TY - BOOK
T1 - Ex-ante-onderzoek 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
T2 - Effecten van maatregelpakketten op de nutriëntenbelasting van grond- en oppervlaktewater, economie op bedrijfsniveau en overige indicatoren
AU - van Boekel, E.M.P.M.
AU - Cals, T.C.A.
AU - Helming, J.F.M.
AU - Smit, A.B.
AU - Tonkens, M.N.
AU - van Dijk, W.
AU - Groenendijk, P.
AU - van Middelkoop, J.C.
AU - Renaud, L.V.
AU - Specken, J.W.
AU - Voogd, J.C.
AU - Greijdanus, A.F.
N1 - Project number: 5200048469
PY - 2025
Y1 - 2025
N2 - Ter voorbereiding op de invoering van het Achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2026 -2029) is een ex-ante-onderzoek uitgevoerd, waarbij vooral effecten van maatregelpakketten op de waterkwaliteit zijn beoordeeld en het economisch effect op bedrijfsniveau. In het onderzoek zijn verschillende varianten van maatregelpakketten doorgerekend (rekenvarianten) die verschillen in de hoogte van de stikstofgebruiksnormen. De berekende nitraatconcentraties van de rekenvarianten voor 2030 en 2045 zijn vergeleken met de berekende nitraatconcentraties in de Referentie (uitgaande van geïnstrumenteerd beleid uit de KEV 2024, waarin onder meer het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de Derogatiebeschikking zijn opgenomen). Volgens deze doorrekening liggen de gemiddelde berekende nitraatconcentraties in het grondwater in het Zandgebied Zand Zuid en de Lössregio zowel in de Referentie als voor de rekenvarianten boven het doel van 50 mg /l nitraat. In de Zandgebieden Zand Midden, Zand Noord en de Klei- en Veenregio is de berekende nitraatconcentratie lager dan 50 mg/l. Het effect van de rekenvarianten t.o.v. van de Referentie is beperkt. Verder is berekend dat de landelijk gemiddelde stikstofbelasting van het oppervlaktewater door de uitspoeling uit landbouwgronden voor de rekenvarianten t.o.v. van de Referentie op het schaalniveau van de 21 waterschappen met maximaal 5% daalt en dat het effect op de fosforbelasting beperkt is. In de rekenvariant met een korting van 20% op de totale stikstofgebruiksnorm wordt berekend dat de opgave voor de uit- en afspoeling van stikstof uit landbouwpercelen wordt gerealiseerd in 63% van het totaalaantal regionale KRW-waterlichamen, voor fosfor is dit 55%. Ten opzichte van de Referentie is dit een toename van respectievelijk 9% voor stikstof en 3% voor fosfor. Het additionele effect van aanvullende maatregelen in de grondwaterbeschermingsgebieden en brede beekdalen is hierin nog niet meegenomen. De verschillende maatregelpakketten zijn ook bedrijfseconomisch doorgerekend. De inkomenseffecten verschillen sterk per regio. In het algemeen leidt het 8e AP tot een inkomensstijging op akkerbouwbedrijven op klei, met name als gevolg van smallere bufferzones. Op akkerbouwbedrijven in het Zandgebied Zand Overig zijn de inkomenseffecten beperkt. Door de 1:3-rotatie met rustgewassen en afhankelijk van de precieze invulling van de korting op de stikstofgebruiksnormen zijn inkomenseffecten op akkerbouw- en groentebedrijven in het Zandgebied Zand Zuid aanzienlijk groter. Ook op de melkveebedrijven verschillen de inkomenseffecten van het 8e AP sterk per regio. Dit wordt verklaard door korting van de stikstofgebruiksnorm (verschillend per gebied) en de maatregel behoud areaal grasland (onderdeel van alle rekenvarianten van het 8e AP). Deze maatregelen leiden tot afname eigen voerproductie en toename van kosten van aangekocht voer. Effecten van de maatregelen op de emissies van ammoniak (NH 3), lachgas (N2O) en methaan (CH4) zijn kwantitatief beoordeeld. Het effect van de maatregelpakketten op de gasvormige emissies t.o.v. van de Referentie is zowel positief als negatief, afhankelijk van de korting op de stikstofgebruiksnorm die wordt gehanteerd. Het effect op de bodemkwaliteit, biodiversiteit, verdroging en wateroverlast zijn beoordeeld op basis van expertbeoordelingen. Naar verwachting zullen de effecten van de mogelijke maatregelen (op nationale schaal) gering zijn.
