Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag

berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model

Joachim Rozemeijer, Huite Boomsma, Ab Veldhuizen, Janneke Pouwels, Jan van den Akker, Timo Kroon

Research output: Book/ReportReportProfessional

Abstract

In het veenweidegebied is het verminderen van maaivelddaling een belangrijk thema.Onderwaterdrainage wordt gezien als een mogelijkheid om de laagste grondwaterstanden te verhogen en is daarmee eenvan de mogelijkheden om maaivelddaling te verminderen. Het doel van dit onderzoek was de verandering in de watervraag in droge perioden door onderwaterdrainage voor een deel van West-Nederlandin beeld te brengen. Er is gebruik gemaakt vanhet Landelijk Hydrologisch Model (LHM-versie3.4.0) voor het doorrekenen van scenario’s (1) met en zonder onderwaterdrainage, (2) met huidig en toekomstig klimaat (GL en WH) en (3) meten zonder dynamisch peilbeheer.Dein het modelgebruikte drainage-en infiltratiedoorlatendheden zijn ingeschat op basis van meetresultaten uit lokalepilots. Om de effecten van onderwaterdrainage duidelijk te maken focussen we op de verandering in de watervraag voor peilhandhaving in peilvakken die voor minimaal 10% geschikt zijn voor onderwaterdrainage. De resultaten laten zien dat dezewatervraag in een droge periode toeneemt met ongeveer 0.09 mm/dag. De totale watervraag voor peilhandhaving voor deze gebieden is 1.16 mm/dag in dereferentiesituatie, waarmee de relatieve toename uitkomt op ca. 8%. De watervraag voor het gehele beheergebied van de West-Nederlandse waterschappen is 0.66 mm/dag. De extra watervraag voor peilhandhaving door onderwaterdrainage voor het gehele gebied is dan ook ongeveer 0.03 mm/dag (ca. 4%). Bij deze berekening is uitgegaan van een gemiddeld effect van 5-10 cm verhoging van de laagste grondwaterstanden die voorkomt uitpraktijkpilots. Als de infiltratie-effectiviteit van onderwaterdrainage vergroot wordt,bijvoorbeeld door verbeterde aanleg of door pompgestuurde onderwaterdrainage (drukdrains),dan zalhet effect op de laagste grondwaterstanden ende watervraag toenemen. Bij een gemiddelde verhoging van de laagste grondwaterstanden van30-40 cmverwachten we een extra watervraag van ongeveer 0.4 mm/dag (ca. 36%). Voor de gehele West-Nederlandse waterschappen komt dit neer op een extra watervraag van ongeveer 0.11 mm/dag (ca. 18%).De resultaten uit het model moeten gezien worden als een indicatieve kwantificering van de effecten van onderwaterdrainage. Er is behoefte aan meer meetinformatie over de effecten van onderwaterdrainage over langere perioden en in droge jaren en over de effecten op waterfluxen en waterkwaliteit. Deze meetinformatie kan gebruikt worden om ook de effecten op groter schaalniveau beter te kwantificeren.
Original languageDutch
Place of PublicationDelft
PublisherDeltares
Number of pages66
Publication statusPublished - 2019

