Evaluatie methoden voor onkruidbestrijding op trottoir : verslag van proefjaren 2001 t/m 2003

G.D. Vermeulen, B.R. Verwijs, R.M.W. Groeneveld, C.D. Luijendijk, C. Kempenaar

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Chemische onkruidbestrijding op verhardingen in de openbare ruimte resulteert in een relatief hoog aandeel in emissie naar het oppervlaktewater. Beleidsmatig wordt hier een stringente afname in het gebruik en de emissie van herbiciden verlangd (MJP-G, Nota Zicht op gezonde teelt, Nota Duurzame gewasbescherming). Bestaande niet-chemische technieken bestrijden onkruid veel minder effectief dan selectief bespuiten. Feitelijke, objectieve informatie over de prestaties van de verschillende methoden en machines is echter schaars. Met prestatie wordt hier bedoeld de bestrijdingseffectiviteit in relatie tot de productiviteit, de gegeven energiedoses en de behandelfrequentie. Over de prestaties op langere termijn. en over eventuele selectiviteit bij de bestrijding (verschillen in effectiviteit voor bepaalde onkruidsoorten) is zelfs vrijwel niets bekend. In de herfst van 2001 werd onderzoek gestart om basisgegevens over de prestaties van selectief spuiten, borstelen, branden en heet water te verzamelen. In 2003 werd het onderzoek uitgebreid met experimenten om inzicht te verschaffen over de haalbaarheid van pleksgewijs branden en het uitborstelen van voegen. Gekozen werd voor uitvoering van het onderzoek op weinig belopen trottoir met een aanzienlijke onkruiddruk en handhaving van een straatbeeld met maximaal een geringe onkruidbezetting (veronkruidingsklasse 3, PRI). In dit rapport wordt verslag gedaan van het onderzoek in 2002 en 2003. Selectief spuiten met glyfosaat was zowel in 2002 als in 2003 de meest effectieve onkruidbestrijdingsmethode. Er waren respectievelijk 2 en 1 behandelingen per seizoen nodig. In 2003 waren branden en heet water de minst effectieve behandelingen, gevolgd door borstelen. Bij deze bewerkingen waren respectievelijk 6, 6 en 5 behandelingen nodig. Bij pleksgewijs branden waren 4 behandelingen nodig. Tenminste 1 behandeling werd echter uitgespaard door een schonere uitgangssituatie ten opzichte van volvelds branden. Dan nog was pleksgewijs branden effectiever dan volvelds branden. Pleksgewijs en gericht borstelen (uitborstelen van de voegen) was met 3 benodigde behandelingen effectiever dan volvelds borstelen. Een duidelijke verschuiving in soortensamenstelling werd in de periode 2002-2003 bij geen van de behandelingen waargenomen. Hoornbloem en grasachtigen bleken moeilijk te bestrijden door alle methoden. In 2003 werd hoornbloem door branden geheel bestreden. De meest voorkomende grasachtigen waren veldbeemdgras en rood zwenkgras
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherAgrotechnology & Food Innovations
Number of pages46
Publication statusPublished - 2005

Publication series

NameRapport / Agrotechnology & Food Innovations
PublisherAgrotechnology & Food Innovations
No.nr. 154

Keywords

  • weed control
  • weeders
  • chemical control
  • herbicides
  • hot water treatment
  • ground surface spraying
  • burning
  • brush control
  • pavements
  • roads

Cite this