AB - Ter voorbereiding op de invoering van het Achtste Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2026 -2029) is een ex-ante-onderzoek uitgevoerd, waarbij vooral effecten van maatregelpakketten op de waterkwaliteit zijn beoordeeld en het economisch effect op bedrijfsniveau. In het onderzoek zijn verschillende varianten van maatregelpakketten doorgerekend (rekenvarianten) die verschillen in de hoogte van de stikstofgebruiksnormen. De berekende nitraatconcentraties van de rekenvarianten voor 2030 en 2045 zijn vergeleken met de berekende nitraatconcentraties in de Referentie (uitgaande van geïnstrumenteerd beleid uit de KEV 2024, waarin onder meer het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en de Derogatiebeschikking zijn opgenomen). Volgens deze doorrekening liggen de gemiddelde berekende nitraatconcentraties in het grondwater in het Zandgebied Zand Zuid en de Lössregio zowel in de Referentie als voor de rekenvarianten boven het doel van 50 mg /l nitraat. In de Zandgebieden Zand Midden, Zand Noord en de Klei- en Veenregio is de berekende nitraatconcentratie lager dan 50 mg/l. Het effect van de rekenvarianten t.o.v. van de Referentie is beperkt. Verder is berekend dat de landelijk gemiddelde stikstofbelasting van het oppervlaktewater door de uitspoeling uit landbouwgronden voor de rekenvarianten t.o.v. van de Referentie op het schaalniveau van de 21 waterschappen met maximaal 5% daalt en dat het effect op de fosforbelasting beperkt is. In de rekenvariant met een korting van 20% op de totale stikstofgebruiksnorm wordt berekend dat de opgave voor de uit- en afspoeling van stikstof uit landbouwpercelen wordt gerealiseerd in 63% van het totaalaantal regionale KRW-waterlichamen, voor fosfor is dit 55%. Ten opzichte van de Referentie is dit een toename van respectievelijk 9% voor stikstof en 3% voor fosfor. Het additionele effect van aanvullende maatregelen in de grondwaterbeschermingsgebieden en brede beekdalen is hierin nog niet meegenomen. De verschillende maatregelpakketten zijn ook bedrijfseconomisch doorgerekend. De inkomenseffecten verschillen sterk per regio. In het algemeen leidt het 8e AP tot een inkomensstijging op akkerbouwbedrijven op klei, met name als gevolg van smallere bufferzones. Op akkerbouwbedrijven in het Zandgebied Zand Overig zijn de inkomenseffecten beperkt. Door de 1:3-rotatie met rustgewassen en afhankelijk van de precieze invulling van de korting op de stikstofgebruiksnormen zijn inkomenseffecten op akkerbouw- en groentebedrijven in het Zandgebied Zand Zuid aanzienlijk groter. Ook op de melkveebedrijven verschillen de inkomenseffecten van het 8e AP sterk per regio. Dit wordt verklaard door korting van de stikstofgebruiksnorm (verschillend per gebied) en de maatregel behoud areaal grasland (onderdeel van alle rekenvarianten van het 8e AP). Deze maatregelen leiden tot afname eigen voerproductie en toename van kosten van aangekocht voer. Effecten van de maatregelen op de emissies van ammoniak (NH 3), lachgas (N2O) en methaan (CH4) zijn kwantitatief beoordeeld. Het effect van de maatregelpakketten op de gasvormige emissies t.o.v. van de Referentie is zowel positief als negatief, afhankelijk van de korting op de stikstofgebruiksnorm die wordt gehanteerd. Het effect op de bodemkwaliteit, biodiversiteit, verdroging en wateroverlast zijn beoordeeld op basis van expertbeoordelingen. Naar verwachting zullen de effecten van de mogelijke maatregelen (op nationale schaal) gering zijn.
UR - https://edepot.wur.nl/696495
U2 - 10.18174/696495
DO - 10.18174/696495
M3 - Report
T3 - Rapport / Wageningen Environmental Research
BT - Ex-ante-onderzoek 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
PB - Wageningen Environmental Research
CY - Wageningen
ER -