Enkeldops validatiemetingen driftreducerende spuitdoppen en rijsnelheid : veldmetingen 2011-2012

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

Bij veldmetingen (Zande et al., 2005) werd bij gebruik van een standaard spleetdop (TeeJet XR11004 bij 3 bar spuitdruk) bij een rijsnelheidsverhoging van 6 km/h naar 12 km/h op de strook 2½-3½ m vanaf de buitenste dop een toename van de drift van 46% gevonden. Tijdens dezelfde metingen werd bij een voorkamer spleetdop (TeeJet DG11004 bij 3 bar spuitdruk) in combinatie met een kantdop (Lechler IS8004) een toename gevonden van 364%. Bij validatiemetingen voor het IDEFICS model werd bij een rijsnelheidsverhoging van 0,5 m/s tot 1,5 m/s een gemiddelde toename in driftdepositie van 20% gevonden (Holterman et al., 1997). Van een aantal geselecteerde spuitdoppen uit de driftreductieklassen 50,75, 90 en 95 (TCT,2012) zijn in 2012 de druppelgrootte spectra gemeten (Zande et al., 2012) en is de drift uitgerekend met het driftmodel IDEFICS (Holterman et al., 1997). De spuitdopselectie bestond uit verschillende doptypen zoals venturi spleetdoppen, tweewaaier spleetdoppen en hispeed spleetdoppen. De drift van de geselecteerde doppen werd berekend bij de standaard rijsnelheid van 6 km/h en bij de hogere snelheden van 8, 10, 12 en 18 km/h. Resultaat van deze modelberekeningen was dat de gemiddelde toename in drift door toename van de snelheid 20% was. Doel van deze berekeningen was of aangegeven kon worden of spuitdoppen of een hogere rijsnelheid resulteert in een andere klassenindeling. Gevonden werd dat door toename van de rijsnelheid bij de meeste doppen de driftdepositie toe nam. Omdat eerdere veldmetingen van de drift afwijken van de modelberekeningen door toename van de rijsnelheid zijn enkeldops drift metingen uitgevoerd ter validatie van het driftmodel IDEFICS. Om het driftmodel IDEFICS te valideren voor rijsnelheidseffecten en doptype zijn met de doppen uit bovenstaande studie enkeldops driftmetingen uitgevoerd in 2011-2012. Naast meting van de drift naar de grond is ook de drift naar de lucht gemeten. Bij de metingen zijn twee meetmethoden vergeleken: een passieve methode met bolcollectoren (standaard) en door middel van met actieve aanzuiging (filters). Doel daarvan is om te kijken wat de verschillen zijn en of er een correlatie tussen de twee methoden is. In deze rapportage worden de meetmethodieken beschreven in hoofdstuk 2 en de resultaten in hoofdstuk 3. Het rapport eindigt met discussie (hoofdstuk 4) en conclusies (hoofdstuk 5).
Original languageDutch
Place of PublicationWageningen
PublisherPlant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde
Number of pages152
Publication statusPublished - 2014

Publication series

NameRapport / Plant Research International
PublisherPlant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde
No.600

Keywords

  • arable farming
  • fan nozzles
  • drift
  • velocity
  • drift spraying
  • spraying
  • sprayers
  • measurement
  • models
  • reduction

Cite this