Cite this

Rozemeijer, Joachim ; Boomsma, Huite ; Veldhuizen, Ab ; Pouwels, Janneke ; van den Akker, Jan ; Kroon, Timo. / Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag : berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model. Delft : Deltares, 2019. 66 p.
@book{f3a1c83316124898a685adfa12a3de13,
title = "Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag: berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model",
abstract = "In het veenweidegebied is het verminderen van maaivelddaling een belangrijk thema.Onderwaterdrainage wordt gezien als een mogelijkheid om de laagste grondwaterstanden te verhogen en is daarmee eenvan de mogelijkheden om maaivelddaling te verminderen. Het doel van dit onderzoek was de verandering in de watervraag in droge perioden door onderwaterdrainage voor een deel van West-Nederlandin beeld te brengen. Er is gebruik gemaakt vanhet Landelijk Hydrologisch Model (LHM-versie3.4.0) voor het doorrekenen van scenario’s (1) met en zonder onderwaterdrainage, (2) met huidig en toekomstig klimaat (GL en WH) en (3) meten zonder dynamisch peilbeheer.Dein het modelgebruikte drainage-en infiltratiedoorlatendheden zijn ingeschat op basis van meetresultaten uit lokalepilots. Om de effecten van onderwaterdrainage duidelijk te maken focussen we op de verandering in de watervraag voor peilhandhaving in peilvakken die voor minimaal 10{\%} geschikt zijn voor onderwaterdrainage. De resultaten laten zien dat dezewatervraag in een droge periode toeneemt met ongeveer 0.09 mm/dag. De totale watervraag voor peilhandhaving voor deze gebieden is 1.16 mm/dag in dereferentiesituatie, waarmee de relatieve toename uitkomt op ca. 8{\%}. De watervraag voor het gehele beheergebied van de West-Nederlandse waterschappen is 0.66 mm/dag. De extra watervraag voor peilhandhaving door onderwaterdrainage voor het gehele gebied is dan ook ongeveer 0.03 mm/dag (ca. 4{\%}). Bij deze berekening is uitgegaan van een gemiddeld effect van 5-10 cm verhoging van de laagste grondwaterstanden die voorkomt uitpraktijkpilots. Als de infiltratie-effectiviteit van onderwaterdrainage vergroot wordt,bijvoorbeeld door verbeterde aanleg of door pompgestuurde onderwaterdrainage (drukdrains),dan zalhet effect op de laagste grondwaterstanden ende watervraag toenemen. Bij een gemiddelde verhoging van de laagste grondwaterstanden van30-40 cmverwachten we een extra watervraag van ongeveer 0.4 mm/dag (ca. 36{\%}). Voor de gehele West-Nederlandse waterschappen komt dit neer op een extra watervraag van ongeveer 0.11 mm/dag (ca. 18{\%}).De resultaten uit het model moeten gezien worden als een indicatieve kwantificering van de effecten van onderwaterdrainage. Er is behoefte aan meer meetinformatie over de effecten van onderwaterdrainage over langere perioden en in droge jaren en over de effecten op waterfluxen en waterkwaliteit. Deze meetinformatie kan gebruikt worden om ook de effecten op groter schaalniveau beter te kwantificeren.",
author = "Joachim Rozemeijer and Huite Boomsma and Ab Veldhuizen and Janneke Pouwels and {van den Akker}, Jan and Timo Kroon",
note = "Project 11202752-002",
year = "2019",
language = "Dutch",
publisher = "Deltares",

}

Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag : berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model. / Rozemeijer, Joachim; Boomsma, Huite; Veldhuizen, Ab; Pouwels, Janneke; van den Akker, Jan; Kroon, Timo.

Delft : Deltares, 2019. 66 p.

