4 als NH3 emissies op melkveebedrijven. Het RE-gehalte van de ruwvoerbijvoeding is een belangrijke factor in het verlagen van de NH3 emissie. Het rantsoeneffect was uiteindelijk afhankelijk van het wel of niet corrigeren van het RE-gehalte met gevoerde bijproducten (ruwvoer en krachtvoer). Door meer weiden en hogere grasopname stijgt het RE-gehalte van het rantsoen. Omdat dat niet nodig is, kunnen de (andere) inputs naar beneden. Op grasbedrijven is de sturing met krachtvoer bijvoeding beperkt. Daarom moet ook de ruwvoerbasis voldoende aangepast zijn om een reductie van NH3 waar te maken. Wanneer wordt bijgestuurd door minder eiwit bij te voeren, kan een goede en regelmatige analyse van vers gras bijdragen aan een lagere NH3-emissie. Om met de KLW een juiste inschatting te maken van de daadwerkelijke CH4-emissie, is een geüpdatete en goed onderbouwde emissiefactor nodig.
AB - Dit graslandpraktijkproject onderzoekt een integrale aanpak in de reductie van CH4 (uit de pens) en NH3 op melkveebedrijven met het management van grasland als sturingsmechanisme. Voor een 12-tal weidende melkveebedrijven zijn de huidige bedrijfsefficiëntie en de bijbehorende CH4 en NH3 emissies in beeld gebracht. De KringLoopWijzer (KLW) van de bedrijven is doorgerekend met een uitgebreide invoer voor CH4 en NH3 en een aangepaste emissiefactor voor CH4 (deel A). Daarbij is gekeken naar enkelvoudige (B) en gecombineerde effecten (C) van bedrijfsopzet of management. Deze verkenning laat zien dat meer uren weiden en een hogere vers gras opname kan bijdragen aan het gelijktijdig reduceren van zowel CH4 als NH3 emissies op melkveebedrijven. Het RE-gehalte van de ruwvoerbijvoeding is een belangrijke factor in het verlagen van de NH3 emissie. Het rantsoeneffect was uiteindelijk afhankelijk van het wel of niet corrigeren van het RE-gehalte met gevoerde bijproducten (ruwvoer en krachtvoer). Door meer weiden en hogere grasopname stijgt het RE-gehalte van het rantsoen. Omdat dat niet nodig is, kunnen de (andere) inputs naar beneden. Op grasbedrijven is de sturing met krachtvoer bijvoeding beperkt. Daarom moet ook de ruwvoerbasis voldoende aangepast zijn om een reductie van NH3 waar te maken. Wanneer wordt bijgestuurd door minder eiwit bij te voeren, kan een goede en regelmatige analyse van vers gras bijdragen aan een lagere NH3-emissie. Om met de KLW een juiste inschatting te maken van de daadwerkelijke CH4-emissie, is een geüpdatete en goed onderbouwde emissiefactor nodig.
UR - https://edepot.wur.nl/644705
U2 - 10.18174/644705
DO - 10.18174/644705
M3 - Report
T3 - Rapport / Wageningen Livestock Research
BT - Graslandmanagement voor reductie van methaan en ammoniak
PB - Wageningen Livestock Research
CY - Wageningen
ER -