TY - BOOK
T1 - Geïntegreerde aanpak van bodemplagen in de buitenteelt van bloemen
AU - Bloemhard, Chantal
AU - Kromwijk, Arca
AU - Kruidhof, Marjolein
N1 - Project number 3242183200. - PT nummer: 14891
PY - 2016
Y1 - 2016
N2 - De focus van dit project lag op de bestrijding van engerlingen (larven van de roestbruine bladsprietkever Serica brunnea) in de teelt van trekheesters en emelten (larven van langpootmuggen; Tipulidae) in de teelt van Campanula’s. Het doel was hierbij het ontwikkelen van een raamwerk voor een geïntegreerde aanpak van deze bodemplagen, waarbij timing van beheersmaatregelen gedurende het jaar zo goed mogelijk is aangepast op de klimaatomstandigheden, het ontwikkelingsstadium van de plaag en de teelthandelingen. Voor beide gewas-plaag combinaties is eerst een raamwerk opgesteld waarin de timing van mogelijke (niet-chemische) interventies is aangegeven. Vervolgens zijn verschillende van deze mogelijke interventies getest. Omdat de timing een belangrijke rol speelt is signalering van vluchten belangrijk. Voor het signaleren van volwassen roestbruine bladsprietkevers blijkt een trechterval met alcohol als lokstof een goed alternatief te vormen voor een lichtval. Bodemroofmijten konden in zowel de teelt van Campanula’s als in de teelt van seringen in het juiste jaargetijde worden gestimuleerd onder toevoeging van gist. In het laboratorium werd een matig bestrijdingseffect gezien van twee soorten bodemroofmijten en een roofkever op jonge emelten. Geen van de geteste bodempredatoren kon de eitjes van langpootmuggen bestrijden. Of bodempredatoren in het veld een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van emelten kon door de lage plaagdruk niet worden getest. CO2-alginaatcapsules, welke een aantrekkend effect op verschillende soorten bodemplagen hebben laten zien, waaronder ritnaalden en de maïswortelboorder, konden geen emelten en S. brunnea engerlingen aanlokken.
AB - De focus van dit project lag op de bestrijding van engerlingen (larven van de roestbruine bladsprietkever Serica brunnea) in de teelt van trekheesters en emelten (larven van langpootmuggen; Tipulidae) in de teelt van Campanula’s. Het doel was hierbij het ontwikkelen van een raamwerk voor een geïntegreerde aanpak van deze bodemplagen, waarbij timing van beheersmaatregelen gedurende het jaar zo goed mogelijk is aangepast op de klimaatomstandigheden, het ontwikkelingsstadium van de plaag en de teelthandelingen. Voor beide gewas-plaag combinaties is eerst een raamwerk opgesteld waarin de timing van mogelijke (niet-chemische) interventies is aangegeven. Vervolgens zijn verschillende van deze mogelijke interventies getest. Omdat de timing een belangrijke rol speelt is signalering van vluchten belangrijk. Voor het signaleren van volwassen roestbruine bladsprietkevers blijkt een trechterval met alcohol als lokstof een goed alternatief te vormen voor een lichtval. Bodemroofmijten konden in zowel de teelt van Campanula’s als in de teelt van seringen in het juiste jaargetijde worden gestimuleerd onder toevoeging van gist. In het laboratorium werd een matig bestrijdingseffect gezien van twee soorten bodemroofmijten en een roofkever op jonge emelten. Geen van de geteste bodempredatoren kon de eitjes van langpootmuggen bestrijden. Of bodempredatoren in het veld een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van emelten kon door de lage plaagdruk niet worden getest. CO2-alginaatcapsules, welke een aantrekkend effect op verschillende soorten bodemplagen hebben laten zien, waaronder ritnaalden en de maïswortelboorder, konden geen emelten en S. brunnea engerlingen aanlokken.
UR - https://edepot.wur.nl/405711
U2 - 10.18174/405711
DO - 10.18174/405711
M3 - Report
T3 - Rapport / Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw
BT - Geïntegreerde aanpak van bodemplagen in de buitenteelt van bloemen
PB - Wageningen Plant Research
CY - Wageningen
ER -