Research output: Book/ReportReportProfessional

TY - BOOK

T1 - Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag

T2 - berekeningen met het Landelijk Hydrologisch Model

AU - Rozemeijer, Joachim

AU - Boomsma, Huite

AU - Veldhuizen, Ab

AU - Pouwels, Janneke

AU - van den Akker, Jan

AU - Kroon, Timo

N1 - Project 11202752-002

PY - 2019

Y1 - 2019

N2 - In het veenweidegebied is het verminderen van maaivelddaling een belangrijk thema.Onderwaterdrainage wordt gezien als een mogelijkheid om de laagste grondwaterstanden te verhogen en is daarmee eenvan de mogelijkheden om maaivelddaling te verminderen. Het doel van dit onderzoek was de verandering in de watervraag in droge perioden door onderwaterdrainage voor een deel van West-Nederlandin beeld te brengen. Er is gebruik gemaakt vanhet Landelijk Hydrologisch Model (LHM-versie3.4.0) voor het doorrekenen van scenario’s (1) met en zonder onderwaterdrainage, (2) met huidig en toekomstig klimaat (GL en WH) en (3) meten zonder dynamisch peilbeheer.Dein het modelgebruikte drainage-en infiltratiedoorlatendheden zijn ingeschat op basis van meetresultaten uit lokalepilots. Om de effecten van onderwaterdrainage duidelijk te maken focussen we op de verandering in de watervraag voor peilhandhaving in peilvakken die voor minimaal 10% geschikt zijn voor onderwaterdrainage. De resultaten laten zien dat dezewatervraag in een droge periode toeneemt met ongeveer 0.09 mm/dag. De totale watervraag voor peilhandhaving voor deze gebieden is 1.16 mm/dag in dereferentiesituatie, waarmee de relatieve toename uitkomt op ca. 8%. De watervraag voor het gehele beheergebied van de West-Nederlandse waterschappen is 0.66 mm/dag. De extra watervraag voor peilhandhaving door onderwaterdrainage voor het gehele gebied is dan ook ongeveer 0.03 mm/dag (ca. 4%). Bij deze berekening is uitgegaan van een gemiddeld effect van 5-10 cm verhoging van de laagste grondwaterstanden die voorkomt uitpraktijkpilots. Als de infiltratie-effectiviteit van onderwaterdrainage vergroot wordt,bijvoorbeeld door verbeterde aanleg of door pompgestuurde onderwaterdrainage (drukdrains),dan zalhet effect op de laagste grondwaterstanden ende watervraag toenemen. Bij een gemiddelde verhoging van de laagste grondwaterstanden van30-40 cmverwachten we een extra watervraag van ongeveer 0.4 mm/dag (ca. 36%). Voor de gehele West-Nederlandse waterschappen komt dit neer op een extra watervraag van ongeveer 0.11 mm/dag (ca. 18%).De resultaten uit het model moeten gezien worden als een indicatieve kwantificering van de effecten van onderwaterdrainage. Er is behoefte aan meer meetinformatie over de effecten van onderwaterdrainage over langere perioden en in droge jaren en over de effecten op waterfluxen en waterkwaliteit. Deze meetinformatie kan gebruikt worden om ook de effecten op groter schaalniveau beter te kwantificeren.

AB - In het veenweidegebied is het verminderen van maaivelddaling een belangrijk thema.Onderwaterdrainage wordt gezien als een mogelijkheid om de laagste grondwaterstanden te verhogen en is daarmee eenvan de mogelijkheden om maaivelddaling te verminderen. Het doel van dit onderzoek was de verandering in de watervraag in droge perioden door onderwaterdrainage voor een deel van West-Nederlandin beeld te brengen. Er is gebruik gemaakt vanhet Landelijk Hydrologisch Model (LHM-versie3.4.0) voor het doorrekenen van scenario’s (1) met en zonder onderwaterdrainage, (2) met huidig en toekomstig klimaat (GL en WH) en (3) meten zonder dynamisch peilbeheer.Dein het modelgebruikte drainage-en infiltratiedoorlatendheden zijn ingeschat op basis van meetresultaten uit lokalepilots. Om de effecten van onderwaterdrainage duidelijk te maken focussen we op de verandering in de watervraag voor peilhandhaving in peilvakken die voor minimaal 10% geschikt zijn voor onderwaterdrainage. De resultaten laten zien dat dezewatervraag in een droge periode toeneemt met ongeveer 0.09 mm/dag. De totale watervraag voor peilhandhaving voor deze gebieden is 1.16 mm/dag in dereferentiesituatie, waarmee de relatieve toename uitkomt op ca. 8%. De watervraag voor het gehele beheergebied van de West-Nederlandse waterschappen is 0.66 mm/dag. De extra watervraag voor peilhandhaving door onderwaterdrainage voor het gehele gebied is dan ook ongeveer 0.03 mm/dag (ca. 4%). Bij deze berekening is uitgegaan van een gemiddeld effect van 5-10 cm verhoging van de laagste grondwaterstanden die voorkomt uitpraktijkpilots. Als de infiltratie-effectiviteit van onderwaterdrainage vergroot wordt,bijvoorbeeld door verbeterde aanleg of door pompgestuurde onderwaterdrainage (drukdrains),dan zalhet effect op de laagste grondwaterstanden ende watervraag toenemen. Bij een gemiddelde verhoging van de laagste grondwaterstanden van30-40 cmverwachten we een extra watervraag van ongeveer 0.4 mm/dag (ca. 36%). Voor de gehele West-Nederlandse waterschappen komt dit neer op een extra watervraag van ongeveer 0.11 mm/dag (ca. 18%).De resultaten uit het model moeten gezien worden als een indicatieve kwantificering van de effecten van onderwaterdrainage. Er is behoefte aan meer meetinformatie over de effecten van onderwaterdrainage over langere perioden en in droge jaren en over de effecten op waterfluxen en waterkwaliteit. Deze meetinformatie kan gebruikt worden om ook de effecten op groter schaalniveau beter te kwantificeren.

M3 - Report

BT - Effecten van onderwaterdrainage op de regionale watervraag

PB - Deltares

CY - Delft

ER -