Geïntegreerde bestrijding van citruswolluis Planococcus citri in roos

J. Pijnakker, A. Leman, M. Hennekam

    Research output: Book/ReportReportProfessional

    Abstract

    Citruswolluis, Planococcus citri (Risso), is een van de belangrijkste plagen geworden in de rozenteelt onder glas. Er is inmiddels veel praktijkervaring met de toepassing van biologische bestrijders om haarden uit te roeien. Voor de professionele tuinbouw is de effectiviteit van deze aanpak doorgaans onvoldoende, en moet alsnog met insecticiden worden ingegrepen. Onderzoek is uitgevoerd naar de inzet van natuurlijke vijanden op zeer kleine wolluis-haarden om de uitbreiding van wolluisaantasting te voorkomen naar nog niet aangetaste planten. De relevantie van het loslaten van verschillende natuurlijke vijanden ter bestrijding van wolluis in kasrozen wordt besproken. Uit het project leek dat feromoonvallen een goede hulpmiddel kunnen zijn om de aanwezigheid van wolluis te bepalen, maar niet geschikt zijn om snel wolluis-haarden te detecteren en te traag zijn om de telers te waarschuwen dat wolluis toeneemt. Bij telers met zware wolluis-problemen kon aantasting met wolluizen met larven van het lieveheerbeestje Cryptolaemus montrouzieri en de sluipwespen Anagyrus pseudococci of Leptomastix dactylopii worden verminderd, maar de bestaande uitzet-strategieën van natuurlijke vijanden waren niet voldoende om de wolluizen helemaal uit te roeien. Er werd geen toegevoegde waarde gevonden van de twee nieuwe soorten lieveheerbeestjes Nephus includens en Scymnus syriacus. Het massaal preventief introduceren van natuurlijke blijken het meest perspectiefvol bij telers die wolluis in het lopen van het jaar verwachten. Wekelijkse introducties van larven van Cryptolaemus of van de goedkopere gaasvliegen en de vestiging daarvan dienen op praktijkschaal verder onderzocht te worden. Since early 2000 the citrus mealybug, Planococcus citri (Risso), has become a key pest in roses cultivated in greenhouses in The Netherlands. There has been a lot of practical experience with the application of biological control agents to eradicate outbreaks. The effectiveness of this approach is usually insufficient for professional horticulture and the Integrated Pest Management often ends with applications of insecticides. Research was carried out on the introductions of natural enemies on small mealybugs hot spots in order to avoid the spread of mealybug infestations to healthy plants. The relevance of introducing natural enemies for controlling mealybugs in greenhouse roses is discussed. In this project, pheromone traps seemed to be a good tool to detect the presence of mealybugs, but were not suitable for the detection of hotspots or to warn growers about outbreaks. At growers with high level of infestation, we could reduce damages caused by the pest with introduction of the labybug Cryptolaemus montrouzieri and parasitoids Anagyrus pseudococci or Leptomastix dactylopii. However, the introductions of beneficials were not effective enough to eradicate the pest. Introductions of Nephus includens and Scymnus syriacus were less effective than Cryptolaemus. Massive preventive releases of beneficials seem to give the best solution for growers who are expecting problems with mealybugs. Weekly introductions of larvae of Cryptolaemus or cheaper larvae of lacewings with alternative food to enhance their survival in the crop will be further investigated.
    Original languageDutch
    Place of PublicationWageningen
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    Publication statusPublished - 2013

    Publication series

    NameRapport / Wageningen UR Glastuinouw
    PublisherWageningen UR Glastuinbouw
    No.1238

    Keywords

    • greenhouse horticulture
    • cut flowers
    • roses
    • rosa
    • planococcus citri
    • research projects
    • biological control agents
    • augmentation
    • methodology
    • pheromone traps

    Cite this